← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240806.VAK.1 Rolnummer: P.24.1083.N Zaak: S. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-10-17 Raadplegingen: 302 - laatst gezien 2026-06-15 07:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De strafuitvoeringsrechter omkleedt de beslissing tot afwijzing van een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit, dat voldoet aan de vorm- en tijdsvoorwaarden, regelmatig met redenen indien hij vaststelt dat minstens één van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen aanwezig is en hij de feitelijke gegevens vermeldt voor die vaststelling; niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter voor de vaststelling van de aanwezigheid van de door artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen letterlijk de bewoordingen gebruikt waarin die bepaling die tegenaanwijzingen omschrijft, maar wel is het noodzakelijk dat hij ondubbelzinnig vermeldt welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen aanwezig zijn; wanneer het vonnis niet ondubbelzinnig vaststelt welke van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht beletten, is de beslissing tot afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit niet naar recht verantwoord. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1083.N A.S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Johan Van Genechten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 8 juli 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: met het oordeel dat de eiser de feiten waarvoor hij werd veroordeeld niet als verkeerd beschouwt en hij bijgevolg de slachtoffers niet erkent en de daaruit gemaakte afleiding dat de kans op recidive reëel is, grondt de strafuitvoeringsrechter de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit op een niet in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzing. 2. Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering vermeldt de volgende tegenaanwijzingen die de afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit kunnen verantwoorden: - het feit dat de veroordeelde niet de mogelijkheid heeft om in zijn behoeften te voorzien; - een manifest risico voor de fysieke integriteit van derden; - het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen; - de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid; - de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met de vermogenssituatie van de veroordeelde, zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij is veroordeeld. 3. De strafuitvoeringsrechter omkleedt de beslissing tot afwijzing van een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit, dat voldoet aan de vorm- en tijdsvoorwaarden, regelmatig met redenen indien hij vaststelt dat minstens één van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen aanwezig is en hij de feitelijke gegevens vermeldt voor die vaststelling. 4. Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter voor de vaststelling van de aanwezigheid van de door artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen letterlijk de bewoordingen gebruikt waarin die bepaling die tegenaanwijzingen omschrijft. Wel is het noodzakelijk dat hij ondubbelzinnig vermeldt welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen aanwezig zijn. 5. Het vonnis vermeldt de relevante feitelijke gegevens om vervolgens op grond daarvan te oordelen dat de kans op recidive erg reëel is, er in de geschetste omstandigheden geen veilig sociaal reclasseringsplan voorligt dat kan worden beoordeeld en de tegenindicaties dan ook niet kunnen worden opgeheven door het opleggen van bijzondere voorwaarden. 6. Met die redenen stelt het vonnis niet ondubbelzinnig vast welke van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht beletten. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven 7. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Michel Lemal, de raadsheren Ariane Jacquemin, Maxime Marchandise en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 6 augustus 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240806.VAK.1 Gerelateerde publicatie(
  2. s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250325.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.