← België

T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter die een beklaagde een tijdelijk rijverbod oplegt, is niet ertoe gehouden de tijd gedurende welke het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs met toepassing van artikel 55, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°

5°,

§ 2

, Wegverkeerswet werd ingetrokken, aan te rekenen op de duur van het verbod; die aanrekening, die betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van de straf, geschiedt immers van rechtswege. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 55 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 55, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°

5°,

§ 2

- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 57 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 57 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 55, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°

5°,

§ 2

- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 57 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0745.N M. T., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Peter Vermeiren, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 20 maart

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces, het recht van verdediging

het recht op tegenspraak: het bestreden vonnis oordeelt dat volgens het Nederlandstalige woordenboek Van Dale

volgens de “woordenlijst.org” het woord “killer” iemand is die een tegenstander met nietsontziende middelen bestrijdt of een moordenaar is, zonder daarover het debat te heropenen

de eiser de gelegenheid te geven daarover standpunt in te nemen. 2. De rechter die aan de hand van een woordenboek of woordenlijst oordeelt dat een bepaald woord gangbaar is in het Nederlands, is niet verplicht daarover het debat te heropenen. Of een bepaald woord dat is opgenomen in een stuk van de rechtspleging al dan niet gangbaar is in het Nederlands, behoort noodzakelijk tot het debat

de partijen moeten daar bij hun verdediging rekening mee houden. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel 3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet

artikel 24 Taalwet Gerechtszaken: het grievenformulier van het openbaar ministerie vermeldt het

gelse woord “killers”, zonder daaraan als vrije vertaling “moordenaars” toe te voegen; ten onrechte verklaart het bestreden vonnis het grievenformulier niet nietig

het openbaar ministerie niet vervallen van zijn hoger beroep; daardoor is het bestreden vonnis ook niet afdoende gemotiveerd.

  1. Artikel 24 Taalwet Gerechtszaken bepaalt dat voor de rechtspleging voor al de rechtscolleges in hoger beroep de taal wordt gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.
  2. Een akte van rechtspleging wordt geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van deze akte in die taal zijn gesteld. Het gebruik van aan vreemde talen ontleende woorden die behoren tot het gewone taalgebruik, tast de eentaligheid van de akte niet aan. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  3. Het grievenformulier van de appellant vermeldt: “Rijden in staat van dronkenschap

rijden onder invloed van alcoholische dranken zijn killers in het verkeer.” Het woord “killers” behoort tot het gewone Nederlandse taalgebruik. De beslissing dat er geen sprake is van de schending van de Taalwet Gerechtszaken

dat het grievenformulier niet nietig is, is dan ook naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

  1. Het aangevoerde motiveringsgebrek is afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Derde middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet

artikel 65, eerste lid, Strafwetboek, alsmede miskenning van de motiveringsplicht: het bestreden vonnis oordeelt dat de telastleggingen A, B, C, D

E uit dezelfde gedraging voortvloeien, maar dat er geen eenheid van opzet is met de telastlegging F; het sluit evenwel niet uit dat er geen eenheid van drijfveer was; nochtans was er een korte tijdspanne tussen de feiten van de telastleggingen A, B, C, D

E

het feit van de telastlegging F, dat plaatsgreep toen de eiseres haar rijbewijs kwam ophalen; dit rijbewijs was onmiddellijk ingetrokken ten gevolge van de feiten van de telastleggingen A, B, C, D

E; op grond van deze redenen kan het bestreden vonnis niet wettig oordelen dat er geen eenheid van opzet is tussen de feiten van de telastleggingen A, B, C, D

E

het feit van de telastlegging F.

  1. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiseres reeds op 22 december 2022 werd verontrust door de tussenkomst van de politiediensten, waarbij haar rijbewijs onmiddellijk werd ingetrokken, maar zij niettemin op 6 januari 2023, dit is twee weken later, opnieuw besloot gelijkaardige feiten te plegen. Aldus sluit het bestreden vonnis uit dat niettegenstaande de korte tijdspanne tussen die feiten er een eenheid van drijfveer was. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Vierde middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 57, tweede lid, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis vermeldt niet, anders dan het beroepen vonnis, dat de vijftien dagen onmiddellijke intrekking rijbewijs in mindering moet gebracht worden van het rijverbod.
  3. Artikel 57, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt: “Indien tijdelijk verval van het recht tot sturen is uitgesproken, wordt de tijd gedurende welke het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs met toepassing van artikel 55, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°

5°,

§ 2

, is ingetrokken, op de duur van het verval aangerekend met uitzondering van de perioden van hechtenis door de veroordeelde ondergaan gedurende die tijd.” 12. De rechter die een beklaagde een tijdelijk rijverbod oplegt, is niet ertoe gehouden de tijd gedurende welke het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs met toepassing van artikel 55, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°

5°,

§ 2, Wegverkeerswet werd ingetrokken, aan te rekenen op de duur van het verbod.

Die aanrekening, die betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van de straf, geschiedt immers van rechtswege. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek 13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen

de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke

Bruno Lietaert,

in openbare rechtszitting van 24 september 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240924.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.