id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240813.VAK.2 Rolnummer: P.24.1130.N Zaak: T. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-08-19 Raadplegingen: 488 - laatst gezien 2026-06-15 07:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter op basis van de feitelijke gegevens die hij vermeldt, oordeelt dat er een reëel gevaar is op recidive en daaruit vervolgens afleidt dat er een manifest risico is voor de fysieke integriteit van derden; met een dergelijk oordeel neemt de strafuitvoeringsrechter geen bij wet bepaalde tegenaanwijzing in aanmerking, maar stelt hij integendeel het voorhanden zijn vast van de in artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter bij de beoordeling van de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden de vereiste betrekt van een reclasseringsplan dat naar de inschatting van de strafuitvoeringsrechter volledig veilig is en op basis van de feitelijke gegevens die hij vermeldt, oordeelt dat er geen volledig veilig reclasseringsplan voorligt en dat het bijgevolg niet mogelijk is de voorhanden zijnde tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden te neutraliseren door het opleggen van bijzondere voorwaarden; met een dergelijke beoordeling neemt de strafuitvoeringsrechter geen bij wet bepaalde tegenaanwijzing in aanmerking, maar stelt hij integendeel het voorhanden zijn vast van de in artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 5 - 6 Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter op basis van veroordelingen wegens drugmisdrijven en zijn inschatting van de inkomsten- en schuldensituatie van de veroordeelde, oordeelt dat er een reëel gevaar is op recidive in lucratieve drughandel. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1130.N R. L. E. T., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 8 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste en tweede middel
- Het eerste middel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht af op grond van recidivegevaar, terwijl dit geen door deze bepaling vermelde tegenaanwijzing is; de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden is te onderscheiden van het recidivegevaar en kan daaruit niet automatisch worden afgeleid; minstens vermeldt het vonnis niet de feitelijke gegevens waaruit het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden wordt afgeleid. Het tweede middel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: met het oordeel dat er geen volledig veilig sociaal reclasseringsplan voorligt en de tegenindicatie van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden niet kan worden opgeheven door het opleggen van bijzondere voorwaarden voegt het vonnis een bijkomende niet bij de wet bepaalde voorwaarde toe; het is bovendien onmogelijk een volledig veilig sociaal reclasseringsplan over te leggen.
- De strafuitvoeringsrechter omkleedt de afwijzing van het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht regelmatig met redenen als hij vaststelt dat minstens één van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen voorhanden is en hij de feitelijke gegevens vermeldt voor die vaststelling. In zoverre het eerste en tweede middel uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen ze naar recht.
- Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter op basis van de feitelijke gegevens die hij vermeldt, oordeelt dat er een reëel gevaar is op recidive en daaruit vervolgens afleidt dat er een manifest risico is voor de fysieke integriteit van derden. Met een dergelijk oordeel neemt de strafuitvoeringsrechter geen bij wet bepaalde tegenaanwijzing in aanmerking, maar stelt hij integendeel het voorhanden zijn vast van de in artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. In zoverre het eerste middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter: - bij de beoordeling van de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden de vereiste betrekt van een reclasseringsplan dat naar de inschatting van de strafuitvoeringsrechter volledig veilig is; - op basis van de feitelijke gegevens die hij vermeldt, oordeelt dat er geen volledig veilig reclasseringsplan voorligt en dat het bijgevolg niet mogelijk is de voorhanden zijnde tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden te neutraliseren door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Met een dergelijke beoordeling neemt de strafuitvoeringsrechter geen bij wet bepaalde tegenaanwijzing in aanmerking, maar stelt hij integendeel het voorhanden zijn vast van de in artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. In zoverre het tweede middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis grondt de afwijzing van eisers verzoek om elektronisch toezicht op de vaststelling dat er geen zicht is op het feit of hij met zijn legale inkomsten in staat is zijn schulden af te betalen en te voorzien in zijn levensonderhoud; uit de bij het verzoek om elektronisch toezicht gevoegde stukken blijken nochtans de inkomsten van de eiser met inbegrip van een detail van zijn rekeningen en een afbetalingsplan van zijn schulden; uit de loutere vaststelling dat er geen zicht is op het feit of de eiser met zijn legale inkomsten in staat is zijn schulden af te betalen en te voorzien in zijn levensonderhoud, kan niet automatisch “een reëel gevaar op recidive in lucratieve drughandel” worden afgeleid.
- Het door het middel bekritiseerde oordeel is niet louter gebaseerd op de inkomsten en de schulden van de eiser, maar ook op de vaststelling dat hij werd veroordeeld tot grote bedragen aan geldboete, verbeurdverklaring van vermogensvoordelen en gerechtskosten die hij volgens zijn zeggen zou afbetalen, alsook op de vaststelling dat hij een eigen bouwfirma heeft maar werkongeschikt is vanaf januari 2024 tot minstens juli
- In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter op basis van veroordelingen wegens drugmisdrijven en zijn inschatting van de inkomsten- en schuldensituatie van de veroordeelde, oordeelt dat er een reëel gevaar is op recidive in lucratieve drughandel. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straf van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Michel Lemal, als voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Ariane Jacquemin, Maxime Marchandise en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 augustus 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Michel Lemal, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240813.VAK.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div