id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240920.1N.6 Rolnummer: C.23.0330.N Zaak: TVM VERZEKERINGEN nv contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 642 - laatst gezien 2026-06-16 13:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240920.1N.6 Fiche 1 Een verkeersongeval in de zin van artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM is het ongeval dat zich voordoet op de openbare weg en op terreinen, zij het privé, die toegankelijk zijn voor een aantal personen die het recht hebben om er te komen en dat verband houdt met de risico's van het wegverkeer
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiche 2 De bestuurder, in de zin van artikel 29bis, § 2, WAM, is de persoon die het motorrijtuig bestuurt op het ogenblik van het ongeval, dat wil zeggen de persoon die, op dat ogenblik, het meesterschap over dat motorrijtuig heeft via mechanische middelen waardoor hij het voertuig in een bepaalde richting kan sturen en die zodoende het vermogen van de motor beheerst
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0330.N TVM VERZEKERINGEN nv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 7901 AW Hoogeveen (Nederland), Van Limburg Stirumstraat 250, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- J. B.,
- F. M., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van J. B.,
- LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579 bus 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.702.543,
- BELFIUS VERZEKERINGEN nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Karel Rogierplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.764.064, verweerders, allen vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. mede inzake KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Van Overstraetenplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.552.563, tot gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 4 april
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 8 juli 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM wordt, bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken. Een verkeersongeval in de zin van die bepaling is het ongeval dat zich voordoet op de openbare weg en op terreinen, zij het privé, die toegankelijk zijn voor een aantal personen die het recht hebben om er te komen en dat verband houdt met de risico’s van het wegverkeer.
- Artikel 29bis, § 2, WAM bepaalt dat de bestuurder van een voertuig en zijn rechthebbenden zich niet kunnen beroepen op de bepalingen van dit artikel, tenzij de bestuurder optreedt als rechthebbende van een slachtoffer dat geen bestuurder was en op voorwaarde dat hij de schade niet opzettelijk heeft veroorzaakt. De bestuurder, in de zin van voormeld artikel 29bis, § 2, WAM, is de persoon die het motorrijtuig bestuurt op het ogenblik van het ongeval, dat wil zeggen de persoon die, op dat ogenblik, het meesterschap over dat motorrijtuig heeft via mechanische middelen waardoor hij het voertuig in een bepaalde richting kan sturen en die zodoende het vermogen van de motor beheerst.
- De rechter stelt vast en oordeelt dat: - op 6 juni 2019 een ongeval plaatsvond, waarbij de kooi van een hoogtewerker werd aangereden door een bestelwagen; - de eerste verweerder zich op het ogenblik van de aanrijding in de kooi van deze hoogtewerker bevond en van daaruit de giek en de kooi, die deels over de rijbaan uitstak, bediende; - de hoogtewerker op dat moment geparkeerd stond op de parkeerstrook en niet in beweging was, ofschoon de theoretische mogelijkheid bestond om aan de hand van het bedieningspaneel in de kooi de hoogtewerker te besturen, hetzij hem vooruit, achteruit of zijwaarts te laten rijden; - de hoogtewerker een motorrijtuig is in de zin van artikel 1 WAM en de schade werd veroorzaakt door een verkeersongeval, op een wijze die karakteristiek is voor het veroorzaken van schade door het gebruik van een motorvoertuig in het verkeer; - de eerste verweerder geen bestuurder is in de zin van artikel 29bis § 2, WAM, omdat hij niet deelnam aan het verkeer.
- De rechter die op grond van deze redenen oordeelt dat de eerste verweerder op de openbare weg het meesterschap uitoefende over een motorrijtuig dat betrokken is bij een verkeersongeval, maar dat hij geen bestuurder is in de zin van artikel 29bis, § 2, WAM, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond.
- De door de verweerders voorgestelde prejudiciële vraag, die ervan uitgaat dat diegene die op de openbare weg het meesterschap uitoefent over een bij een verkeersongeval betrokken motorrijtuig in de omstandigheid kan verkeren dat hij niet deelneemt aan het verkeer, berust op een onjuiste rechtsopvatting en dient derhalve niet te worden gesteld. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de vordering van de eerste verweerder op grond van artikel 29bis WAM en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit, sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting 20 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240920.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240920.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div