id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.5 Rolnummer: P.24.0945.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-09-05 Raadplegingen: 475 - laatst gezien 2026-06-15 07:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Volgens artikel 12, eerste lid, Interneringswet kunnen de onderzoeks- of vonnisgerechten ten aanzien van een beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde die zich hetzij in de toestand van opsluiting bevindt zoals omschreven in de artikelen 10 en 11 Interneringswet, hetzij in vrijheid onder voorwaarden is gesteld, bij afzonderlijke gemotiveerde beschikking beslissen om de hechtenis uit te voeren onder elektronisch toezicht, de betrokkene in vrijheid te laten of te stellen, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die zij bepalen en uiterlijk tot het in kracht van gewijsde treden van de beslissing die de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft genomen ingevolge de eerste zitting vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2 Interneringswet
(1); bij toepassing van artikel 12, vierde lid, Interneringswet kan tegen de voormelde beschikking geen verzet of hoger beroep worden ingesteld; die bepaling houdt een uitzondering in op de algemene regels inzake rechtsmiddelen die in beginsel tegen rechterlijke beslissingen kunnen worden aangewend; artikel 12, vierde lid, Interneringswet geldt wanneer het onderzoeks- of vonnisgerecht naar aanleiding van een vonnis of beschikking tot internering oordeelt over een in artikel 12, eerste lid, Interneringswet bedoelde maatregel, en dit zowel wanneer het een dergelijke maatregel beveelt als wanneer het die weigert; de omstandigheid dat de beslissing tot weigering om een in artikel 12, eerste lid, Interneringswet bedoelde maatregel te bevelen deel uitmaakt van de beschikking of het vonnis dat de internering beveelt, doet hieraan geen afbreuk.
(1)K. HANOUILLE, Internering en toerekeningsvatbaarheid, Intersentia, 2018, 318; P. VERPOORTEN, Internering, Kluwer, 2022, 56-
- Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste en vierde lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 29, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste en vierde lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 29, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste en vierde lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 29, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P24.0945.N H. V., inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 mei
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
- Het eerste middel voert schending aan van artikel 14 Interneringswet: met het oordeel dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om tegen een beschikking tot internering louter hoger beroep aan te tekenen met betrekking tot de uitvoeringsmodaliteit van de internering, verantwoordt het arrest niet naar recht de beslissing dat het hoger beroep van de eiseres tegen de beschikking van de raadkamer van 15 maart 2024 niet ontvankelijk is; de beroepen beschikking van de raadkamer heeft niet alleen de internering van de eiseres bevolen maar ook geoordeeld dat de internering voorlopig zal plaatsvinden in de psychiatrische afdeling van een gevangenis en er dus geen gevolg kan worden gegeven aan het verzoek van de eiseres om haar in vrijheid te stellen onder voorwaarden, waaronder met name de door de eiseres voorgestelde voorwaarde om zich residentieel te laten opnemen in de psychiatrische instelling Multiversum te Boechout (Cadenza 3); aldus heeft de raadkamer ook met betrekking tot dit laatste punt haar rechtsmacht uitgeput, zodat de eiseres hiertegen hoger beroep kon aantekenen. Het tweede middel voert schending aan van artikel 12 Interneringswet: het arrest verantwoordt niet naar recht het oordeel dat de eiseres geen hoger beroep kan aantekenen tegen de beschikking van 15 maart 2024 in zoverre de raadkamer daarin heeft geweigerd gevolg te geven aan haar verzoek om haar onder voorwaarden in vrijheid te stellen; slechts wanneer de raadkamer bij een afzonderlijk gemotiveerde beschikking een dergelijk verzoek beoordeelt, kan tegen die beslissing geen hoger beroep worden ingesteld; in de beroepen beschikking van 15 maart 2024 werd echter zowel de internering van de eiseres bevolen als haar verzoek om haar onder voorwaarden in vrijheid te stellen afgewezen; aangezien aldus in dezelfde beschikking uitspraak werd gedaan over de internering als over het voormelde verzoek van de eiseres, kon de eiseres tegen de beschikking van 15 maart 2024 op een ontvankelijke wijze hoger beroep aantekenen, beperkt tot de beslissing waarbij haar verzoek om haar onder voorwaarden voorlopig in vrijheid te stellen, werd afgewezen.
- Volgens artikel 12, eerste lid, Interneringswet kunnen de onderzoeks- of vonnisgerechten ten aanzien van een beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde die zich hetzij in de toestand van opsluiting bevindt zoals omschreven in de artikelen 10 en 11 Interneringswet, hetzij in vrijheid onder voorwaarden is gesteld, bij afzonderlijke gemotiveerde beschikking beslissen om de hechtenis uit te voeren onder elektronisch toezicht, de betrokkene in vrijheid te laten of te stellen, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die zij bepalen en uiterlijk tot het in kracht van gewijsde treden van de beslissing die de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft genomen ingevolge de eerste zitting vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2 Interneringswet.
- Bij toepassing van artikel 12, vierde lid, Interneringswet kan tegen de voormelde beschikking geen verzet of hoger beroep worden ingesteld. Die bepaling houdt een uitzondering in op de algemene regels inzake rechtsmiddelen die in beginsel tegen rechterlijke beslissingen kunnen worden aangewend.
- Artikel 12, vierde lid, Interneringswet geldt wanneer het onderzoeks- of vonnisgerecht naar aanleiding van een vonnis of beschikking tot internering oordeelt over een in artikel 12, eerste lid, Interneringswet bedoelde maatregel, en dit zowel wanneer het een dergelijke maatregel beveelt als wanneer het die weigert. De omstandigheid dat de beslissing tot weigering om een in artikel 12, eerste lid, Interneringswet bedoelde maatregel te bevelen deel uitmaakt van de beschikking of het vonnis dat de internering beveelt, doet hieraan geen afbreuk.
- De middelen, die uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div