id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.21 Rolnummer: P.23.1413.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-09-12 Raadplegingen: 722 - laatst gezien 2026-06-16 23:54 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan enkel voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden; de rechter oordeelt onaantastbaar of de aangevoerde feiten en omstandigheden bij het instellen van hoger beroep een geval van overmacht uitmaken en het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij in aanmerking neemt, wettig overmacht heeft kunnen afleiden of het bestaan van overmacht wettig heeft kunnen verwerpen
(1).
(1)Zie Cass. 20 september 2022, AR P.22.0508.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220920.2N.2, AC 2022, nr. 554, met concl. van advocaat-generaal B. DE SMET; Cass. 8 februari 2022, AR P.21.1447.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.10, AC 2022, nr. 109; Cass. 12 januari 2022, AR P.21.0974.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.5, AC 2022, nr. 27 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.; Cass. 21 december 2021, AR P.21.0829.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.10, AC 2021, nr. 819; Cass. 12 januari 2021, AR P.20.0937.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210112.2N.3, AC 2021, nr. 722. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Fiches 3 - 4 Bij toepassing van artikel 203bis Wetboek van Strafvordering kan een beklaagde hetzij in persoon, hetzij door een advocaat hoger beroep instellen; de beklaagde die hoger beroep wil aantekenen hoeft hiervoor dan ook geen beroep te doen op een advocaat, die hiervoor geen wettelijk noch feitelijk monopolie heeft. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ADVOCAAT Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 7 Aangezien de fouten of nalatigheden van de lasthebber, wanneer zij worden begaan binnen de perken van de lastgeving, de lastgever binden en als dusdanig voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht opleveren, kan een beroepsfout van de advocaat die laattijdig hoger beroep aantekent voor zijn cliënt, voor die laatste in beginsel dan ook niet als een geval van overmacht worden beschouwd
(1).
(1)Zie Cass. 8 maart 2022, AR P.21.1395.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.7, AC 2022, nr. 172; Cass. 8 september 2020, AR P.20.0630.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.1, AC 2020, nr. 509; Cass. 12 februari 2013, AR P.12.0685.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130212.2, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn LASTGEVING ADVOCAAT Fiches 8 - 11 De appelrechter die het ingevolge een beroepsfout van een advocaat laattijdig ingesteld hoger beroep van een beklaagde niet ontvankelijk verklaart en die beroepsfout niet als overmacht beschouwt waardoor het hoger beroep van de beklaagde toch ontvankelijk moet worden geacht, miskent hierdoor niet het recht van toegang van de beklaagde tot de rechter; hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat de betrokken raadsman onmiddellijk toegeeft een beroepsfout te hebben begaan, noch door de omstandigheid dat het beroepen vonnis uitspraak doet over de strafvordering tegen de beklaagde en ernstige en onherstelbare gevolgen voor die laatste heeft, noch door de omstandigheid dat de beklaagde de taal van de procedure niet machtig is en in het buitenland woont. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) LASTGEVING Tekst van de beslissing Nr. P.23.1413.N
- I. B., beklaagde,
- E. B., beklaagde, eisers, beiden met als raadsman mr. Jacques Vandeuren, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 14 september
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste en tweede onderdeel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 203 Wetboek van Strafvordering en miskenning van het begrip overmacht: met het oordeel dat het door de vorige raadsman van de eisers op 3 december 2021 aangetekende hoger beroep tegen het op tegenspraak gewezen vonnis van 2 november 2021 laattijdig is en er geen overmacht bewezen is, verantwoorden de appelrechters niet naar recht dat het hoger beroep van de eisers tegen dat vonnis niet ontvankelijk is; hoewel een fout of nalatigheid van een lasthebber de lastgever bindt, kan een fout of nalatigheid van die laatste, afhankelijk van de concrete omstandigheden van de zaak, immers een overmachtssituatie opleveren; na het vonnis van 2 november 2021, dat de eisers elk tot een straf heeft veroordeeld, hebben de eisers op 16 november 2021 per e-mail contact opgenomen met een in het strafrecht gespecialiseerde advocaat, die hen tijdens een bespreking van 24 november 2021 heeft bevestigd