← België

P. contra KBC VERZEKERINGEN NV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.2 Rolnummer: C.23.0457.N Zaak: P. contra KBC VERZEKERINGEN NV Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 1030 - laatst gezien 2026-06-18 15:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De vereffenaar die foutief de vereffening afsluit is ten aanzien van een derde schuldeiser van de vennootschap gehouden tot vergoeding van de schade indien de schade zonder de fout van de vereffenaar niet zou zijn ontstaan. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 192 - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Fiche 2 De schuldeiser die van de vereffenaar schadevergoeding vordert wegens foutieve afsluiting van de vereffening moet het bewijs leveren van de fout, de schade en van het causaal verband tussen de fout en de schade; dit houdt in dat de schuldeiser het bewijs moet leveren dat hij zonder de foutieve afsluiting van de vereffening zijn schuldvordering had kunnen innen en zodoende moet bewijzen dat de vennootschap op het ogenblik van de vereffening over voldoende activa beschikte om zijn schuld te voldoen. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.4 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 870 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0457.N R. P., eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2000 Antwerpen, Amerikalei 1897/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.552.563, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 juni

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 10 juni 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 192 Wetboek van Vennootschappen zijn de vereffenaars zowel jegens derden als jegens de vennoten verantwoordelijk voor de vervulling van hun taak en aansprakelijk voor de tekortkomingen in hun bestuur. Uit deze wetsbepaling volgt dat de vereffenaar die foutief de vereffening afsluit ten aanzien van een derde schuldeiser van de vennootschap gehouden is tot vergoeding van de schade indien de schade zonder de fout van de vereffenaar niet zou zijn ontstaan.
  3. Met toepassing van artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek en artikel 870 Gerechtelijk Wetboek moet de schuldeiser die van de vereffenaar schadevergoeding vordert wegens foutieve afsluiting van de vereffening het bewijs leveren van de fout, de schade en van het causaal verband tussen de fout en de schade. Dit houdt in dat de schuldeiser het bewijs moet leveren dat hij zonder de foutieve afsluiting van de vereffening zijn schuldvordering had kunnen innen en zodoende moet bewijzen dat de vennootschap op het ogenblik van de vereffening over voldoende activa beschikte om zijn schuld te voldoen.
  4. Nadat de appelrechter vaststelt dat de eerste rechter terecht oordeelde dat de eiser persoonlijk een fout had begaan als toenmalige zaakvoerder en vereffenaar, door geen melding te maken van de lopende procedure tegen de vennootschap en in tegendeel te verklaren dat er geen passief bestond en de schade van de verweerster gelijk is aan het volledige bedrag van haar schuldvordering of aan een bepaald percentage daarvan, kan hij niet zonder schending van de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen de bewijslast dat er onvoldoende activa aanwezig waren in de vennootschap om alle schuldeisers, inclusief de verweerster, te vergoeden, bij de eiser leggen en op die grond de eiser veroordelen tot betaling. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.