← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.

STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0713.N

  1. I. S., beklaagde, eiser,
  2. S. S., beklaagde, eiser, beiden met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 april
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. Het arrest spreekt de eisers vrij voor de feiten omschreven onder de telastlegging A
  5. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, zijn eisers’ cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende de formele en materiële motiveringsverplichting en de verplichting te antwoorden op conclusies: de appelrechters leggen de door de eisers op de rechtszitting ingediende stukken naast zich neer; uit die stukken (loonfiches) blijkt dat de verbeurdverklaringen gelet op het inkomen van de eisers disproportioneel zijn en die verbeurdverklaringen een onredelijk zware straf opleveren; er werd op de rechtszitting gepleit dat het inkomen van de eisers ontoereikend is om de verbeurdverklaringen te bevelen voor de telastleggingen B, D, F en E; de appelrechters oordelen niettemin dat uit niets blijkt dat de verbeurdverklaringen disproportioneel zouden zijn en dat er dan ook geen grond is om ze te matigen.
  7. Noch uit artikel 149 Grondwet noch uit artikel 195 Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter moet antwoorden op op de rechtszittingen ingediende stukken, waarvan de inhoud niet is hernomen in een regelmatig ingediende conclusie.
  8. Uit de omstandigheid dat de rechter in zijn beslissing geen melding maakt van door een partij op de rechtszitting ingediende stukken, volgt niet dat de rechter deze stukken niet bij zijn beoordeling heeft betrokken.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 15 maart 2024 blijkt enkel dat de raadsman van de eisers heeft gevraagd om de vordering tot bijzondere verbeurdverklaring voor het feit omschreven onder de telastlegging E af te wijzen en de andere facultatieve bijzondere verbeurdverklaring te milderen. Daaruit blijkt evenwel niet dat de eisers hebben aangevoerd dat hun inkomen niet volstond om de gevorderde verbeurdverklaringen te voldoen of dat de gevorderde verbeurdverklaringen een onredelijk zware straf zouden uitmaken. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  11. Uit het enkele feit dat het inkomen van een veroordeelde niet volstaat om een gevorderde verbeurdverklaring te voldoen, volgt niet dat het uitspreken van die bijzondere verbeurdverklaring noodzakelijk een onredelijke zware straf is en dat er bijgevolg grond is tot matiging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 143,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240924.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.