← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.7 Rolnummer: P.24.0696.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-09-05 Raadplegingen: 532 - laatst gezien 2026-06-19 01:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De motiveringsverplichting van de rechter houdt niet in dat hij moet vermelden dat een partij een conclusie heeft neergelegd; uit het enkele feit dat de rechter die neerlegging niet vermeldt, volgt niet dat hij voor het nemen van zijn beslissing geen rekening heeft gehouden met het in die conclusie opgenomen verweer; dit volgt evenmin uit het gegeven dat de rechter aangeeft rekening te houden met de gezins- en arbeidssituatie van een beklaagde, voor zover die hem bekend zijn; of de rechter met een verweer heeft rekening gehouden en dit verweer heeft beantwoord, moet blijken uit de redenen van zijn beslissing

(1).
(1)Cass. 22 oktober 2019, AR P.19.0223.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191022.1, AC 2019, nr. 535. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 2 - 3 De rechter die vaststelt dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden voor het principieel opleggen van het in artikel 37/1, § 1, Wegverkeerswet bedoelde alcoholslot, dient die beslissing niet nader te motiveren; indien de veroordeelde evenwel met een daartoe strekkende conclusie de rechter verzoekt de principieel op te leggen maatregel toch niet uit te spreken, dient hij bij toepassing van artikel 149 Grondwet deze conclusie te beantwoorden, zonder dat hij evenwel moet antwoorden op elk argument dat tot staving van dit verzoek is aangevoerd of op stukken die zijn ingediend ter staving van de conclusie
(1).
(1)Cass. 28 september 2021, AR P.21.0262.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.9, AC 2021, nr.
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0696.N K. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ysbert Drees, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 20 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 195, tweede lid, en 211 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters antwoorden niet op het verweer in eisers ter rechtszitting neergelegde appelconclusie om op gemotiveerde wijze af te wijken van de principiële verplichting om een alcoholslot op te leggen, namelijk dat het opleggen van een alcoholslot de professionele activiteiten van de eiser volledig zou hypothekeren, dat het opleggen van een alcoholslot een enorme financiële weerslag zou hebben en dat er geen sprake is van een alcoholproblematiek, waarbij het opvallend is dat de appelrechters zelfs aangeven rekening te houden met de gezinstoestand en arbeidssituatie voor zover de rechtbank die kent; de appelrechters vermelden ook enkel dat zij rekening houden met de stukken van het geding, maar niet dat zij rekening hebben gehouden met de op de rechtszitting namens de eiser neergelegde appelconclusie.
  4. De motiveringsverplichting van de rechter houdt niet in dat hij moet vermelden dat een partij een conclusie heeft neergelegd.
  5. Uit het enkele feit dat de rechter die neerlegging niet vermeldt, volgt niet dat hij voor het nemen van zijn beslissing geen rekening heeft gehouden met het in die conclusie opgenomen verweer. Dit volgt evenmin uit het gegeven dat de rechter aangeeft rekening te houden met de gezins- en arbeidssituatie van een beklaagde, voor zover die hem bekend zijn.
  6. Of de rechter met een verweer heeft rekening gehouden en dit verweer heeft beantwoord, moet blijken uit de redenen van zijn beslissing.
  7. De rechter die vaststelt dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden voor het principieel opleggen van het in artikel 37/1, § 1, Wegverkeerswet bedoelde alcoholslot, dient die beslissing niet nader te motiveren.
  8. Indien de veroordeelde evenwel met een daartoe strekkende conclusie de rechter verzoekt de principieel op te leggen maatregel toch niet uit te spreken, dient hij bij toepassing van artikel 149 Grondwet deze conclusie te beantwoorden, zonder dat hij evenwel moet antwoorden op elk argument dat tot staving van dit verzoek is aangevoerd of op stukken die zijn ingediend ter staving van de conclusie.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. De eiser heeft in zijn appelconclusie met verwijzing naar ingediende stukken gevraagd het alcoholslot niet op te leggen, omdat dit zijn professionele activiteiten volledig zou hypothekeren, omdat de financiële gevolgen daarvan enorm zijn en omdat er geen sprake is van een alcoholproblematiek.
  11. Het bestreden vonnis oordeelt dat, gezien de eiser reeds eerder werd veroordeeld voor geïntoxiceerd sturen, er geen redenen zijn om op gemotiveerde wijze af te wijken van deze principiële verplichting. Het oordeelt ook dat de eerste rechter terecht heeft beslist om bij toepassing van artikel 37/1, § 3, Wegverkeerswet de geldboete te verminderen met de kosten van de installatie en het gebruik van het alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het omkaderingsprogramma, zonder dat die minder dan één euro mag bedragen.
  12. Met die redenen beantwoordt en verwerpt het bestreden vonnis het bedoelde verzoek, zonder dat het diende in te gaan op elk argument dat tot staving van dit verzoek werd aangevoerd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 3 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191022.1 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.