← België

D. contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240909.3N.9 Rolnummer: C.23.0456.N Zaak: D. contra S. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-09-27 Raadplegingen: 665 - laatst gezien 2026-06-15 07:32 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Degene die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander dient de verarmde te vergoeden tot beloop van het laagste bedrag van de verrijking en de verarming, zoals geraamd op het ogenblik van de vergoeding. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Fiche 2 Bij een ongerechtvaardigde overdracht van een goed uit het vermogen van de verarmde naar het vermogen van de verrijkte geschiedt de vergoeding in de regel in natura, tenzij de teruggave van het goed op het ogenblik van de vergoeding onmogelijk of abusief zou zijn in welk geval de vergoeding gebeurt bij equivalent door betaling van de waarde van het goed, zoals geraamd op het ogenblik van de vergoeding, zodat de verarmde de gevolgen draagt van een waardevermindering of waardevermeerdering van het goed sinds de vermogensverschuiving, behoudens wanneer het verschil in waarde is toe te rekenen aan de verrijkte. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Fiches 3 - 4 In geval van een waardevermindering van het goed sinds de vermogensverschuiving moet de verarmde die aanvoert dat deze vermindering is toe te rekenen aan de verrijkte, daarvan het bewijs leveren, bij gebrek waaraan hij slechts recht heeft op de resterende waarde van het goed. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Fiches 5 - 6 In geval van een waardevermeerdering van het goed sinds de vermogensverschuiving moet de verrijkte die aanvoert dat die waardevermeerdering is toe te rekenen aan hemzelf, daarvan het bewijs leveren, bij gebrek waaraan hij geen recht heeft op de waardevermeerdering, maar waarbij hij niet in een meer nadelige positie mag worden gebracht dan deze waarin hij zich zou hebben bevonden zonder de vermogensverschuiving; de vruchten die sinds de vermogensverschuiving aan de verrijkte te goeder trouw zijn toegekomen, mag hij behouden. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Tekst van de beslissing Nr. C.23.0456.N

  1. H. D.C., notaris, ,
  2. H. S., , handelend in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van haar minderjarig kind B. S., eisers, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65 bus 11, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen R. S., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest, in aanwezigheid van
  3. H. S., ,
  4. CONA bv, met zetel te 9160 Lokeren, Klipsenstraat 26, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0479.813.270, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 8 december
  5. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 23 mei 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Degene die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander dient de verarmde te vergoeden tot beloop van het laagste bedrag van de verrijking en de verarming, zoals geraamd op het ogenblik van de vergoeding. Bij een ongerechtvaardigde overdracht van een goed uit het vermogen van de verarmde naar het vermogen van de verrijkte geschiedt de vergoeding in de regel in natura, tenzij de teruggave van het goed op het ogenblik van de vergoeding onmogelijk of abusief zou zijn. In dat geval gebeurt de vergoeding bij equivalent door betaling van de waarde van het goed, zoals geraamd op het ogenblik van de vergoeding. Bij een ongerechtvaardigde overdracht van een goed draagt de verarmde dus de gevolgen van een waardevermindering of waardevermeerdering van het goed sinds de vermogensverschuiving, behoudens wanneer het verschil in waarde is toe te rekenen aan de verrijkte. In geval van een waardevermindering van het goed sinds de vermogensverschuiving moet de verarmde die aanvoert dat deze vermindering is toe te rekenen aan de verrijkte, daarvan het bewijs leveren. Bij gebrek daaraan heeft hij slechts recht op de resterende waarde van het goed. In geval van een waardevermeerdering van het goed sinds de vermogensverschuiving moet de verrijkte die aanvoert dat die waardevermeerdering is toe te rekenen aan hemzelf, daarvan het bewijs leveren. Bij gebrek daaraan heeft hij geen recht op de waardevermeerdering. Weliswaar mag de verrijkte niet in een meer nadelige positie worden gebracht dan deze waarin hij zich zou hebben bevonden zonder de vermogensverschuiving. De vruchten die sinds de vermogensverschuiving aan de verrijkte te goeder trouw zijn toegekomen, mag hij behouden.
  7. De appelrechters oordelen, zonder dienaangaande te worden bekritiseerd, dat de overdrachten van aandelen aan de verweerder en de eerste tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij een ongerechtvaardigde verrijking uitmaken.
  8. De appelrechters die vervolgens oordelen dat, tot vergoeding wegens deze ongerechtvaardigde verrijking, de aandelen moeten worden gewaardeerd op het ogenblik van de overdracht ervan, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het zich uitspreekt over de vergoeding wegens de aandelenoverdracht als ongerechtvaardigde verrijking en oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240909.3N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.