← België

G. contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 4 - 5 Indien een verbeurdverklaring een facultatief karakter heeft, volgt uit artikel 195, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, dat ingevolge artikel 211 van dit wetboek van toepassing is op de hoven van beroep, dat de rechter nauwkeurig de redenen moet vermelden waarom hij het opleggen van die bijkomende straf noodzakelijk acht, zij het dat die motivering beknopt mag zijn, terwijl artikel 149 Grondwet de rechter enkel verplicht vast te stellen dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen uit te spreken, zodat die bepaling vreemd is aan de verplichting van de rechter om de door hem uitgesproken straffen te motiveren. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0491.N V. G., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Michael Verstraeten, advocaat bij de balie Gent, tegen Luc BLOCKEEL, met kantoor te 9700 Oudenaarde, Deinzestraat 1, en Ilse VAN ROYEN, met kantoor te 9660 Brakel, Boekelstraat 63, in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement ACOMAD nv, burgerlijke partijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 29 februari 2024, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 28 juni

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden arrest beveelt lastens de eiseres de bijzondere verbeurdverklaring (hierna verbeurdverklaring) per equivalent van een bedrag dat het ex aequo et bono bepaalt op 88.555,15 euro, als vermogensvoordeel dat de eiseres zou hebben verkregen uit de telastleggingen C.2.3, C.2.5, C.2.15 tot en met C.2.36, C.3.1 en C.3.2, in zoverre zij daaraan schuldig is verklaard door het op dit punt niet vernietigde arrest van het hof van beroep te Gent van 31 januari 2022; het bestreden arrest motiveert niet hoe het dat vermogensvoordeel bepaalt; het bestreden arrest houdt geen rekening ermee dat sommige van de lastens de eiseres verbeurdverklaarde vermogensvoordelen in beslag werden genomen en verbeurdverklaard lastens de medebeklaagde L., voor een bedrag van 42.003,27 euro; het bestreden arrest voert geen enkele berekening uit en het motiveert niet het bedrag van de verbeurdverklaring; aldus is een willekeurige straf opgelegd; het bestreden arrest verwijst enkel naar de schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring van het openbaar ministerie voor de eerste rechter, maar niet naar de herleide mondelinge vordering van het openbaar ministerie op de rechtszitting van 26 oktober 2023; het bestreden arrest motiveert niet waarom het geen gevolg geeft aan de herleide vordering van het openbaar ministerie; het bestreden arrest motiveert niet het “aanzienlijk deel” van de gelden die aan de eiseres zouden zijn toegekomen uit de lastens haar bewezenverklaarde feiten; aldus bevat het bestreden arrest geen zo nauwkeurig mogelijke bepaling van de omvang van de vermogensvoordelen of een raming van de geldwaarde ervan; de reden dat de eiseres gelden heeft kunnen verkrijgen en dat de eiseres niet in het bezit mag worden gelaten van de vermogensvoordelen, belet niet dat het bepalen van de vermogensvoordelen dient te worden gemotiveerd.
  3. In zoverre de beoordeling van het door het onderdeel aangevoerde motiveringsgebrek verplicht tot een kennisname van gegevens uit dossierstukken, die niet zijn opgenomen in de bestreden beslissing zelf of in enig ander stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  4. De rechter die een verbeurdverklaring van vermogensvoordelen beveelt, moet die beslissing niet motiveren aan de hand van een vergelijking met de schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring van het openbaar ministerie of de mondelinge aanpassing van die vordering op een rechtszitting.
  5. Indien een verbeurdverklaring een facultatief karakter heeft, volgt uit artikel 195, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, dat ingevolge artikel 211 van dit wetboek van toepassing is op de hoven van beroep, dat de rechter nauwkeurig de redenen moet vermelden waarom hij het opleggen van die bijkomende straf noodzakelijk acht, zij het dat die motivering beknopt mag zijn.
  6. Artikel 149 Grondwet daarentegen verplicht de rechter enkel vast te stellen dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen uit te spreken. Die bepaling is vreemd aan de verplichting van de rechter om de door hem uitgesproken straffen te motiveren.
