← België

B. contra VERIMO nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240927.1N.7 Rolnummer: F.22.0062.N Zaak: B. contra VERIMO nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Insolventierecht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 703 - laatst gezien 2026-06-15 19:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240927.1N.7 Fiches 1 - 2 Een dagvaarding in faillissement waarbij een schuldeiser zijn rechtsvordering uitoefent en een collectief beslag beoogt met tegeldemaking en verdeling van het vermogen van zijn schuldenaar door toedoen van een curator teneinde zijn schuldvordering te innen, is een dagvaarding en heeft bijgevolg stuitende werking

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERJARING - BELASTINGZAKEN - Stuiting Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Aaaaaaaaaaaaaaart. 2244 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 443bis, § 1, eerste lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Aaaaaaaaaaaaaaart. 2244 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 443bis, § 1, eerste lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0062.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Adviseur-generaal Invordering van het Team Invordering RP Leuven 1, met kantoor te 3001 Heverlee, Philipssite 3a, bus 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VERIMO nv, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Emile Feronstraat 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0417.238.867, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 maart
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 1 juli 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 443bis, § 1, eerste lid, WIB 1992, zoals hier van toepassing, verjaren de directe belastingen zomede de onroerende voorheffing door verloop van vijf jaren vanaf de datum waarop ze dienen betaald te zijn krachtens artikel
  3. Krachtens artikel 443bis, § 2, eerste lid WIB 1992, zoals hier van toepassing, kan de termijn bedoeld in § 1 worden gestuit op de wijze bepaald in de artikelen 2244 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek of door afstand te doen van de op de verjaring verlopen termijn.
  4. Krachtens artikel 2244, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek vormen een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling, of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting. Onder een dagvaarding in de zin van voormelde bepaling moet worden verstaan het instellen van een vordering in rechte waarbij de eiser te kennen geeft aanspraak te maken op een recht. Een dagvaarding in faillissement waarbij een schuldeiser zijn rechtsvordering uitoefent en een collectief beslag beoogt met tegeldemaking en verdeling van het vermogen van zijn schuldenaar door toedoen van een curator teneinde zijn schuldvordering te innen, is een dagvaarding in de zin van voormelde bepaling en heeft bijgevolg stuitende werking.
  5. De appelrechters stellen vast dat: - de eiser zijn vordering in faillissement steunt op de schuld van de verweerster uit hoofde van de vennootschapsbelasting over het aanslagjaar 1985 ten bedrage van 17.687, 65 euro in hoofdsom, die onbetaald is gebleven; - de aanslag aanvankelijk werd betwist door een bezwaarschrift van 17 mei 1987 en door middel van een voorziening in beroep tegen de verwerping van dit bezwaar, dat dateert van 1 augustus 1989; - de voorziening, die werd neergelegd op 12 september 1989 bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 april 2004 laattijdig en derhalve niet ontvankelijk werd verklaard, zodat het bestaan en de omvang van deze belastingschuld definitief vaststond. Zij oordelen dat: - de verjaring in ieder geval werd gestuit door de dwangbevelen die de eiser achtereenvolgens op 6 mei 1988, 21 april 1993, 9 april 1998, 5 maart 2003, 9 februari 2005, 29 januari 2010 en 1 december 2014 heeft laten betekenen aan de verweerster, die hiertegen nooit verzet heeft aangetekend; - na 1 december 2014 geen dwangbevel meer werd betekend aan de verweerster; - het exploot van dagvaarding in faillissement dat de eiser op 21 maart 2018 aan de verweerster heeft laten betekenen, waarin uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van de onbetaalde aanslag, de verjaring niet heeft gestuit.
  6. De appelrechters die aldus aan de dagvaarding in faillissement van 21 maart 2018 een verjaringstuitend effect ontzeggen, schenden artikel 443bis, § 2, eerste lid, WIB 1992 juncto artikel 2244, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting 27 september 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240927.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240927.1N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251211.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.