id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240913.1N.1 Rolnummer: C.23.0370.N Zaak: PHAROCHIM bv c. HOTEL EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DIEGEM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-09-30 Raadplegingen: 1140 - laatst gezien 2026-06-18 13:50 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240913.1N.1 Fiches 1 - 2 Artikel 1722 Oud Burgerlijk Wetboek onderstelt dat de genotsstoornis van het onroerend goed het gevolg is van een definitieve of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder om de huurder door een toevallige gebeurtenis of overmacht het in de huurovereenkomst beloofde genot te verschaffen; dit kan het geval zijn wanneer de uitbating van een gehuurde handelsruimte geheel of gedeeltelijk niet langer mogelijk is volgens haar contractuele bestemming ten gevolge van overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronapandemie
(1). () Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1722 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Verplichtingen van partijen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1722 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0370.N PHAROCHIM bv, met zetel te 2000 Antwerpen, Jezusstraat 6, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.505.896, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen HOTEL EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DIEGEM nv, met zetel te 1831 Machelen (Diegem), De Kleetlaan 14, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0471.530.361, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 250/10, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 10 mei
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 15 mei 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1722 Oud Burgerlijk Wetboek is de huur van rechtswege ontbonden indien het verhuurde goed tijdens de looptijd van de huurovereenkomst door toeval geheel is tenietgegaan. Indien het goed slechts gedeeltelijk is tenietgegaan, kan de huurder naargelang de omstandigheden, ofwel vermindering van de prijs, ofwel zelfs ontbinding van de huur vorderen.
- Deze bepaling onderstelt dat de genotsstoornis van het onroerend goed het gevolg is van een definitieve of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder om de huurder door een toevallige gebeurtenis of overmacht het in de huurovereenkomst beloofde genot te verschaffen. Dit kan het geval zijn wanneer de uitbating van een gehuurde handelsruimte geheel of gedeeltelijk niet langer mogelijk is volgens haar contractuele bestemming ten gevolge van overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronapandemie.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat hiertoe steeds vereist is dat de overheid de toegankelijkheid voor het publiek van de gehuurde handelsruimte heeft beperkt of verboden, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- De beslissing van de appelrechter dat er sprake is van overmacht in de zin van artikel 1722 Oud Burgerlijk Wetboek aan de zijde van de eiseres die een huurprijsvermindering rechtvaardigt, steunt op de zelfstandige en in het eerste onderdeel vergeefs bekritiseerde reden dat er sprake is van een definitieve of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder om de huurder door een toevallige gebeurtenis of overmacht het in de huurovereenkomst beloofde genot te verschaffen.
- Het onderdeel dat opkomt tegen het oordeel van de appelrechter dat er sprake is van overmacht aan de zijde van de eiseres aangaande haar verbintenis tot levering van het gehuurde goed, is gericht tegen een overtollige reden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 345,27 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 13 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240913.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240913.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div