id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 427
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 427
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 427, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.1239.N
- F. S.,
- H. G., verzoekers tot wraking, burgerlijke partijen, eisers, met als raadsman mr. Jan De Winter, advocaat bij de balie Gent, tegen
- D. V. B.,
- J. P.,
- G. D. B., personen tegen wie de strafvordering is ingesteld. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, burgerlijke kamer, van 28 juni
- De eisers voeren geen middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd door de wet van 14 februari 2014 met betrekking tot de rechtspleging voor het Hof van Cassatie, bepaalt: “De partij die cassatieberoep instelt, moet het cassatieberoep laten betekenen aan de partij tegen wie het gericht is. De vervolgde persoon is daartoe evenwel enkel verplicht in zoverre zijn cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering”.
- Met deze bepaling heeft de wetgever aan de eisers in cassatie een algemene verplichting tot betekening opgelegd, met als enige en dus strikt te interpreteren uitzondering het geval waarbij het cassatieberoep uitgaat van een vervolgde partij tegen een beslissing op de strafvordering zelf en daarmee gelijk te stellen gevallen.
- De eisers zijn burgerlijke partijen die opkomen tegen het arrest dat hun verzoek tot wraking van de onderzoeksrechter heeft afgewezen. Het door de onderzoeksrechter gevoerde gerechtelijk onderzoek wordt gevoerd ingevolge hun burgerlijkepartijstelling die uitdrukkelijk werd gericht tegen de verweerders.
- De eisers, die geen vervolgde partij zijn in de zin van artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, moeten hun cassatieberoep laten betekenen aan de verweerders, die in de cassatieprocedure hun tegenpartij zijn. De omstandigheid dat de verweerders niet werden opgeroepen in de procedure voor de appelrechter die uitspraak heeft gedaan over het wrakingsverzoek van de eisers, laat niet toe anders te oordelen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eisers hun cassatieberoep hebben laten betekenen aan de verweerders. De cassatieberoepen zijn niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 44,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Michel Lemal, als voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Maxime Marchandise, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 augustus 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Michel Lemal, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240827.VAK.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150922.7 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151014.1 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151201.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div