het nodige te zullen doen om hoger beroep in te stellen; nadat een medewerkster van die advocaat op 3 december 2021 hoger beroep heeft ingesteld, heeft die laatste de eisers onmiddellijk meegedeeld dat hij ingevolge een misrekening van de termijn laattijdig beroep had aangetekend, dat hij als enige hiervoor verantwoordelijk is en dat hij dit ook heeft meegedeeld aan het openbaar ministerie, die op 8 december 2021 een volgberoep heeft ingesteld; gelet op deze gegevens, alsook op het feit dat de eisers juridische leken zijn die de Franse nationaliteit hebben en slechts de Franse taal machtig zijn, konden de appelrechters niet naar recht oordelen dat de mogelijkheid dat de voormelde advocaat zijn opdracht niet naar behoren zou uitvoeren, voorzienbaar en vermijdbaar was en dat er geen sprake is van overmacht; aan de eisers, die om hoger beroep aan te tekenen een beroep hebben gedaan op een gespecialiseerde raadsman, kan niet worden verweten een onbekwame lasthebber te hebben aangesteld, zodat diens fout voor de eisers wel degelijk een geval van overmacht oplevert; een advocaat heeft weliswaar geen wettelijk monopolie om hoger beroep aan te tekenen, maar heeft in dit verband wel een feitelijk quasi-monopolie; bovendien werden door het beroepen vonnis aan de eisers strenge straffen opgelegd, zodat het niet ontvankelijk verklaren van het hoger beroep een buitensporige sanctie inhoudt. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op toegang tot de rechter: door te oordelen dat het hoger beroep van de eisers laattijdig en bijgevolg niet ontvankelijk is, zonder concreet vast te stellen dat de eisers zelf, te onderscheiden van hun raadsman, niet alle voorzorgen hebben genomen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht; hoewel de wettelijke beroepstermijnen een principieel toegelaten beperking inhouden van het recht van toegang tot de rechter, dient steeds concreet te worden nagegaan of de toepassing van de regels inzake de beroepstermijnen wel voldoende rekening houdt met de ernst van de belangen in de strafprocedure, alsook met de omstandigheid dat de rechtszoekende alle redelijke en nodige voorzorgen heeft genomen om tijdig hoger beroep aan te tekenen; het arrest houdt bij de beoordeling van de overmacht onvoldoende rekening met de onherstelbare gevolgen van de strafprocedure en gaan voorbij aan wat mag worden verwacht van een redelijke en normale persoon, geplaatst in dezelfde omstandigheden, meer bepaald de omstandigheid dat de eisers in Frankrijk wonen, enkel de Franse taal machtig zijn en niet vertrouwd zijn met de Belgische strafprocedure; door in die omstandigheden het hoger beroep van de eisers onontvankelijk te verklaren, miskennen de appelrechters het recht van de eisers op toegang tot de rechter.
- Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan enkel voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden. De rechter oordeelt onaantastbaar of de aangevoerde feiten en omstandigheden bij het instellen van hoger beroep een geval van overmacht uitmaken. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij in aanmerking neemt, wettig overmacht heeft kunnen afleiden of het bestaan van overmacht wettig heeft kunnen verwerpen.
- Bij toepassing van artikel 203bis Wetboek van Strafvordering kan een beklaagde hetzij in persoon, hetzij door een advocaat hoger beroep instellen. De beklaagde die hoger beroep wil aantekenen hoeft hiervoor dan ook geen beroep te doen op een advocaat, die hiervoor geen wettelijk noch feitelijk monopolie heeft.
- Aangezien de fouten of nalatigheden van de lasthebber, wanneer zij worden begaan binnen de perken van de lastgeving, de lastgever binden en als dusdanig voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht opleveren, kan een beroepsfout van de advocaat die laattijdig hoger beroep aantekent voor zijn cliënt, voor die laatste in beginsel dan ook niet als een geval van overmacht worden beschouwd.
- De appelrechter die het ingevolge een beroepsfout van een advocaat laattijdig ingesteld hoger beroep van een beklaagde niet ontvankelijk verklaart en die beroepsfout niet als overmacht beschouwt waardoor het hoger beroep van de beklaagde toch ontvankelijk moet worden geacht, miskent hierdoor niet het recht van toegang van de beklaagde tot de rechter. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat de betrokken raadsman onmiddellijk toegeeft een beroepsfout te hebben begaan, noch door de omstandigheid dat het beroepen vonnis uitspraak doet over de strafvordering tegen de beklaagde en ernstige en onherstelbare gevolgen voor die laatste heeft, noch door de omstandigheid dat de beklaagde de taal van de procedure niet machtig is en in het buitenland woont.
