← België

S. contra VLAAMS GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240909.3N.5 Rolnummer: C.23.0168.N Zaak: S. contra VLAAMS GEWEST Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-09-27 Raadplegingen: 548 - laatst gezien 2026-06-15 07:33 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Het hoger beroep tegen het vonnis alvorens recht te spreken dat wordt ingesteld na het hoger beroep tegen het eindvonnis is, gelet op voormelde bepaling, niet ontvankelijk, tenzij een tussenvonnis een of meer eindbeslissingen bevat. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Algemeen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1055 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De appelrechter moet ambtshalve de ontvankelijkheid van een hoger beroep onderzoeken en moet zodoende nagaan of een als ‘incidenteel beroep' gekwalificeerd hoger beroep mogelijk ontvankelijk is als ‘navolgend hoger beroep'. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 19 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1054, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1056, 4° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0168.N

  1. L. S.,
  2. G. N., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kabinet te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, Graaf de Ferrarisgebouw, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 13 december
  3. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 22 mei 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. De verweerder werpt een middel van niet-ontvankelijkheid op: het cassatieberoep is laattijdig, aangezien het vonnis van 13 december 2022 overeenkomstig artikel 56, § 1, tweede lid, Vlaams decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut (hierna Vlaams Onteigeningsdecreet) door de griffie bij gerechtsbrief ter kennis werd gebracht aan de eisers binnen vijf dagen na de uitspraak en het cassatieberoep pas werd ingesteld bij verzoekschrift dat aan de verweerder werd betekend op 28 april 2023 en ter griffie van het Hof werd neergelegd op 2 mei
  5. Uit het dossier van de rechtspleging blijkt geen kennisgeving bij gerechtsbrief. Evenmin bewijst de verweerder de kennisgeving bij per gerechtsbrief of de betekening. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Eerste middel Ontvankelijkheid
  6. De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel dat niet de schending aanvoert van artikel 54 Vlaams Onteigeningsdecreet kan niet tot cassatie leiden.
  7. De in het middel als geschonden aangewezen wetsbepalingen volstaan om tot cassatie te kunnen leiden. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  8. Krachtens artikel 616 Gerechtelijk Wetboek kan tegen ieder vonnis hoger beroep worden ingesteld, tenzij de wet anders bepaalt. Krachtens artikel 1050, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan in alle zaken hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een verstekvonnis. Het tweede lid vervolgt dat in de regel tegen een beslissing alvorens recht te spreken slechts hoger beroep kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis.
  9. Krachtens artikel 1055 Gerechtelijk Wetboek kan tegen ieder vonnis alvorens recht te spreken hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis. Het hoger beroep tegen het vonnis alvorens recht te spreken dat wordt ingesteld na het hoger beroep tegen het eindvonnis is, gelet op voormelde bepaling, niet ontvankelijk. Deze bepaling is echter niet van toepassing op tussenvonnissen die tevens een of meer eindbeslissingen bevatten.
  10. Krachtens artikel 19 Gerechtelijk Wetboek bevat een vonnis een of meer eindbeslissingen in zoverre de rechter zijn rechtsmacht over een of meer geschilpunten uitput.
  11. Krachtens artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de gedaagde incidenteel beroep instellen tegen iedere partij in het geding voor de appelrechter, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of vóór de betekening erin heeft berust. Artikel 1056, 4°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het hoger beroep wordt ingesteld bij conclusie, ten aanzien van iedere partij in het geding. Uit deze bepalingen in hun onderlinge samenhang volgt dat de appelrechter ambtshalve de ontvankelijkheid van een hoger beroep moet onderzoeken en zodoende moet nagaan of een als ‘incidenteel beroep’ gekwalificeerd hoger beroep mogelijk ontvankelijk is als ‘navolgend hoger beroep’.
  12. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het tussenvonnis van de vrederechter te Pelt van 15 oktober 2018 naast een beslissing alvorens recht te spreken tevens een aantal eindbeslissingen bevat; - het vonnis van de vrederechter te Pelt van 25 januari 2021 uitspraak doet over de wettigheid van de onteigening; - de eisers bij gerechtsdeurwaardersexploot van 24 februari 2021 hoger beroep instellen tegen het vonnis van 25 januari 2021 en vervolgens, bij conclusie van 21 januari 2022, tevens incidenteel beroep instellen tegen het tussenvonnis van 15 oktober 2018; - het incidenteel beroep van de eisers tegen het tussenvonnis van de vrederechter te Pelt van 15 oktober 2018 als navolgend hoger beroep niet ontvankelijk is omdat het niet tegelijkertijd werd ingesteld met het hoger beroep tegen het vonnis van 25 januari
  13. De appelrechter die zodoende het hoger beroep van de eisers tegen het tussenvonnis van 15 oktober 2018, dat tevens eindbeslissingen bevat, niet ontvankelijk verklaart omdat het niet tegelijkertijd werd ingesteld met het hoger beroep tegen het vonnis van 25 januari 2021, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Veroordeelt de verweerder tot de kosten van betekening van de memorie van antwoord. Bepaalt deze kosten op 1.027,11 euro. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240909.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.