id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen:
Art. 3- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WETTEN.
DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wettelijke bepalingen:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 5 - 8 Indien één of meer daden van strafbare deelneming zijn verricht op het Belgisch grondgebied aan een in het buitenland gepleegd hoofdmisdrijf, heeft de Belgische strafrechter op grond van artikel 3 Strafwetboek rechtsmacht voor die daden van strafbare deelneming aan dat hoofdmisdrijf
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Wettelijke bepalingen:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 66
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 66- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WETTEN.
DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wettelijke bepalingen:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 66
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen:
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 66- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.0506.N
- LA SILLA bv, met zetel te 1000 Brussel, Picardstraat 7, Box 100, ON 0653.865.716, burgerlijke partij,
- L. D. B., burgerlijke partij, eisers, beiden met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen
- I. G., inverdenkinggestelde,
- P. R., inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 maart
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Op 23 augustus 2024 heeft advocaat-generaal Bart De Smet een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 3 september 2024 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 3 Strafwetboek: de beslissing van territoriale onbevoegdheid is niet naar recht verantwoord; het arrest onderzoekt weliswaar of één van de constitutieve bestanddelen van de ten laste gelegde feiten op het Belgisch grondgebied kan worden gelokaliseerd, maar het gaat niet na of de aan deze feiten ten grondslag liggende materiële gedragingen in België zijn gepleegd; het arrest sluit verder niet uit dat op het Belgische grondgebied een materiële handeling werd gesteld ter voorbereiding van een van de constitutieve bestanddelen van de ten laste gelegde misdrijven. Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 66 Strafwetboek: de beslissing tot niet-vervolgbaarheid van de aan de verweerders verweten feiten is niet naar recht verantwoord; het arrest laat na te onderzoeken of er voorafgaand aan of tijdens de incriminatieperiode van de feiten door de verweerders in België een handeling werd gesteld die een door artikel 66 Strafwetboek bepaalde vorm van medewerking aan die feiten verleent.
- Artikel 3 Strafwetboek bepaalt dat het misdrijf, op het grondgebied van het Rijk, door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt gestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten.
- De Belgische strafrechter heeft rechtsmacht om te oordelen over een in België gepleegd misdrijf.
- Een misdrijf is in België gepleegd in de zin van artikel 3 Strafwetboek indien één van de constitutieve bestanddelen of een verzwarende omstandigheid geheel of gedeeltelijk op het Belgisch grondgebied plaatsvindt of indien de materiële gedraging die daaraan ten grondslag ligt zich geheel of gedeeltelijk in België voordoet.
- Uit het enkele feit dat in België een niet-strafbare voorbereidende handeling is gepleegd betreffende een voor het overige geheel in het buitenland gepleegd misdrijf, volgt evenwel niet dat dit misdrijf een in België gepleegd misdrijf is in de zin van artikel 3 Strafwetboek.
- Indien één of meer daden van strafbare deelneming zijn verricht op het Belgisch grondgebied aan een in het buitenland gepleegd hoofdmisdrijf, heeft de Belgische strafrechter op grond van artikel 3 Strafwetboek rechtsmacht voor die daden van strafbare deelneming aan dat hoofdmisdrijf.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (randnr. 3.5.1-3.5.5) stelt de chronologie van de volgens de appelrechters relevante feiten vast. Op basis daarvan oordeelt het arrest (randnr. 3.6.1-3.6.5 en 3.7-3.8) vervolgens voor elk van de aan de verweerders verweten misdrijven dat geen van de constitutieve bestanddelen van de misdrijven in België kan worden gesitueerd.
- Uit de samenlezing van die redenen volgt dat het arrest niet enkel oordeelt dat geen van de constitutieve bestanddelen van de aan de verweerders verweten misdrijven in België kunnen worden gesitueerd, maar bovendien ook te kennen geeft dat de aan die misdrijven ten grondslag liggende materiële gedragingen niet in België werden gepleegd en dat er evenmin daden van strafbare deelneming in België werden gepleegd. Aldus verantwoordt het arrest de bekritiseerde beslissing naar recht. In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 103,81 euro, waarvan 68,81 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240903.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div