← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0722.N R. V., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 29 maart

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: eensdeels steunen de appelrechters de schuldigverklaring van de eiseres op de analyse van dashcam-beelden door de politie, terwijl die beelden zelf niet aan tegenspraak werden onderworpen en er voor deze inperking van het recht van verdediging van de eiseres geen gewettigde reden bestond; anderdeels steunen de appelrechters de schuldigverklaring van de eiseres op een getuigenverklaring, terwijl er van de feiten dashcam-beelden waren die niet werden gevoegd aan het strafdossier, zonder dat daarvoor een gewettigde reden bestond; de eiseres heeft recht op de voeging aan het strafdossier van alle tijdens het strafrechtelijk vooronderzoek verzamelde bewijsmateriaal à charge en à décharge; de eiseres heeft bij appelconclusie aangevoerd dat getuige D. heeft verklaard “het hele gebeuren” te hebben gefilmd met haar dashcam en de beelden aan de politie te hebben overhandigd, terwijl de eiseres geen toegang heeft gekregen tot die beelden en het strafdossier slechts “luttele screenshots bevat” die niet overeenkomen met de analyse van de dashcam-beelden door de politie, zodat er sprake is van een aantasting van de betrouwbaarheid van het bewijs.
  3. Het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging vereisen in de regel dat een beklaagde inzage krijgt van alle gegevens à charge en à décharge waarover de politie tijdens het opsporingsonderzoek heeft kunnen beschikken en die pertinent zijn voor de beoordeling van de schuldvraag. Dat recht is evenwel niet absoluut. Uit het oordeel van de rechter kan blijken dat de voeging van bepaalde van die gegevens niet nodig is voor het achterhalen van de waarheid. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar. Hij kan daarbij een geheel van omstandigheden tegen elkaar afwegen, waaronder het belang van de zaak, de vereiste omvang en de diepgang van het strafonderzoek in verhouding met dat belang, de aannemelijkheid van het verweer van de partij die de afwezigheid van bepaalde gegevens bekritiseert en de doorslaggevende aard van de reeds in het strafdossier aanwezige bewijsgegevens voor de beoordeling van de schuldvraag. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. De eiseres is vervolgd voor een verkeersinbreuk (telastlegging A: overtreding van artikel 10.1.3°, Wegverkeersreglement) en voor vluchtmisdrijf (telastlegging B). Het bestreden vonnis bevestigt het beroepen vonnis dat de eiseres daarvoor veroordeelt tot een geldboete (telastlegging A) en tot een geldboete met gedeeltelijk uitstel en een maand rijverbod (telastlegging B).
  5. Het bestreden vonnis vat de politionele vaststellingen (onder meer de schadevaststelling en de aanmelding van een getuige die zegt de aanrijding te hebben gezien en te beschikken over dashcam-beelden) samen en oordeelt verder als volgt: - de politie heeft de camerabeelden van de dashcam bezorgd door getuige D. geanalyseerd en daarop waargenomen dat de bestuurder van de Toyota twee keer achteruit reed, waarbij telkens het geparkeerde voertuig Audi werd geraakt. Op de beelden kon de politie zelfs zien dat de Audi bewoog bij de tweede aanrijding. De eiseres reed vervolgens weg en ze werd tegengehouden door de getuigen, die haar op de aanrijding attent maakten; - de eiseres ontkende de aanrijding, ook toen de politie haar de beelden van de dashcam toonde. Aan haar auto, de Toyota, was er geen schade zichtbaar; - uit het geheel van de politionele vaststellingen, waaronder de schadevaststelling aan de Audi en de verklaring van getuige D., komt het bewezen voor dat de eiseres, bij het achterwaarts uitrijden van haar garage, de geparkeerde auto aan de overzijde van de straat heeft aangereden; - getuige D. is een onafhankelijke getuige, die toevallig de auto bestuurde bij de plaats van de feiten. Haar verklaring is omstandig en precies en ze relateert dat ze de aanrijding heeft zien gebeuren. Zij zat als het ware in de eerste loge om het voorval gade te slaan, want ze diende te wachten totdat de eiseres haar omslachtig manoeuvre had beëindigd. De getuige kon dit nauwkeurig observeren. Na de aanrijding heeft de getuige de eiseres daarover aangesproken toen deze laatste wegreed van de locatie. De eiseres ontkende de aanrijding; - de eiseres bleef de materialiteit van de aanrijding ontkennen, zelfs toen de man van de getuige haar confronteerde met de krassen op de linker achterbumper van de Audi; - ook op de dashcam-beelden kon de politie vaststellen dat de bestuurster van de Toyota zelfs tot twee maal toe achterwaarts tegen de geparkeerde Audi reed; - dat de eiseres volgens haar bewering niets heeft gevoeld, pleit haar uiteraard niet vrij van het vluchtmisdrijf, want zelfs, al zou dit waar zijn, dan nog werd zij onmiddellijk na de aanrijding door de getuige en haar man uitdrukkelijk erop gewezen dat ze een aanrijding met schade had veroorzaakt. Op dat ogenblik kon zij daarvan niet meer onwetend zijn; - de politie heeft een schets opgemaakt en ter plaatse opmetingen verricht, die alleszins geen enkele incompatibiliteit aan het licht hebben gebracht; - de dashcam-beelden maken inderdaad geen deel uit van het strafdossier, zodat ze ook niet als bewijs dienen en kunnen worden geweerd uit het dossier.
  6. Op grond van die redenen, waaruit onder meer blijkt dat de eiseres wel degelijk toegang heeft gekregen tot de dashcam-beelden waarvan de verbalisanten screenshots bij het strafdossier hebben gevoegd en dat de appelrechters hun beoordeling in het bijzonder steunen op de in het strafdossier aanwezige getuigenverklaringen en vaststellingen van de politie, kan het bestreden vonnis de eiseres wettig schuldig verklaren aan de telastleggingen A en B, zonder dat hiervoor de dashcam-beelden bij het strafdossier dienden te zijn gevoegd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210202.2N.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.2 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220607.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.