- In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
- Na de weergave van het beroepen vonnis en de erdoor aan de eisers opgelegde straffen, oordeelt het arrest als volgt: - het voor de eisers op 3 december 2021 ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van 2 november 2021, dat ten aanzien van de eisers op tegenspraak is gewezen, werd aangetekend na het verstrijken van de wettelijke termijn van dertig dagen na de dag van de uitspraak; - de eisers beroepen zich op overmacht omdat hun vorige raadsman zich heeft misrekend wat de einddatum van de beroepstermijn betreft; - het standpunt van de eisers kan niet worden gevolgd; - overmacht die alsnog de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan enkel voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden; - de fouten of nalatigheden van de lasthebber binden de lastgever wanneer zij worden begaan binnen de perken van de lastgeving en leveren als dusdanig voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht op; - er is voor de eisers geen sprake van een situatie van overmacht, nu vaststaat dat zij niet de nodige voorzorgen hebben genomen om de toestand die zij als overmacht aanvoeren, te voorkomen; - reeds per mail van 16 november 2021 gaven de eisers aan hun voormalige raadsman uitdrukkelijk te kennen dat ze hoger beroep wensten aan te tekenen. Hoewel de voormalige raadsman van de eisers bijgevolg ruimschoots vóór het verstrijken van de beroepstermijn kennis had van dit mandaat, werd gewacht tot wat volgens een verkeerde berekening de laatste dag van de vervaltermijn zou zijn om hoger beroep aan te tekenen; - de mogelijkheid dat de advocaat van de eisers zijn opdracht niet naar behoren zou uitvoeren of uitvoerde, was voor de eisers voorzienbaar en vermijdbaar. In die zin konden de eisers op ieder moment controleren of hun toenmalige raadsman zijn opdracht naar behoren had uitgevoerd. Uit geen enkel stuk blijkt dat de eisers zich in de tijdspanne van twee weken die hen na 16 november 2021 nog restte om hoger beroep in te stellen, navraag hebben gedaan bij hun advocaat of hoger beroep was aangetekend; - aangezien een advocaat geen monopolie heeft op het instellen van een hoger beroep, konden de eisers desgevallend zelf hoger beroep tegen het vonnis aantekenen. Het feit dat de eisers in Frankrijk wonen, uitsluitend de Franse taal machtig zijn terwijl de procedure in het Nederlands wordt gevoerd en zij geen kennis hebben van het Belgisch (strafproces)recht, bemoeilijkten evident het instellen van een hoger beroep door de eisers in persoon, maar deze omstandigheden maakten dit voor hen niet onmogelijk; - het hoger beroep van de eisers en het autonoom hoger beroep van het openbaar ministerie zijn laattijdig en derhalve niet ontvankelijk. Met die redenen kan het arrest wettig oordelen dat het na het verstrijken van de beroepstermijn door de raadsman van de eisers aangetekende hoger beroep onontvankelijk is en dat de eisers zich in dit verband niet op overmacht kunnen beroepen. In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: door slechts gedeeltelijk te antwoorden op de appelconclusie van de eisers met betrekking tot de ontvankelijkheid van hun hoger beroep, omkleden de appelrechters hun beslissing niet regelmatig met redenen en is die beslissing niet naar recht verantwoord; de eisers voerden in hun appelconclusie meerdere argumenten aan die aantonen dat zij zich konden beroepen op overmacht, met name op grond van de omstandigheid dat zij reeds op 16 november 2021 contact hadden opgenomen met hun vroegere raadsman, die hen toen meedeelde dat hij hoger beroep zou aantekenen, waarbij hij tijdens een bespreking van 24 november 2021 een tweede maal uitdrukkelijk bevestigde dat hij hoger beroep zou instellen, dat hij nadien in een schriftelijke verklaring heeft bevestigd dat hij door een misrekening in de termijn laattijdig hoger beroep heeft ingesteld, dat de eisers Franse staatsburgers zijn die slechts de Franse taal machtig zijn, dat de advocaat weliswaar geen wettelijk monopolie maar feitelijk wel een quasi-monopolie heeft om hoger beroep aan te tekenen, en dat in het beroepen vonnis zware strafsancties werden opgelegd met voor hen ernstige gevolgen; het arrest beantwoordt deze argumenten niet of slechts ten dele.
- De rechter moet niet elk argument dat ter staving van een verweermiddel wordt ingeroepen maar geen afzonderlijk middel is, beantwoorden. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met de in het antwoord op het eerste en het tweede onderdeel vermelde redenen verwerpen en beantwoorden de appelrechters het in het onderdeel bedoelde verweer, zonder dat zij ertoe gehouden waren te antwoorden op alle tot staving daarvan aangevoerde argumenten die geen zelfstandig verweer uitmaken. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Vierde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319 en 1320 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat uit geen enkel stuk blijkt dat de eisers zich in de tijdspanne van twee weken die hen na 16 november 2021 nog restte om hoger beroep in te stellen, navraag hebben gedaan bij hun advocaat of hoger beroep was aangetekend, miskent het arrest de bewijskracht van de schriftelijke verklaring van de vorige raadsman van de eisers, waaruit immers blijkt dat de eisers op 24 november 2021 een bespreking hebben gehad met hun vorige raadsman op diens kantoor, waarbij deze bevestigde dat hij tijdig hoger beroep zou aantekenen.
- De rechter miskent de bewijskracht van een akte indien hij aan een geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een verklaring toeschrijft die dit geschrift niet bevat, dan wel ontkent dat dit geschrift een verklaring bevat die wel erin voorkomt.
- Uit de schriftelijke verklaring van de vorige raadsman van de eisers blijkt dat deze, na hun e-mailbericht van 16 november 2021 te hebben beantwoord waarin zij hem vroegen om hen bij te staan in de beroepsprocedure, hen tijdens een gesprek op zijn kantoor op 24 november 2021 heeft bevestigd dat hij binnen de wettelijke termijn hoger beroep zou aantekenen. Het door het onderdeel bekritiseerde oordeel dat uit geen enkel stuk blijkt dat de eisers na 16 november 2021 navraag hebben gedaan bij hun advocaat of er hoger beroep werd aangetekend, is niet onverenigbaar met de bewoordingen van die verklaring. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren, Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130212.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.1 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210112.2N.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.7 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220920.2N.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div