  7. Het feit dat de rechter, om de door een beklaagde uit een misdrijf verkregen vermogensvoordelen ex aequo et bono te bepalen, de gegevens van het strafdossier in aanmerking dient te nemen die deze bepaling zo nauwkeurig mogelijk toelaten, vereist niet dat de beslissing die gegevens uitdrukkelijk vermeldt. Wel is vereist, maar volstaat het, dat de beslissing de essentiële gegevens bevat die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole op de toegepaste straf van de verbeurdverklaring uit te oefenen.
  8. De uit artikel 149 Grondwet volgende motiveringsplicht verplicht de rechter evenmin de redenen van zijn redenen te vermelden.
  9. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Het hof van beroep te Gent heeft bij zijn op dat punt niet vernietigde arrest van 31 januari 2022 de eiseres schuldig verklaard aan de telastleggingen C.2.3 voor het bedrag van 7.594,31 euro, C.2.5 voor het bedrag van 3.493,18 euro, C.2.15, C.2.16, C.2.17, C.2.18, C.2.19, C.2.20, C.2.21, C.2.22, C.2.23, C.2.24, C.2.25, C.2.26, C.2.27, C.2.28, C.2.29, C.2.30, C.2.31, C.2.32, C.2.33, C.2.34, C.2.35, C.2.36, C.3.1 en C.3.2, in essentie op grond van de volgende redenen: - het is voor wat betreft de telastleggingen C.2 bewezen dat Easy Built bv klanten oplichtte door hen bedrieglijk voorschotten te laten betalen voor gevelrenovatiewerken, terwijl die firma wist dat zij die werken niet of niet volgens de regels van de kunst zou kunnen uitvoeren; - de eiseres is, gelet op haar administratieve, boekhoudkundige en financiële tussenkomsten ten bate van Easy Built bv en van de aanvankelijke medebeklaagde M., vanaf 1 december 2012 te beschouwen als een feitelijke medebestuurder van de vennootschap; - de eiseres wist dat Easy Built bv niet in staat was om de reeds gesloten contracten te honoreren, zodat zij zich diende te verzetten tegen het opvragen van bijkomende voorschotten en het aangaan van nieuwe contracten, maar zij hield integendeel aan klanten voor dat het geen probleem was om met Easy Built bv te contracteren en werkte mee om verder voorschotten te innen; - de eiseres deelde ook in de gelden die vanaf 1 december 2012 op de rekening van Easy Built bv toekwamen, wetend dat die gelden niet voor vennootschapsdoeleinden werden aangewend; - er werd voor wat betreft de telastleggingen C.3 in dezelfde zin gehandeld tegenover leveranciers, waarbij materialen werden besteld of kredieten werden aangegaan zonder intentie tot betaling, omdat de financiële toestand van Easy Built bv dat niet toeliet.
  11. Ingevolge de vernietiging van het arrest van het hof van beroep te Gent van 31 januari 2022 voor wat betreft de schuldigverklaring van de eiseres aan de telastlegging E.2 (witwassen) hadden de appelrechters, als rechters op verwijzing, onder meer nog te oordelen over de veroordeling tot straf van de eiseres voor alle vermengde feiten waaraan zijzelf en het hof van beroep te Gent haar schuldig hebben verklaard. De appelrechters (bestreden arrest, nr. 4.4.1, p. 15-17) oordelen voor wat betreft de verbeurdverklaring van de door de eiseres verkregen vermogensvoordelen uit de vermelde telastleggingen C als volgt: “Het openbaar ministerie vordert schriftelijk de verbeurdverklaring van de wederrechtelijk verkregen vermogensvoordelen voortkomend uit de telastleggingen C. De vordering is slechts gegrond wat betreft de telastleggingen C waaraan [de eiseres], al dan niet geheel, schuldig is bevonden. Door het plegen van de bewezen feiten van oplichting heeft [de eiseres] gelden kunnen bekomen die zonder de gepleegde inbreuk niet konden worden gerealiseerd en dus wederrechtelijk waren. [De eiseres] mag niet in het bezit gelaten worden van die voordelen. Het plegen van misdrijven mag niet lonend zijn. De berekening van de wederrechtelijke vermogensvoordelen komt het hof (van beroep) correct voor en de verbeurdverklaring ervan dient te worden uitgesproken. Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag. Gelet op de gegevens van het strafdossier is het hof (van beroep) van oordeel dat een verdeling van de respectieve vermogensvoordelen zich opdringt, waarbij rekening wordt gehouden met de rol van [de eiseres]. [De eiseres] had zicht en controle over de financiële toestand van de vennootschappen en zorgde ervoor dat een aanzienlijk deel van de uit de voor haar bewezen feiten bekomen gelden aan haar toekwam. Het aandeel van [de eiseres] wordt bepaald op 3/10de voor de telastleggingen C waaraan zij schuldig wordt bevonden. Deze verbeurdverklaringen maken voor [de eiseres] geen onredelijke straf uit. (…) Het totaal verbeurdverklaarde bedrag voor [de eiseres] bedraagt voor de bewezen telastleggingen C.2, C.3.1 en C.3.2(,) 88.555,15 euro.”
