← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240820.VAK.1 Rolnummer: P.24.1181.N Zaak: D. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-08-26 Raadplegingen: 447 - laatst gezien 2026-06-15 07:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De in artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde adviezen, die uitgaan van personen die beschikken over de nodige deskundigheid om zich uit te spreken over de gezondheidstoestand van de veroordeelde die om zijn voorlopige invrijheidstelling om medische redenen verzoekt, hebben tot doel de strafuitvoeringsrechter toe te laten met kennis van zaken te oordelen of aan de in artikel 72 Wet Strafuitvoering bepaalde voorwaarden voor deze bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit is voldaan en zijn onontbeerlijk voor de beoordeling van het verzoek zodat deze adviezen dan ook noodzakelijkerwijze moeten dateren van na het schriftelijk verzoek van de veroordeelde

(1)
(2).
(1)Cass. 7 juni 2016, AR P.16.0599.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.6, AC 2016, nr. 383.
(2)Cass. 12 februari 2019, AR P.19.0074.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 72 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 74, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1181.N F. A. L. D.G., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 juli
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 72 en 74 Wet Strafuitvoering: de afwijzende beslissing over eisers verzoek om voorlopige invrijheidstelling om medische redenen is genomen zonder dat vaststaat dat de strafuitvoeringsrechter de beschikking had over een advies van de behandelende geneesheer daterend van na eisers verzoek; het ongedateerd en niet ondertekend document met als opschrift “Advies dr. M. D. S., behandelende arts van D. G. F.” en dat afsluit met “M.” kan niet doorgaan voor een door artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering bedoeld advies van de behandelende geneesheer; de strafuitvoeringsrechter en de eiser hebben geen zekerheid over de hoedanigheid van de adviesverlener en de datum waarop het advies werd verleend.
  4. Volgens artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering kan een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen door de strafuitvoeringsrechter worden toegekend op schriftelijk verzoek van de veroordeelde na een met redenen omkleed advies van de directeur, dat is vergezeld van de adviezen van de behandelende geneesheer, van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en in voorkomend geval van de door de veroordeelde gekozen geneesheer. Volgens artikel 74, § 2, Wet Strafuitvoering verzamelt de directeur de in paragraaf 1 vermelde adviezen en bezorgt de gevangenisgriffie het verzoek samen met deze adviezen aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.
  5. De in artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde adviezen, die uitgaan van personen die beschikken over de nodige deskundigheid om zich uit te spreken over de gezondheidstoestand van de veroordeelde die om zijn voorlopige invrijheidstelling om medische redenen verzoekt, hebben tot doel de strafuitvoeringsrechter toe te laten met kennis van zaken te oordelen of aan de in artikel 72 Wet Strafuitvoering bepaalde voorwaarden voor deze bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit is voldaan. Ze zijn onontbeerlijk voor de beoordeling van het verzoek. Deze adviezen moeten dan ook noodzakelijkerwijze dateren van na het schriftelijk verzoek van de veroordeelde.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het document met als opschrift “dr. M. D. S., behandelende arts van D. G. F.” dateert van na eisers verzoek. De beslissing die is gesteund op dit document en ook ernaar verwijst, is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Ariane Jacquemin, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 20 augustus 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240820.VAK.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.6 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.