id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240927.1N.5 Rolnummer: C.23.0453.N Zaak: STAD GENT contra A. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 501 - laatst gezien 2026-06-18 13:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240927.1N.5 Fiches 1 - 2 Van zodra de sanctionerend ambtenaar een aanbod tot bemiddeling formuleert, komt een bemiddeling tussen in de zin van artikel 26, § 2, Wet Gemeentelijke administratieve sancties zonder dat het formuleren van dit aanbod afhankelijk is van de instemming van de overtreder
(1)Zie concl OM. Thesaurus CAS: OVERTREDING Wettelijke bepalingen: Wet 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties - 24-06-2013 - Art. 12, § 1 - 04 ELI link Pub nr 2013000441 Wet 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties - 24-06-2013 - Art. 26, § 2 - 04 ELI link Pub nr 2013000441 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties - 24-06-2013 - Art. 12, § 1 - 04 ELI link Pub nr 2013000441 Wet 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties - 24-06-2013 - Art. 26, § 2 - 04 ELI link Pub nr 2013000441 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0453.N STAD GENT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met burelen te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen Y. A.. . I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 18 april
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 1 juli 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 12, § 1, Wet Gemeentelijke administratieve sancties, in de versie zoals van toepassing op het geding, kan de sanctionerend ambtenaar aan een meerderjarige overtreder een bemiddeling voorstellen, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de gemeenteraad moet dit hebben voorzien in zijn reglement, evenals de procedure en de daarmee gepaard gaande regels; 2° de instemming van de overtreder; 3° een slachtoffer werd geïdentificeerd. Krachtens artikel 26, § 1, Wet Gemeentelijke administratieve sancties wordt de beslissing van de sanctionerend ambtenaar binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt een aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten door de in de artikelen 20 en 21 bedoelde personen. Luidens artikel 26, § 2, van voormelde wet wordt, in afwijking van § 1, de beslissing van de sanctionerend ambtenaar binnen een termijn van twaalf maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen, indien er een gemeenschapsdienst en/of bemiddeling tussenkomt.
- Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat, van zodra de sanctionerend ambtenaar een aanbod tot bemiddeling formuleert, een bemiddeling tussenkomt in de zin van artikel 26, § 2, Wet Gemeentelijke administratieve sancties zonder dat het formuleren van dit aanbod afhankelijk is van de instemming van de overtreder.
- De politierechtbank stelt vast dat: - op 22 februari 2021 aan een onroerend goed beschadigingen werden toegebracht waarvan een proces-verbaal werd opgesteld; - de verbalisanten tijdens hun tussenkomst ervan in kennis werden gesteld dat de verweerder samen met zijn broer werd gevat en beide personen voldeden aan de beschrijving van de in het proces-verbaal vermelde getuige; - de verbalisanten het nadeel omschreven als zijnde krassen in het raam en de deur van voormelde woning; - de sanctionerend ambtenaar van de eiseres met een aangetekend schrijven van 19 april 2021, verzonden op 21 april 2021, de verweerder in kennis stelde van de betrokken inbreuk op artikel 21 van het Politiereglement van 19 januari 1988 op de openbare rust en de veiligheid en werd aangekondigd dat hiervoor een boete kon worden opgelegd van maximaal 350 euro, conform artikel 25, § 2, Wet Gemeentelijke administratieve sancties erop werd gewezen dat de verweerder binnen een termijn van vijftien dagen zijn verweer kon indienen per aangetekend schrijven en hij eveneens kon vragen om gehoord te worden en de verweerder de mogelijkheid werd geboden om in te gaan op een bemiddelingsprocedure, waarvoor hij binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de brief contact diende op te nemen met de bemiddelaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties; - de GAS-bemiddelaar op 4 januari 2022 aan de sanctionerend ambtenaar van de eiseres liet weten dat de bemiddeling werd opgestart maar door de overtreder geweigerd werd; - in het schrijven van 4 januari 2022 bijkomend werd verduidelijkt dat op 20 april 2021 het bemiddelingsaanbod werd overgemaakt aan de verweerder en deze op 28 april 2021 telefonisch liet weten dat hij verweer ging voeren aangezien hij de inbreuk niet erkende; - de GAS-bemiddelaar ervan uitging dat, aangezien de verweerder niet verder heeft gereageerd en er nog steeds geen verweer werd ontvangen, de verweerder niet wenste in te gaan op de bemiddelingsprocedure; - de sanctionerend ambtenaar per aangetekend schrijven van 12 januari 2022, verzonden op 17 januari 2022, stelde dat binnen de voorziene termijn geen schriftelijke noch mondelinge verweermiddelen werden ontvangen, er werd geoordeeld dat de feiten zoals omschreven in het proces-verbaal een inbreuk vormden op het politiereglement en een boete werd opgelegd van 350 euro; - de verweerder tegen deze beslissing op 15 februari 2022 beroep instelde.
- Door aldus te oordelen dat een bemiddeling slechts tussenkomt in de zin van artikel 26, § 2, Wet Gemeentelijke administratieve sancties wanneer de overtreder instemt met een aanbod tot bemiddeling van de sanctionerend ambtenaar zodat de beslissing tot oplegging van de boete, die niet binnen zes maanden werd genomen en ter kennis werd gebracht van de verweerder, laattijdig is, verantwoordt de politierechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de politierechtbank West-Vlaanderen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 27 september 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240927.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240927.1N.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div