id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240627.1N.2 Rolnummer: C.23.0216.N Zaak: N. contra N. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2024-08-02 Raadplegingen: 1211 - laatst gezien 2026-06-19 04:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De geschillenregeling, geregeld in titel 7 van Boek 2 WVV, heeft een subsidiair karakter, zodat de eiser van een vordering tot uitsluiting of uittreding, die beide een subsidiair karakter hebben, moet aantonen dat alle pogingen zijn ondernomen om het geschil op een andere wijze op te lossen, hetzij dat er geen andere middelen bestaan om het conflict op definitieve wijze te beëindigen of om zijn rechten te vrijwaren. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:68 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:69 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiche 2 De uittreding strekt ertoe de geschillen te regelen die de fundamentele belangen van de vennootschap of de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen, of, meer algemeen, de gevallen van ernstige en duurzame onenigheid tussen de aandeelhouders op te lossen. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:68, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiche 3 Dat de gegronde redenen van die aard moeten zijn dat van de aandeelhouder die de overname vordert in redelijkheid niet kan verlangd worden dat hij nog langer aandeelhouder blijft, impliceert niet dat steeds een foutieve of onrechtmatige gedraging vereist is die specifiek toerekenbaar is aan de aandeelhouder van wie de overname gevorderd wordt, en waaraan de aandeelhouder die de overname vordert vreemd is; de uittreding strekt ook ertoe om de gevallen van ernstige en duurzame onenigheid tussen de aandeelhouders op te lossen, zodat het bijgevolg volstaat dat wordt vastgesteld dat er een ernstige en duurzame onenigheid bestaat die niet exclusief toerekenbaar is aan de eiser, waardoor van de aandeelhouder die de uittreding vordert in redelijkheid niet kan verlangd worden dat hij nog langer aandeelhouder blijft
(1).
(1)Cass. 16 maart 2009, AR C.08.0047.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090316.2, AC 2009, nr. 199, met concl. van toenmalig advocaat-generaal R. Mortier; Cass. 19 februari 2009, AR C.07.0171.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090219.11-C.07.0514, AC 2009, nr.
- Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:68, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiche 4 Een onenigheid die niet ernstig of van voorbijgaande aard is, kan de uittreding niet verantwoorden, gelet op haar definitieve en subsidiaire karakter. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:68 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0216.N
- V.N.,
- G.N., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- F.N.,
- I.N.,
- A.B.,
- M.H.,
- BOSSA NOVA nv, met zetel te 8554 Zwevegem (Sint-Denijs), Vinkestraat 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.516.220, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen, in aanwezigheid van
- J.V.E.,
- D.V.E.,
- M.V.E.,
- C.V.E., tot gemeen- en bindend verklaring opgeroepen partijen,
- DRUKKERIJ-UITGEVERIJ DIE KEURE nv, met zetel te 8000 Brugge, Kleine Pathoekeweg 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.108.325,
- INNI GROUP nv, met zetel te 8501 Kortrijk, Industrielaan 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0418.420.485, tot gemeen- en bindend verklaring opgeroepen partijen, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de vijfde en zesde in gemeen- en bindend verklaring opgeroepen partijen woonplaats kiezen,
- A.V., advocaat, […], in haar hoedanigheid van bewindvoerder van J.V.E., voornoemd, tot gemeen- en bindend verklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 februari
- Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- De geschillenregeling, geregeld in titel 7 van boek 2 WVV, heeft een subsidiair karakter, zodat de eiser van een vordering tot uitsluiting of uittreding moet aantonen dat alle pogingen zijn ondernomen om het geschil op een andere wijze op te lossen, hetzij dat er geen andere middelen bestaan om het conflict op definitieve wijze te beëindigen of om zijn rechten te vrijwaren. Niet alleen de vordering tot uitsluiting, maar ook de vordering tot uittreding heeft een subsidiair karakter. In zoverre het onderdeel uitgaat van het tegendeel, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het bijgevolg naar recht.
- Krachtens artikel 2:68, eerste lid, WVV kan iedere aandeelhouder om gegronde redenen in rechte vorderen dat zijn effecten worden overgenomen door de aandeelhouders op wie deze gegronde redenen betrekking hebben. De uittreding strekt ertoe de geschillen te regelen die de fundamentele belangen van de vennootschap of de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen, of, meer algemeen, de gevallen van ernstige en duurzame onenigheid tussen de aandeelhouders op te lossen. De gegronde redenen moeten van die aard zijn dat van de aandeelhouder die de overname vordert in redelijkheid niet kan verlangd worden dat hij nog langer aandeelhouder blijft. Dit impliceert niet dat steeds een foutieve of onrechtmatige gedraging vereist is die specifiek toerekenbaar is aan de aandeelhouder van wie de overname gevorderd wordt, en waaraan de aandeelhouder die de overname vordert vreemd is. De uittreding strekt ook ertoe om de gevallen van ernstige en duurzame onenigheid tussen de aandeelhouders op te lossen. Bijgevolg volstaat het dat wordt vastgesteld dat er een ernstige en duurzame onenigheid bestaat die niet exclusief toerekenbaar is aan de eiser, waardoor van de aandeelhouder die de uittreding vordert in redelijkheid niet kan verlangd worden dat hij nog langer aandeelhouder blijft. Een onenigheid die niet ernstig of van voorbijgaande aard is, kan de uittreding niet verantwoorden, gelet op haar definitieve en subsidiaire karakter. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de vereiste van een duurzame onenigheid niet van toepassing is bij een procedure tot uittreding, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het eveneens naar recht.
- In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 2:63 WVV, dat niet van toepassing is op de vordering tot uittreding van de eisers, is het niet ontvankelijk.
- De redenen van het arrest laten het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. In zoverre het onderdeel schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, kan het niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel verwijt de appelrechter dat hij bij de beoordeling van de vordering van de eisers tot uittreding niet alle feiten in aanmerking neemt die zij in hun appelconclusie hebben aangevoerd. Dergelijke grief is vreemd aan de als geschonden aangewezen motiveringsplicht van artikel 149 Grondwet en komt in werkelijkheid op tegen de feitelijke beoordeling van de rechter. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 6.755,94 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240627.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090219.11 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090316.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div