  12. Met die redenen stelt het bestreden arrest vast dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die de eiseres heeft verkregen uit de telastleggingen C.2 en C.3, in zoverre bewezen en motiveert het op grond van concrete dossiergegevens nauwkeurig en op een wijze die het Hof toelaat zijn wettigheidscontrole uit te oefenen, hoe het die vermogensvoordelen bepaalt en waarom het de verbeurdverklaring ervan beveelt. Aldus is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen Tweede onderdeel
  13. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 3° en 43bis Strafwetboek: het bestreden arrest leidt uit zijn vaststellingen onmogelijk te verantwoorden gevolgen af; het bestreden arrest bepaalt de vermogensvoordelen die de eiseres zou hebben verkregen uit de lastens haar bewezen verklaarde telastleggingen C op een willekeurige wijze en zonder inachtneming van de gegevens van het strafdossier die een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van de omvang van de vermogensvoordelen of een raming van de geldwaarde ervan toelaten; de vermogensvoordelen uit de telastleggingen C bestonden uit voorschotten van klanten die op de rekening van Easy Built bv werden gestort; de bedragen die Easy Built bv naar de rekening van de eiseres heeft gecrediteerd, bedroegen volgens het hof van beroep te Gent (arrest hof van beroep Gent, p. 89) 11.150,00 euro; dit is het maximale vermogensvoordeel uit de telastleggingen C dat blijkt uit de concrete gegevens van het strafdossier; het bestreden arrest bepaalt het vermogensvoordeel lastens de eiseres op drie tienden van de telastleggingen C, in zoverre lastens de eiseres bewezen verklaard, met een verbeurdverklaring voor een bedrag van 92.182,06 euro als resultaat; dit houdt een overschrijding van het totale vermogensvoordeel in; uit het bestreden arrest blijkt niet waarom het geen rekening houdt met de verbeurdverklaring van het in beslag genomen bedrag van 42.003,27 euro bij de oorspronkelijke medebeklaagde L.; het bestreden arrest stelt vast dat de op de derdenrekening van de eiseres overgeschreven som van 47.500,00 euro door de eiseres werd verdeeld over verschillende schuldeisers van de verschillende vennootschappen en niet aan haarzelf; hieruit blijkt dat er geen vermogensvoordeel voor de eiseres kan worden bepaald op 92.182,06 euro, dit is het dubbele van het bedrag ontvangen op de derdenrekening; het bestreden arrest stelt geen economisch voordeel van de eiseres vast, noch motiveert het waaruit dit economisch voordeel zou bestaan of welk causaal verband er bestaat tussen het misdrijf en het vermogensvoordeel.
  14. Het bestreden arrest beveelt lastens de eiseres de verbeurdverklaring van een totaal bedrag van 92.182,06 euro. Dit is de som van de bedragen van: - 88.555,15 euro als verbeurdverklaarde vermogensvoordelen uit de telastleggingen C.2 (oplichting van klanten van Easy Built bv) en C.3 (oplichting van leveranciers van Easy Built bv), in zoverre bewezen verklaard lastens de eiseres; - 3.022,86 euro als verbeurdverklaard vermogensvoordeel uit de telastlegging B.2.5 (misbruik van vennootschapsgoederen met betrekking tot Acomad nv); - 604,05 euro als voorwerp van de telastlegging E.2 (witwassen). Aldus bepaalt het bestreden arrest het verbeurdverklaarde bedrag van 92.182,06 euro niet op basis van het bedrag van 47.500,00 euro dat op de derdenrekening van de eiseres werd overgeschreven en dat het voorwerp uitmaakt van de telastlegging E.
