← België

POWERGRAPH bv contra THE BOTTOM LINE nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240627.1N.1 Rolnummer: C.22.0291.N Zaak: POWERGRAPH bv contra THE BOTTOM LINE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-10-17 Raadplegingen: 637 - laatst gezien 2026-06-18 12:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240627.1N.1 Fiche 1 Uit de artikelen 821, 1042 en 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de oorspronkelijke eiser zijn hoedanigheid van eiser in de zin van artikel 821 Gerechtelijk Wetboek niet verliest in hoger beroep, ook al is hij in die procedure verwerende partij

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - AFSTAND VAN RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 821 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1042 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 De loutere omstandigheid dat een partij heeft berust in de beslissing in eerste aanleg, belet niet dat deze partij in de procedure in hoger beroep afstand van haar rechtsvordering kan doen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - AFSTAND VAN RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 821 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1044, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BERUSTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 821 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1044, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0291.N
  1. POWERGRAPH bv, met zetel te 9830 Sint-Martens-Latem, Zuylenveld 10, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0454.469.744,
  2. BIG FRIEND nv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Kustlaan 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0431.535.578, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
  3. THE BOTTOM LINE nv, met zetel te 9000 Gent, Kouter 158/501, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.804.746,
  4. T.D.W., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen,
  5. M.D.V., verweerder, mede inzake
  6. B.M., advocaat, […], in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van MEDIATRADER nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Vleminckstraat 10, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0457.997.970, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 21 april
  7. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 27 februari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Ontvankelijkheid
  8. De verweerders voeren een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel heeft geen belang in zoverre het opkomt tegen de redenen dat de eiseressen niet te aanzien zijn als eiser op hoofdeis en geen titularis meer zijn van een hangende vordering, die de beslissing niet dragen.
  9. Anders dan de verweerders aanvoeren, laten de appelrechters hun beslissing dat geen gevolg kan worden gegeven aan de afstand van rechtsvordering van de eiseressen niet enkel steunen op de redenen dat de eiseressen in de beslissing van de eerste rechter die hun vordering hebben ingewilligd, hebben berust, maar ook op de voormelde, door de eiseressen bekritiseerde redenen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  10. Krachtens artikel 821 Gerechtelijk Wetboek ziet de eiser bij afstand van rechtsvordering af zowel van de rechtspleging als van het recht zelf. Afstand van rechtsvordering doet het recht teniet om te handelen met betrekking tot de aanspraak die voor de rechter was gebracht. Krachtens artikel 1042 Gerechtelijk Wetboek zijn de regels van het geding toepasselijk op de rechtsmiddelen, voor zover de bepalingen van dit boek niet ervan afwijken. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Uit deze bepalingen volgt dat de oorspronkelijke eiser zijn hoedanigheid van eiser in de zin van artikel 821 Gerechtelijk Wetboek niet verliest in hoger beroep, ook al is hij in die procedure verwerende partij.
  11. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseressen geen hoger beroep aantekenden en voor het hof van beroep tot de ongegrondheid van het hoger beroep concludeerden, alvorens zij de conclusie met afstand van rechtsvordering neerlegden; - de eiseressen in de appelprocedure niet te aanzien zijn als eiser op hoofdeis, in vrijwaring of op tegeneis, wat betreft de uitsluiting van de verweerders als aandeelhouders; - kan worden aangenomen dat afstand van vordering tot gevolg heeft dat deze retroactief verdwijnt zodat de eiser vanaf de aanvang wordt geacht zijn vordering te hebben verzaakt, maar de afstand van vordering wel veronderstelt dat op het ogenblik van de afstand de afstand doende partij nog titularis is van een hangende vordering, wat hier niet zo is; - de eiseressen zich in hoger beroep beperken tot het voeren van verweer tegen het hoofdberoep van de eerste en tweede verweerders en het incidenteel hoger beroep van de derde verweerder; - de eiseressen aldus hoogstens van dat verweer afstand hadden kunnen doen voor het hof van beroep, wat hoe dan ook niet de vernietiging of hervorming van het vonnis a quo tot gevolg heeft.
  12. De appelrechters die op die gronden oordelen dat de eiseressen geen afstand kunnen doen van hun oorspronkelijke vordering, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. In zoverre is het middel gegrond.
  13. Krachtens artikel 1044, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is berusten in een beslissing afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden. Krachtens artikel 821 Gerechtelijk Wetboek ziet de eiser bij afstand van vordering af zowel van de rechtspleging als van het recht zelf. Afstand van rechtsvordering doet het recht teniet om te handelen met betrekking tot de aanspraak die voor de rechter was gebracht.
  14. De loutere omstandigheid dat een partij heeft berust in de beslissing in eerste aanleg, belet niet dat deze partij in de procedure in hoger beroep afstand van haar rechtsvordering kan doen.
  15. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseressen het vonnis a quo zonder enig voorbehoud ten uitvoer hebben gelegd; - er bijzondere omstandigheden voorhanden zijn die maken dat de uitvoering van het eerste vonnis door de eiseressen een berusting inhoudt met betrekking tot de uitsluiting van de verweerders; - de raadsman van de eiseressen bij brief van 25 maart 2020 aan de raadslieden van de verweerders bevestigt dat het nodige werd gedaan voor het overmaken van de zekerheid en erop aandringt dat, conform het vonnis a quo, de aandelen door de verweerders binnen de termijn van één week aan de eiseressen worden overgedragen; - de consignatie en de voormelde brief dateren van na het instellen van het hoger beroep op 13 februari 2020 door de eerste en de tweede verweerders; - dit alles bepaalde en met elkaar overeenstemmende feiten zijn waaruit blijkt dat de eiseressen het vaste voornemen hebben hun instemming te betuigen met het vonnis a quo, zodat hun berusting in dat vonnis eruit kan worden afgeleid, te meer daar zij de zekerheid stelden en aanmaanden tot de overdracht van de aandelen over te gaan op het ogenblik dat het hoger beroep door de verweerders reeds was ingesteld; - deze bijzondere omstandigheden met betrekking tot de uitvoering door de eiseressen van het vonnis a quo op vaststaande en ondubbelzinnige wijze de afstand van het uitoefenen van een rechtsmiddel aantonen; - dit tot gevolg heeft dat de eiseressen geen toelaatbaar incidenteel hoger beroep kunnen instellen tegen het eerste vonnis, wat zij niet doen, en vonnissen enkel door de rechtsmiddelen bij wet bepaald ongedaan kunnen worden gemaakt; - de eiseressen van hun vordering tot uitsluiting van de verweerders, nadat de eerste rechter deze gegrond heeft verklaard, geen afstand meer kunnen doen zonder dat zij tegen het vonnis van uitsluiting opkomen door het instellen van een rechtsmiddel.
  16. De appelrechters die op die gronden oordelen dat de eiseressen geen afstand kunnen doen van hun oorspronkelijke vordering, aangezien zij hebben berust in de beslissing van de eerste rechter, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. In zoverre is het middel eveneens gegrond. Overige grieven
  17. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Verklaart het arrest bindend ten aanzien van de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240627.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240627.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.