← België

M. contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 37q

uinquies, § 1, 2° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/12 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/13 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/14 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/15 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/16 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/17 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/18 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/19 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/20 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/21 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/22 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048

Art. 417

/12 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/13 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/14 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/15 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/16 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/17 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/18 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/19 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/20 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/21 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/22 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: AANRANDING VAN EERBAARHEID EN VERKRACHTING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048

Art. 417

/12 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/13 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/14 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/15 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/16 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/17 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/18 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/19 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/20 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/21 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417/22 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0544.N H. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bayram Yigit, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen S. C., met kantoor te 2880 Bornem, Kloosterstraat 152, in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over de minderjarige, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste en tweede onderdeel
  2. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van de motiveringsplicht en het vermoeden van onschuld: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd en miskent de bewijswaarde van de getuigenis van de moeder; bepaalde verklaringen van de getuige worden door het arrest aanvaard, terwijl andere dan weer niet worden geloofd; de globale verklaring van de getuige geeft aan dat de verklaringen van het slachtoffer in feite en in rechte voor betwisting vatbaar zijn; de appelrechters motiveren onvoldoende waarom zij enkel de minderjarige geloven en niet de verklaringen van de getuige, in een context van woord tegen woord zonder medische verslagen of wetenschappelijke bewijzen. Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 373, 374, 377 en 378, eerste lid, Strafwetboek, zoals opgeheven en vervangen door de artikelen 417/5, 417/6, 417/7, 417/16 en 417/18 Strafwetboek: het arrest kan niet met zekerheid de materiële en morele bestanddelen van het aan de eiser ten laste gelegde misdrijf bewezen verklaren, gelet op de concrete feitelijke omstandigheden.
  3. Wanneer de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de rechter in strafzaken onaantastbaar de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. Het staat hem onder meer vrij zijn overtuiging in verband met de schuld van een beklaagde te steunen op bepaalde bewijselementen zoals verklaringen van een slachtoffer of van bepaalde getuigen en niet of in mindere mate op andere bewijselementen. Aldus miskent de rechter het vermoeden van onschuld niet. In zoverre de onderdelen uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen zij naar recht.
  4. Voor het overige komen de onderdelen, al dan niet onder het mom van een motiveringsgebrek, in het geheel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest of verplichten zij tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en zijn zij niet ontvankelijk. Derde onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht van de rechter: het arrest motiveert op tegenstrijdige wijze dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken die het hof van beroep kunnen toelaten te besluiten dat het opleggen van de vermelde bestraffing zijn toekomst en reclassering op een overdreven wijze zou hypothekeren; die redenen zijn tegenstrijdig met de door het arrest vastgestelde persoonlijke omstandigheden van de eiser.
  6. Het onderdeel preciseert niet hoe en waarom de vaststellingen van het arrest met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden tegenstrijdig zijn met het oordeel dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken die het hof van beroep kunnen toelaten te besluiten dat het opleggen van de vermelde bestraffing zijn toekomst en reclassering op een overdreven wijze zou hypothekeren. Het onderdeel is onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek, de artikelen 195, § 2 en 211 Wetboek van Strafvordering en artikel 8, § 4, Probatiewet: het arrest wijst eisers verzoek om een werkstraf of een voorwaardelijke straf af met de enkele reden dat een dergelijke straf of maatregel niet kan voldoen aan het doel van rechtvaardige repressie, te weten de bescherming van de samenleving; die reden stelt de eiser niet in staat te begrijpen waarom hij niet tot een werkstraf is veroordeeld of niet van een voorwaardelijke straf heeft genoten toen hij zich op een reeks zeer relevante positieve elementen beriep.
  8. Het arrest moet niet motiveren waarom het aan de eiser geen door de wet niet toegelaten straf oplegt.
  9. Overeenkomstig artikel 37quinquies, § 1, 2°, Strafwetboek mag de werkstraf niet worden uitgesproken voor feiten bedoeld in de artikelen 375 tot 377 Strafwetboek. Dezelfde bepaling laat thans het uitspreken van de werkstraf niet toe voor feiten bedoeld in de artikelen 417/12 tot 417/22 Strafwetboek.
  10. Het arrest (p. 16, nr. 9) verklaart de eiser schuldig aan de aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging, thans aantasting van de seksuele integriteit, jegens een minderjarige geen volle zestien jaar oud, als gewoonlijk of occasioneel samenwonende met en gezaghebbende over het slachtoffer (stiefvader). Dit misdrijf werd ten tijde van de feiten bestraft door onder meer de artikelen 373 en 377 (oud) Strafwetboek en werd door de appelrechters geactualiseerd tot een overtreding van onder meer de artikelen 417/7, 417/16 en 417/18 Strafwetboek.
  11. Hieruit volgt dat het arrest (p. 16, nr. 9) dat oordeelt dat een werkstraf niet mogelijk is gelet op de aard van de bewezen verklaarde feiten, de beslissing tot het niet opleggen van een werkstraf aan de eiser niet verder moet motiveren. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  12. De rechter is niet verplicht te antwoorden op stukken die een beklaagde heeft neergelegd ter staving van zijn verzoek om een voorwaardelijke straf, indien de inhoud ervan niet is hernomen in een regelmatig voor de rechter genomen conclusie. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
  13. Met het geheel van de redenen die het arrest (p. 13-16) vermeldt, waaruit blijkt dat de appelrechters kennis hebben genomen van eisers verzoek om een voorwaardelijke veroordeling en die de eiser kan doen begrijpen waarom zijn verzoek wordt afgewezen, is de beslissing tot weigering om de eiser te veroordelen tot een voorwaardelijke straf regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 120,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240917.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.