← België

V. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.3 Rolnummer: C.24.0019.N Zaak: V. contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 542 - laatst gezien 2026-06-15 07:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit de wetgeschiedenis van artikel 9, derde lid, Pachtwet blijkt dat die wetsbepaling ertoe strekt te voorkomen dat de wet wordt omzeild door een verpachter die op het verpachte goed een vruchtgebruik vestigt met het oog op de terugname van het goed bij het einde van het vruchtgebruik; bijgevolg is die wetsbepaling niet van toepassing op een opzegging gedaan door een vruchtgebruiker, die samen met de blote eigenaar het verpachte goed van de vorige eigenaar-verpachter heeft verkregen. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Einde (Opzegging. Verlenging. Terugkeer. Enz) Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 9, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0019.N

  1. G. V.,
  2. E. M.,
  3. A. V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen F. V., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 15 juni
  4. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 juni 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Krachtens artikel 9, derde lid, Pachtwet, kan de opzegging voor persoonlijke exploitatie niet worden aangevoerd door de titularis van een vruchtgebruik gevestigd onder de levenden door de wil van de mens.
  6. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat die wetsbepaling ertoe strekt te voorkomen dat de wet wordt omzeild door een verpachter die op het verpachte goed een vruchtgebruik vestigt met het oog op de terugname van het goed bij het einde van het vruchtgebruik. Bijgevolg is die wetsbepaling niet van toepassing op een opzegging gedaan door een vruchtgebruiker, die samen met de blote eigenaar het verpachte goed van de vorige eigenaar-verpachter heeft verkregen.
  7. Uit de vaststellingen van de appelrechter blijkt dat: - de eigenaar-verpachter een gedeelte van de verpachte goederen heeft verkocht aan de eerste en tweede eisers wat betreft het vruchtgebruik en aan de derde eiseres wat betreft de blote eigendom; - de eisers vervolgens samen de pacht hebben opgezegd overeenkomstig de artikelen 8, § 1 en 12 Pachtwet, omdat de eerste en tweede eisers van plan waren om de onroerende goederen zelf te exploiteren.
  8. De appelrechter die oordeelt dat met toepassing van artikel 9, derde lid, Pachtwet de eisers de pacht niet kunnen opzeggen voor persoonlijke exploitatie, en aldus te kennen geeft dat artikel 9, derde lid, Pachtwet van toepassing is op een opzegging die wordt gedaan door een vruchtgebruiker van het goed, nadat hij samen met de blote eigenaar het verpachte goed heeft verkregen van de vorige eigenaar-verpachter, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  9. De overige grieven kunnen niet leiden tot een ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de vordering van de eisers tot geldigverklaring van de pachtopzegging en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.