← België

C.

Obsah (4)§ 6§ 4§ 5§ 3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Wanneer een bestreden vonnis één

kele straf uitspreekt wegens verschillende inbreuken op artikel 45bis Wegverkeerswet, met name artikel 45bis, § 1

§ 6

, tweede lid, Wegverkeerswet (telastlegging A), artikel 45bis, § 1, tweede lid,

§ 4

, derde lid, 5°, Wegverkeersreglement (telastlegging B)

artikel 45bis, § 1

§ 5

, eerste lid, Wegverkeersreglement (telastlegging C), waarvan één (telastlegging C) wettelijk strafbaar is met de uitgesproken straf,

tevens een wettelijke straf uitspreekt voor een inbreuk op artikel 45bis, § 1,

§ 3

, zesde lid, 1°, Wegverkeersreglement (telastlegging D), in zoverre dit gesteund is op het feit dat wettelijk strafbaar is met de uitgesproken straf (telastelegging C), is het middel dat

kel betrekking heeft op de schuldig verklaring aan de andere feiten omschreven onder de telastleggingen A, B

D, in zoverre gesteund op de feiten van de telastleggingen A

B, bij gebrek aan belang niet ontvankelijk

(1).
(1)Zie F. VAN VOLSEM, “Een bijzondere grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatiemiddel in strafzaken: de naar recht verantwoorde straf”, noot onder Cass. 24 september 2019, AR P.19.0351.N, RABG, 2020, afl. 1, 36-53. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer

het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 45bis, §§ 1, 3, 5

6 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 45 - Artikel 45bis Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer

het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 45bis, §§ 1, 3, 5

6 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0357.N

  1. D. C., beklaagde, eiser,
  2. JOST & CIE nv, met zetel te 4040 Herstal, Zoning Industriel des Hauts Sarts 4ème Avenue 66, ON 0438.199.181, beklaagde, eiseres, beiden met als raadsman mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8830 Hooglede, Bruggesteenweg 315, waar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 12 januari
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. De eisers hebben op 26 juni 2024 ter griffie een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde antwoordnoot ingediend. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 190 Grondwet

artikel 45bis, § 6, Wegverkeersreglement, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging

het legaliteitsbeginsel in strafzaken: het bestreden vonnis oordeelt dat de normen waarnaar in artikel 45bis Wegverkeersreglement wordt verwezen, kosteloos raadpleegbaar zijn op de website van de Europese Commissie zonder dat dit feitelijk gegeven tijdens het debat werd opgeworpen

het dus niet aan de mogelijkheid van tegenspraak door de eisers is onderworpen; de eisers zouden, hadden zij daartoe de mogelijkheid gehad, dit onjuist feitelijk gegeven hebben tegengesproken (eerste onderdeel); het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat artikel 45bis Wegverkeersreglement niet onwettig is; de ISO-,

-

EUMOS-normen waarnaar het verwijst zijn niet kosteloos

in de landstalen van België raadpleegbaar, terwijl het legaliteitsbeginsel dit veronderstelt (tweede onderdeel). 2. De eiser werd vervolgd voor

schuldig verklaard aan: - voor wat betreft de telastlegging A, om als bestuurder het met betrekking tot een motorvoertuig op de openbare weg gebruiken van zekeringsmethoden of -middelen die niet in overeenstemming waren met de meest recente versie van de in deze telastlegging gespecificeerde normen, zijnde een inbreuk op artikel 45bis, § 1

§ 6

, tweede lid, Wegverkeersreglement

artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet; - voor wat betreft de telastlegging B, om als bestuurder op de openbare weg een in deze telastlegging vermeld voertuig te hebben gebruikt, terwijl een samenstellend onderdeel van het ladingsverzekeringssysteem van de in of op het voertuig vervoerde lading niet conform de hiervoor geldende Europese of internationale normen was, zijnde een inbreuk op artikel 45bis, § 1, tweede lid,

§ 4

, derde lid, 5°, Wegverkeersreglement

artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet; - voor wat betreft de telastlegging C, om als bestuurder op de openbare weg een in deze telastlegging vermeld voertuig te hebben gebruikt, terwijl de stouwvoorziening of de geïntegreerde vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om de lading aan het voertuig vast te maken niet werd gezekerd zodanig dat ze kon ontgrendeld raken of loskomen, zijnde een inbreuk op artikel 45bis, § 1,

§ 5

, eerste lid, Wegverkeersreglement

artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet. 3. De eiseres werd met de telastlegging D vervolgd voor

schuldig verklaard aan als vervoerder van een lading die wordt vervoerd in of op een in deze telastlegging vermeld voertuig, zonder te hebben voldaan aan de voorwaarden dat het voertuig geschikt was voor de lading waarvoor hij is gecontracteerd, op de plaats van laden een voertuig aanbieden dat schoon

zonder structurele schade is, instaan voor het bevestigen van de container op het chassis

de lading zekeren overeenkomstig artikel 45bis Wegverkeersreglement, zijnde een inbreuk op artikel 45bis, § 1,

§ 3

, zesde lid, 1°, Wegverkeersreglement

artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet. 4. Met bevestiging van het beroepen vonnis veroordeelt het bestreden vonnis de eiser voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B

C samen tot een geldboete van 35,00 euro, na verhoging met opdeciemen gebracht op 280,00 euro, of een vervangend rijverbod van 30 dagen. Het bevestigt de veroordeling van de eiseres voor het feit omschreven onder de telastlegging D tot een geldboete van 150,00 euro, na verhoging met opdeciemen gebracht op 1.200,00 euro. 5. Deze beslissingen zijn naar recht verantwoord door de schuldigverklaring van de eiser aan het feit omschreven onder de telastlegging C

van de eiseres aan het feit omschreven onder de telastlegging D, in zoverre dit is gesteund op het feit omschreven onder de telastlegging C. 6. De in het middel ontwikkelde wettigheidskritiek heeft, anders dan wordt voorgehouden in de memorie

wordt herhaald in de antwoordnoot, in werkelijkheid uitsluitend betrekking op de schuldigverklaring van de eiser aan de feiten omschreven onder de telastleggingen A

B

van de eiseres aan het feit omschreven onder de telastlegging D (in zoverre gesteund op de feiten van de telastleggingen A

B) wegens een gebrek aan kenbaarheid van de in artikel 45bis, § 6, tweede lid, Wegverkeersreglement vermelde normen (telastlegging A)

van de in artikel 45bis, § 4, derde lid, 5°, Wegverkeersreglement vermelde Europese of internationale productnormen (telastlegging B). De in het middel ontwikkelde wettigheidskritiek slaat niet op de feiten omschreven onder de telastlegging C, namelijk de inbreuk op artikel 45bis, § 5, eerste lid, Wegverkeersreglement

artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet, die geen verband houdt met Europese of internationale normen. 7. Noch het gegeven dat het tegendeel zou blijken uit het aanvankelijk proces-verbaal of impliciet zou blijken uit het beroepen vonnis noch het gegeven dat de appelrechters voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B

C eenheid van opzet aannemen, kunnen afbreuk doen aan de voormelde vaststelling.

  1. Het middel dat bijgevolg niet tot cassatie kan leiden, is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  2. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen

de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers elk tot de helft van de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert

Jos Decoker,

in openbare rechtszitting van 3 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.