  15. Noch uit de redenen van het bestreden arrest, noch uit de redenen van het arrest van het hof van beroep te Gent van 31 januari 2022 (p. 87 en 89) volgt dat de door de eiseres verkregen vermogensvoordelen uit de telastleggingen C.2 enkel bestaan uit de aan haar betaalde erelonen voor een bedrag van 11.500,00 euro, zoals vermeld in de door het hof van beroep te Gent opgesomde bankverrichtingen.
  16. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  17. Het bestreden arrest (p. 18) oordeelt dat het bedrag van 47.500,00 euro, voorwerp van de telastlegging E.2, reeds begrepen is in voor het overige reeds verbeurdverklaarde bedragen, behoudens voor wat betreft een deelbedrag van 1.645,02 euro, waarvan het bestreden arrest 604,05 euro verbeurdverklaart, gelet op het aandeel van de eiseres in de telastlegging E.
  18. Het op dit punt niet vernietigde arrest (p. 154-173) van het hof van beroep te Gent van 31 januari 2022 bepaalt de vermogensvoordelen die de aanvankelijke medebeklaagde L. heeft verkregen uit de telastleggingen C.2 en C.3, in zoverre lastens hem bewezen verklaard, op een bedrag van 59.036,76 euro, dit is twee tienden van de in totaal uit die telastleggingen verkregen vermogensvoordelen. Het (p. 176-177) beveelt bovendien lastens die medebeklaagde de verbeurdverklaring van bij hem in beslag genomen fondsen voor een bedrag van 42.003,27 euro. Het rekent dat bedrag toe op het lastens die medebeklaagde reeds verbeurdverklaarde bedrag van 59.036,76 euro. Aldus dient het bestreden arrest dat bedrag, dat enkel bij de medebeklaagde T. in beslag werd genomen, niet in rekening te brengen bij de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die de eiseres heeft verkregen uit de lastens haar bewezenverklaarde telastleggingen. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  19. Het feit dat de rechter, om de door een beklaagde uit een misdrijf verkregen vermogensvoordelen ex aequo et bono te bepalen, de gegevens van het strafdossier in aanmerking dient te nemen die deze bepaling zo nauwkeurig mogelijk toelaten, vereist niet dat de beslissing die gegevens uitdrukkelijk vermeldt.
  20. De rechter kan het bedrag van het wederrechtelijk vermogensvoordeel dat een beklaagde uit een lastens hem bewezenverklaarde telastlegging heeft verkregen ex aequo et bono bepalen op grond van een forfaitaire berekening die steunt op een percentage van het totale uit de telastlegging verkregen vermogensvoordeel, in zoverre dit verantwoord wordt door de concrete dossiergegevens.
  21. De rechter oordeelt onaantastbaar over de omvang van het uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel en over de mate waarin hij de verbeurdverklaring van dat vermogensvoordeel beveelt. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
  22. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  23. Het bestreden arrest (p. 15-18) bepaalt de lastens de eiseres verbeurd te verklaren vermogensvoordelen op grond van haar rol en aandeel in de respectieve lastens haar bewezenverklaarde feiten, zoals die nader blijken uit de in het antwoord op het eerste onderdeel vermelde redenen.
  24. Op grond van die redenen, waaruit ook het causaal verband tussen de telastleggingen en de lastens de eiseres verbeurdverklaarde vermogensvoordelen blijkt, kan het bestreden arrest wettig en zonder blijk te geven van willekeur de verbeurd te verklaren vermogensvoordelen die de eiseres heeft verkregen uit de lastens haar bewezenverklaarde telastleggingen C.2, C.3, B.2.5 en E.2, bepalen op de som van de hiervoor vermelde bedragen van 88.555,15 euro, 3.022,86 euro en 604,05 euro, dit is in totaal 92.182,06 euro. In zoverre kan het onderdeel evenmin worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  25. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 127,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240924.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250128.2N.5 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250318.2N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.