id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.4 Rolnummer: P.24.0749.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-09-12 Raadplegingen: 493 - laatst gezien 2026-06-15 07:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Indien de politieambtenaren naar aanleiding van een identiteitscontrole ter gelegenheid van een verkeersovertreding onderzoekshandelingen verrichten naar een ander misdrijf dan die overtreding, is het voor de regelmatigheid van die onderzoekshandelingen niet vereist dat de politieambtenaren in hun proces-verbaal de precieze aard van de verkeersovertreding vermelden, dat zij voor die verkeersovertreding een afzonderlijk proces-verbaal hebben opgesteld of dat voor die verkeersovertreding een strafvervolging werd ingesteld; indien de regelmatigheid wordt betwist van onderzoekshandelingen uitgevoerd naar aanleiding van een ter gelegenheid van een verkeersovertreding verrichte identiteitscontrole, staat het aan de rechter die betwisting te onderzoeken en na te gaan of er aan de identiteitscontrole inderdaad een verkeersovertreding ten grondslag lag en hij kan zich voor die beoordeling steunen op alle hem regelmatig overgelegde gegevens, zoals de gegevens opgenomen in het aanvankelijk proces-verbaal, in een navolgend proces-verbaal of op verklaringen die voor de rechter zijn afgelegd; het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 34, § 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998021488 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 59.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Wettelijke bepalingen: Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 34, § 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998021488 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 59.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 59 Wettelijke bepalingen: Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 34, § 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998021488 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 59.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0749.N M. G., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Nicolas Van Der Smissen, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 34, § 1, eerste lid, Wet Politieambt en artikel 59.1 Wegverkeersreglement, alsook miskenning van de motiveringsplicht: het arrest oordeelt ten onrechte dat in het proces-verbaal geen melding moet worden gemaakt van de gedragingen, aanwijzingen of gronden die de interceptie rechtvaardigen, zoals een verkeersinbreuk; er blijkt geen afzonderlijk proces-verbaal te zijn opgesteld voor de verkeersinbreuk en in het navolgend proces-verbaal betreffende het witwassen wordt geen informatie verschaft betreffende de inbreuk; er kan dus niet worden nagegaan of er wel sprake was van een verkeersinbreuk; derhalve kan niet worden nagegaan of de interceptie en de identiteitscontrole en de doorzoeking van het voertuig wettig zijn gebeurd; de motivering van het arrest op dit punt is foutief en onwettig; uit de loutere verklaring van de eiser dat hij op de middelste rijstrook reed op het moment van de interceptie kan niet worden afgeleid dat hij een verkeersovertreding heeft begaan; die beoordeling houdt een motiveringsgebrek in en is niet naar recht verantwoord.
- Artikel 34, § 1, eerste lid, Wet Politieambt bepaalt dat politieambtenaren de identiteit controleren van ieder persoon die een feit heeft gepleegd strafbaar met een administratieve of strafrechtelijke sanctie.
- Artikel 59.1 Wegverkeersreglement bepaalt dat elke persoon die meer dan vijftien jaar oud is zijn identiteitskaart of het als dusdanig geldend bewijs moet vertonen op elk door een bevoegd persoon gedaan verzoek naar aanleiding van een overtreding op de politie van het wegverkeer.
- Uit die bepalingen volgt dat politieambtenaren die een verkeersovertreding vaststellen mogen overgaan tot de controle van de identiteit van de overtreder.
- Indien de politieambtenaren naar aanleiding van een identiteitscontrole ter gelegenheid van een verkeersovertreding onderzoekshandelingen verrichten naar een ander misdrijf dan die overtreding, is het voor de regelmatigheid van die onderzoekshandelingen niet vereist dat de politieambtenaren in hun proces-verbaal de precieze aard van de verkeersovertreding vermelden, dat zij voor die verkeersovertreding een afzonderlijk proces-verbaal hebben opgesteld of dat voor die verkeersovertreding een strafvervolging werd ingesteld.
- Indien de regelmatigheid wordt betwist van onderzoekshandelingen uitgevoerd naar aanleiding van een ter gelegenheid van een verkeersovertreding verrichte identiteitscontrole, staat het aan de rechter die betwisting te onderzoeken en na te gaan of er aan de identiteitscontrole inderdaad een verkeersovertreding ten grondslag lag. Hij kan zich voor die beoordeling steunen op alle hem regelmatig overgelegde gegevens, zoals de gegevens opgenomen in het aanvankelijk proces-verbaal, in een navolgend proces-verbaal of op verklaringen die voor de rechter zijn afgelegd.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 7, derde alinea) stelt vast dat de eiser op de rechtszitting van 19 maart 2024 op zich niet heeft betwist dat hij omwille van een verkeersovertreding werd gecontroleerd, hij verklaarde dat hij op de middenstrook van de autosnelweg reed en een voertuig minutenlang links naast hem kwam rijden en hij pas doorhad dat het om een politievoertuig ging toen hij werd verzocht zich naar de pechstrook te begeven. Op grond van die vaststellingen kan het arrest wettig oordelen dat de interceptie van het voertuig en de daaropvolgende identiteitscontrole van de eiser regelmatig zijn gebeurd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren, Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div