id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.3 Rolnummer: P.24.0547.N Zaak: T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-09-05 Raadplegingen: 453 - laatst gezien 2026-06-15 07:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit de samenhang tussen de artikelen 47, eerste lid, 48, eerste lid, 1° en 2° en 49, eerste lid, Wegverkeerswet en de doelstelling van deze laatste bepaling, namelijk vermijden dat een voertuig wordt toevertrouwd aan een bestuurder of een begeleider waarvan vaststaat dat hij niet voldoet aan de voorwaarden om een voertuig te besturen, volgt dat de strafbaarstelling van artikel 49 Wegverkeerswet niet enkel van toepassing is indien de bestuurder of de begeleider vervallen is verklaard van het recht tot sturen, maar ook indien die vervallenverklaring is beëindigd zonder dat de betrokkene met goed gevolg de examens en onderzoeken heeft afgelegd waarvan het herstel van het recht tot sturen afhankelijk was gemaakt
(1).
(1)In die zin P. ARNOU en M. DE BUSSCHER, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Kluwer, 1999, p.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 49 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 47, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° en 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 49 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0547.N
- T. T., beklaagde, eiser,
- Y. K. K., beklaagde, eiseres, beiden met als raadsman mr. Leen Vanbrabant, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven, van 14 maart
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 48 en 49 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verklaart het feit omschreven onder de telastlegging D ten onrechte bewezen lastens de eiseres; artikel 49 Wegverkeerswet heeft het enkel over het toevertrouwen van een voertuig aan een persoon die vervallen is verklaard van het recht tot sturen; het maakt geen melding van het geval waarbij een voertuig wordt toevertrouwd aan een persoon voor wie het opgelegde verval is beëindigd, maar die de hem opgelegde examens en onderzoeken niet met goed gevolg heeft ondergaan; het bestreden vonnis stelt ten onrechte het opleggen van het verval van het recht tot sturen gelijk met het afhankelijk maken van het recht tot sturen van het met succes afleggen van de examens en onderzoeken.
- Artikel 47, eerste lid, Wegverkeerswet, bepaalt dat hij die een verval van het recht tot sturen heeft opgelopen na 25 mei 1965 en werd onderworpen aan een theoretisch, praktisch, geneeskundig of psychologisch onderzoek, na het eindigen van het verval, slechts een voertuig mag besturen van de categorie waarop de vervallenverklaring slaat, mits hij met goed gevolg het opgelegde onderzoek heeft ondergaan.
- Artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet bestraft hij die een voertuig bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing, spijts het tegen hem uitgesproken verval. Artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet bestraft hij die een motorvoertuig bestuurt van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing, zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan. Artikel 49, eerste lid, Wegverkeerswet bestraft hij die wetens een motorvoertuig voor het besturen of de begeleiding met het oog op scholing toevertrouwt aan een persoon die van het recht tot sturen vervallen is verklaard. Volgens het tweede lid van deze bepaling is het eerste lid niet van toepassing op het personeelslid van een erkende rijschool die een regelmatig ingeschreven leerling begeleidt die zich voorbereidt op het praktische examen.
- Uit de samenhang tussen deze bepalingen en de doelstelling van artikel 49 Wegverkeerswet, namelijk vermijden dat een voertuig wordt toevertrouwd aan een bestuurder of een begeleider waarvan vaststaat dat hij niet voldoet aan de voorwaarden om een voertuig te besturen, volgt dat de strafbaarstelling van artikel 49 Wegverkeerswet niet enkel van toepassing is indien de bestuurder of de begeleider vervallen is verklaard van het recht tot sturen, maar ook indien die vervallenverklaring is beëindigd zonder dat de betrokkene met goed gevolg de examens en onderzoeken heeft afgelegd waarvan het herstel van het recht tot sturen afhankelijk was gemaakt. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div