← België

T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240709.VAK.3 Rolnummer: P.24.1028.N Zaak: T. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-07-15 Raadplegingen: 644 - laatst gezien 2026-06-15 04:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een Europees aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd op grond van een nationaal aanhoudingsbevel, is in beginsel niet vereist dat een afschrift van dat nationaal aanhoudingsbevel bij het dossier wordt gevoegd. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 2 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 15 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 2 Het onderzoeksgerecht heeft in de regel niet te oordelen over de wettigheid en de regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel; die beoordeling komt immers de rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende staat toe; het staat derhalve aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat en niet aan de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat te oordelen of het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel het evenredigheidsbeginsel miskent. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 5 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 6 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 7 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 8 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1028.N P.T., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 8, lid 1, c), en 15, lid 2, Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en de artikelen 2, § 4, 3°, en 15 Wet Europees Aanhoudingsbevel: er bestaat enkel een mondeling nationaal bevel tot aanhouding in Nederland maar geen geschreven bevel tot aanhouding op basis waarvan geverifieerd kan worden of alle rechten van de eiser zijn gevrijwaard; er dient een prejudiciële vraag gesteld te worden aan het Hof van Justitie met betrekking tot het begrip aanhoudingsbevel; minstens had meer informatie moeten verkregen worden van de Nederlandse autoriteiten.
  3. Wanneer een Europees aanhoudingsbevel vermeldt dat het werd uitgevaardigd op grond van een nationaal rechterlijk aanhoudingsbevel, moet de rechter die over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel oordeelt, ervan uitgaan dat dit nationaal aanhoudingsbevel uitvoerbaar is en met eerbiediging van de in artikel 1.1 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bedoelde grondrechten werd gewezen door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie van de uitvaardigende lidstaat. Dit is slechts anders wanneer gegevens voorliggen of enigszins aannemelijk worden gemaakt die hieraan doen twijfelen. Voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een Europees aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd op grond van een nationaal aanhoudingsbevel, is in beginsel niet vereist dat een afschrift van dat nationaal aanhoudingsbevel bij het dossier wordt gevoegd.
  4. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat een schriftelijk nationaal aanhoudingsbevel moet worden overgelegd bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het Europees aanhoudingsbevel, faalt naar recht.
  5. De prejudiciële vraag die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, wordt niet gesteld. (…) Derde middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 4, 5°, juncto 6 VEU juncto de artikelen 51 en 52 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie: de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel miskent de grondrechten van de eiser; het was mogelijk voor de Nederlandse autoriteiten om een Europees onderzoeksbevel uit te vaardigen waarbij de Belgische autoriteiten aangezocht zouden worden een verhoor te organiseren en de resultaten vervolgens aan de Nederlandse autoriteiten over te maken; de procedure houdt een verregaande en onevenredige beperking in van het recht van de eiser “om te gaan en te staan”.
  7. Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel met het oog op strafvervolging heeft enkel te oordelen over de aanwezigheid van de in de artikelen 4 tot en met 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalde weigeringsgronden en waarborgen, na te hebben nagegaan of aan de voorwaarden van de artikelen 3 en 5 Wet Europees Aanhoudingsbevel is voldaan. Het onderzoeksgerecht heeft in de regel niet te oordelen over de wettigheid en de regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel. Die beoordeling komt immers de rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende staat toe. Het staat derhalve aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat en niet aan de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat te oordelen of het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel het evenredigheidsbeginsel miskent. De omstandigheid dat de autoriteiten van de uitvaardigende staat ook gebruik kunnen maken van een Europees onderzoeksbevel, laat niet toe anders te oordelen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, sectievoorzitters Geert Jocqué en Mireille Delange, de raadsheren Simon Claisse en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 9 juli 2024 uitgesproken door sectievoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240709.VAK.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.