id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240813.VAK.7 Rolnummer: P.24.1186.N Zaak: A. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-08-19 Raadplegingen: 599 - laatst gezien 2026-06-18 13:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het enkele feit dat een veroordeelde blijvend ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten waarvoor hij werd veroordeeld, is geen door artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzing en de strafuitvoeringsrechter kan de afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit dan ook niet steunen op dit enkele feit; de strafuitvoeringsrechter kan evenwel in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak het voorhanden zijn van de door artikel 28, § 1, 2°, Wet Straftuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden gronden op een blijvende ontkenning door de veroordeelde van de feiten waarvoor hij werd veroordeeld. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1, 2° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1, 2° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1186.N I. A. I. A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Boris Reynaerts, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 15 juli 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: door de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden te gronden op een verwijzing naar de blijvende ontkennende houding van de eiser, neemt het vonnis een niet bij de wet bepaalde tegenaanwijzing aan; de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteiten is gesteund op het louter vormelijk aannemen van de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden; zij is in werkelijkheid uitsluitend gesteund op de vaststelling van eisers blijvende ontkenning. 2. Het enkele feit dat een veroordeelde blijvend ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten waarvoor hij werd veroordeeld, is geen door artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzing. De strafuitvoeringsrechter kan de afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit dan ook niet steunen op dit enkele feit. 3. De strafuitvoeringsrechter kan evenwel in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak het voorhanden zijn van de door artikel 28, § 1, 2°, Wet Straftuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden gronden op een blijvende ontkenning door de veroordeelde van de feiten waarvoor hij werd veroordeeld. 4. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 5. Het vonnis stelt vast dat de eiser werd veroordeeld voor een seksueel misdrijf, hij de feiten ontkent en met het openbaar ministerie moet worden aangenomen dat in die omstandigheden een psychosociale begeleiding noodzakelijk is. Het oordeelt vervolgens dat de afwezigheid van schuldinzicht en de ontkenning van de feiten door de eiser een risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten opleveren, waardoor een aantasting van de fysieke integriteit van derden niet kan worden uitgesloten. Aldus grondt het vonnis het voorhanden zijn van de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden niet louter op de blijvende ontkenning van de veroordeelde maar wel gelet op de concrete omstandigheden van de zaak op de afwezigheid van een psychosociale begeleiding. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel 6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: door eerst aan te nemen dat de eiser op de financiële steun van zijn broer kan rekenen totdat hij over een betaalde tewerkstelling beschikt en hij ook bij zijn broer kan inwonen, maar dan vervolgens te oordelen dat hij niet in zijn eigen behoeften kan voorzien, is het vonnis niet en strijdig met artikel 149 Grondwet gemotiveerd; artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt niet dat eigen inkomsten noodzakelijk zijn. 7. De afwijzing van de door de eiser gevraagde strafuitvoeringsmodaliteiten is naar recht verantwoord door de vergeefs met het eerste middel bekritiseerde vaststelling van het voorhanden zijn van de door artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. Het middel dat enkel de vaststelling van het voorhanden zijn bekritiseert van de door artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Michel Lemal, als voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Ariane Jacquemin, Maxime Marchandise en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 augustus 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Michel Lemal, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240813.VAK.7 Gerelateerde publicatie(
- s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241203.2N.15 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.