id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:
Art. 464
/37 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 464
/38 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 464
/37 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 464/38 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.0834.N I R. R., persoon die een zaak bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig heeft gemaakt op grond van artikel 464/38 Wetboek van Strafvordering, eiseres, met als raadsman mr. Monica Rodriguez, advocaat bij de balie Brussel. II E. V.G., persoon die een zaak bij de strafuitvoeringsrechter heeft aanhangig gemaakt op grond van artikel 464/38 Wetboek van Strafvordering, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 22 mei
- Het cassatieberoep II is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 22 mei
- De eisers voeren geen middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de door de eiser II ingediende memorie
- De eiser in cassatie moet zijn memorie uiterlijk vijftien dagen voor de rechtszitting doen toekomen ter griffie van het Hof. Die termijn is een volle termijn wat inhoudt dat vijftien volledig vrije dagen moeten worden gelaten tussen de dag van de indiening van de memorie en de rechtszitting. Indien de zestiende en de zeventiende dag voor de rechtszitting een zaterdag, zondag of feestdag zijn, moet de memorie ervoor worden neergelegd.
- De eiser II heeft zijn memorie ingediend ter griffie van het Hof op dinsdag 18 juni 2024, terwijl hij dit, gelet op de rechtszitting van 25 juni 2024, ten laatste op vrijdag 7 juni 2024 had moeten doen. De memorie is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen I en II
- Artikel 464/38, § 5, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter als bedoeld in dit artikel geen cassatieberoep openstaat voor de verzoeker en voor de SUO-magistraat. De cassatieberoepen I en II zijn dan ook niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen I en II. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in geheel op 6,11 euro waarvan eiseres I 3,05 euro is verschuldigd en de eiser II 3,06 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div