id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 1382
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1383
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De rechter mag de schade naar billijkheid ramen, mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door het slachtoffer voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald; hij moet de schade die het slachtoffer heeft geleden door de onrechtmatige daad of het tot aansprakelijkheid leidend feit in concreto ramen Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1382
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.
C.23.0287.N A.V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- J.W., advocaat, (…) in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van CAGODE bv, met zetel te 8400 Oostende, Frère-Orbanstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0822.987.689,
- BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883,
- KATHOLIEKE STUDENTEN ACTIE NATIONAAL vzw, met zetel te 1030 Schaarbeek, Vooruitgangstraat 225, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0420.509.351,
- AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367,
- F.J.,
- A.S.,
- J.J.,
- FEDERALE VERZEKERING Coöperatieve Vennootschap voor Verzekering tegen Ongevallen, Brand, Burgerlijk Aansprakelijkheid en Diverse Risico’s, met zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.257.506,
- A.M.,
- G.D.W.,
- L.M.,
- AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 november
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 5 juni 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat de rechter die, op basis van een expertiseverslag, de datum van consolidatie en de graad van blijvende ongeschiktheid vaststelt, aanneemt dat de schade ingevolge de blijvende letsels niet meer zal evolueren, faalt het naar recht.
- De rechter beoordeelt in feite het bestaan van de schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad of een tot aansprakelijkheid leidend feit en het bedrag van de vergoeding voor het volledige herstel ervan. Hij mag de schade naar billijkheid ramen, mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door het slachtoffer voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald. Hij moet de schade die het slachtoffer heeft geleden door de onrechtmatige daad of het tot aansprakelijkheid leidend feit in concreto ramen.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - opdat een concrete toekomstige schade door middel van kapitalisatie zou kunnen worden vergoed, er voldoende zekerheid moet zijn over de precieze omvang van de schadepost die wordt gekapitaliseerd; - de kapitalisatiemethode dus een minimum aan gelijkwaardigheid veronderstelt tussen de periodes waarin de schadevergoeding verschuldigd is; - de eiseres de schade uit de blijvende persoonlijke ongeschiktheid kapitaliseert op basis van een forfaitair bedrag per dag; - dergelijke berekeningswijze van de schade veronderstelt dat de pijn, hinder en het leed dat iemand ervaart ten gevolge van zijn blijvende letsels, iedere dag min of meer gelijkwaardig is; - het voldoende aannemelijk is dat de 40 pct. blijvende persoonlijke ongeschiktheid werd toegekend voor enerzijds de pijn en het leed verbonden aan het verlies van het oog en anderzijds voor een resterende blijvende psychische problematiek; - voor vele slachtoffers met een blijvend letsel geldt dat door de jaren heen een gewenning optreedt en bepaalde ongemakken die men ervaart in de beginfase verdwijnen doordat men zijn levenswijze aanpast en leert leven met de beperkingen; - dit niet alleen geldt voor beperkte maar ook voor zware blijvende letsels; - voor sommige letsels ook een aantal van de fysieke ongemakken verdwijnen; - voor het verlies van een oog specifiek geldt dat het resterende oog functies overneemt en er een gewijzigd gedrag, houding en ervaring is door toedoen van de werking van de hersens; - het leven evenwel meer is dan het stellen van fysieke handelingen; - de eiseres, die pas 26 jaar is en nog een gans leven moet uitbouwen, in de loop van haar verdere leven zal worden geconfronteerd met allerlei situaties, tal van gebeurtenissen en mensen, waarbij zij afhankelijk van de situatie meer of minder het leed verbonden aan haar blijvende letsels zal ervaren; - rekening houdend met deze elementen, onmogelijk gesteld kan worden dat in de vele toekomstige jaren van de eiseres, er een minimale gelijkwaardigheid zal zijn in de hinder, pijn en het leed dat de eiseres dagelijks zal ervaren; - de weerhouden graad van 40 pct. blijvende persoonlijke ongeschiktheid bewijst dat pijn en hinder die de eiseres ten gevolge van de blijvende letsels ervaart en nog zal ervaren ernstig is.
- De appelrechter die op grond van deze redenen beslist dat de schade uit de blijvende persoonlijke ongeschiktheid niet door middel van de kapitalisatiemethode kan worden geraamd, en deze schade naar billijkheid raamt op 90.000 euro, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechter voor de morele schade, onderdeel van de schade uit de blijvende persoonlijke ongeschiktheid, oordeelt dat de eiseres aan haar letsels zal wennen of haar levenswijze eraan zal aanpassen, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling in feite of de eiseres aan haar blijvende letsels zal wennen of haar levenswijze eraan zal aanpassen, en is het niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.172,67 euro en op de som van 650 euro verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 6 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240906.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240906.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div