id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240906.1N.3 Rolnummer: F.23.0114.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MINISTER FINANCIEN contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-09-18 Raadplegingen: 1387 - laatst gezien 2026-06-18 15:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240906.1N.3 Fiche 1 Een pensioen of andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering die geen periodiek karakter draagt en waarvan uitbetaling plaatsvindt vóór de datum waarop dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering zou moeten ingaan en die een inwoner van België verkrijgt ingevolge een pensioenovereenkomst met een Nederlandse vennootschap mag door Nederland worden belast, zonder dat de heffingsbevoegdheid evenwel exclusief aan Nederland wordt toegewezen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag 5 juni 2001 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen - 05-06-2001 - Art. 18.3 - 34 Link Justel databank 20010605-34 Fiche 2 Uit de context van het Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag volgt niet dat de uitdrukking ‘zijn belast' moet worden begrepen als effectief belast; bijgevolg heeft het begrip “zijn belast” de betekenis die deze uitdrukking heeft volgens de belastingwetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, meer bepaald naar Belgisch recht, dat bepaalt dat een inkomen moet worden beschouwd als belast in het buitenland wanneer het onderworpen wordt aan een belastingregeling in het land van herkomst. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag 5 juni 2001 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen - 05-06-2001 - Art. 23, § 1,
- a)- 34 Link Justel databank 20010605-34 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 156 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Fisc.Act.-Fiscale actualiteit: wekelijkse nieuwsbrief - 2024, nr. 38, p. 2-7. - DE BROE, Luc; Noot'In Nederland vrijgestelde inkomsten blijven ook in België vrijgesteld' Tekst van de beslissing Nr. F.23.0114.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het Centrum Particulieren Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 1, eiser, tegen 1. R.B., 2. A.E., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 juni 2023. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 10 juni 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Artikel 3.2 van het Verdrag van 5 juni 2001 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, goedgekeurd bij wet van 11 december 2002 (hierna Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag) bepaalt dat, voor de toepassing van het Verdrag op enig ogenblik door een verdragsluitende Staat, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis heeft welke die uitdrukking op dat ogenblik heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is; elke betekenis onder de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat heeft voorrang op de betekenis welke die uitdrukking heeft onder de andere wetten van die Staat. Krachtens artikel 31.2 van het Verdrag van Wenen omvat de context voor de uitleg van een verdrag, behalve de tekst, met inbegrip van preambule en bijlagen:
- a)iedere overeenstemming die betrekking heeft op het verdrag en die bij het sluiten van het verdrag tussen alle partijen is bereikt;
- b)iedere akte opgesteld door een of meer partijen bij het sluiten van het verdrag en door de andere partijen erkend als betrekking hebbende op het verdrag. 2. Krachtens artikel 18.3 Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag mag, niettegenstaande het bepaalde in de paragrafen 1 en 2, een in paragraaf 1 bedoeld pensioen, andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering, indien dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering geen periodiek karakter draagt en uitbetaling plaatsvindt vóór de datum waarop dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering in zou moeten gaan, ook in de verdragsluitende Staat waaruit dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering afkomstig is, worden belast. Hieruit volgt dat een pensioen of andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering die geen periodiek karakter draagt en waarvan uitbetaling plaatsvindt vóór de datum waarop dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning, lijfrente of uitkering zou moeten ingaan en die een inwoner van België verkrijgt ingevolge een pensioenovereenkomst met een Nederlandse vennootschap door Nederland mag worden belast, zonder dat de heffingsbevoegdheid evenwel exclusief aan Nederland wordt toegewezen. 3. Krachtens artikel 23, § 1, a), Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag wordt dubbele belasting in België op de volgende wijze vermeden: indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt, andere dan dividenden, interest of royalty’s als zijn bedoeld in artikel 12, paragraaf 5, of bestanddelen van een vermogen bezit die ingevolge de bepalingen van dit Verdrag, in Nederland zijn belast, stelt België deze inkomsten of deze bestanddelen van vermogen vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten of die bestanddelen van het vermogen niet waren vrijgesteld. 4. Uit de context van het Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag volgt niet dat de uitdrukking ‘zijn belast’ in artikel 23, § 1, a), Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag moet worden begrepen als effectief belast. Bijgevolg heeft het begrip “zijn belast” in artikel 23, §1, a), overeenkomstig artikel 3.2 van het Verdrag, de betekenis die deze uitdrukking heeft volgens de belastingwetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, meer bepaald naar Belgisch recht. Naar Belgisch recht moet een inkomen worden beschouwd als belast in het buitenland, in de zin van artikel 156 WIB92, wanneer het onderworpen wordt aan een belastingregeling in het land van herkomst. 5. Het middel dat volledig ervan uitgaat dat op een inkomen dat in Nederland is behaald en waarvoor Nederland heffingsbevoegd is, door België belasting kan worden geheven indien dit inkomen niet effectief werd belast, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 569,49 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 6 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240906.1N.3 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240906.1N.3 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2026:ARR.20260415.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.