← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 226

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 227

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek

Art. 226

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 227

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek

Art. 226

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 227- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0631.N B. V., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, advocaten bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Baudelostraat 36, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 21 maart 2024 (nummer 2024/658). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel

  1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 227 Wetboek van Strafvordering: uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 22 februari 2024 blijkt dat de eiser bij mondelinge conclusie heeft gevraagd de dossiers met nummers 24L000367 en 24L000437, beiden vastgesteld op de vermelde rechtszitting, samen te voegen; dat proces-verbaal vermeldt tevens: “De rechtbank zal tijdens het beraad beslissen over de samenvoeging van de zaken”; uit geen enkel element van het bestreden vonnis blijkt echter een antwoord op de vermelde vraag van de verdediging; aldus miskent het bestreden vonnis de motiveringsverplichting en schendt het artikel 227 Wetboek van Strafvordering omdat het geen elementen aanduidt waarop het steunt om al dan niet de samenhang tussen twee misdrijven vast te stellen, terwijl er dienaangaande werd geconcludeerd door de verdediging.
  2. Er is samenhang tussen twee of meerdere misdrijven als de rechter oordeelt dat die misdrijven in het belang van een goede rechtsbedeling samen moeten worden behandeld en gevonnist. De rechter beoordeelt dit onaantastbaar.
  3. Wanneer een beklaagde de rechter verzoekt om meerdere zaken waarin hij op eenzelfde rechtszitting wordt vervolgd, samen te behandelen omdat er samenhang zou bestaan tussen de in deze zaken vervolgde feiten, maar de beklaagde dat verzoek niet nader toelicht, dan dient de rechter niet uitdrukkelijk te motiveren waarom hij die samenhang niet aanneemt. In dat geval kan het antwoord van de rechter op de vraag van de beklaagde om de zaken samen te voegen, blijken uit het feit dat de rechter bij verschillende vonnissen over die zaken oordeelt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser toelichting heeft gegeven bij zijn verzoek aan de appelrechters om de zaken waarin hij op dezelfde rechtszitting werd vervolgd, samen te behandelen. Bijgevolg is het bestreden vonnis regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240917.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150211.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.