← België

Wasilczenko Piotr contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.4 Rolnummer: C.23.0462.N Zaak: Wasilczenko Piotr contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 536 - laatst gezien 2026-06-15 07:48 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Het buitengewoon rechtsmiddel van de herroeping van het gewijsde, ook wegens persoonlijk bedrog, is niet ontvankelijk indien de verzoekende partij onzorgvuldig is geweest in de eerdere procedure waardoor zij kennis kon hebben van de redenen waarop haar verzoek tot herroeping steunt. Thesaurus CAS: HERROEPING VAN HET GEWIJSDE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1133, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0462.N P. W., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. G. D., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van ADW RENTING bv, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.471.747,
  2. K. V. S., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van YVES DE WINTERE nv, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0450.711.587, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 mei
  3. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 13 juni 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  4. Krachtens artikel 1133, 1°, Gerechtelijk Wetboek kan een verzoek tot herroeping van het gewijsde worden ingediend omdat er persoonlijk bedrog is geweest. Een verzoek tot herroeping van het gewijsde ingediend om redenen die de verzoekende partij kende of redelijkerwijze kon kennen vóór de rechterlijke beslissing waarvan zij de herroeping beoogt of vóór het verstrijken van de termijn van de gewone rechtsmiddelen, is niet ontvankelijk.
  5. Uit deze bepaling volgt dat het buitengewoon rechtsmiddel van de herroeping van het gewijsde, ook wegens persoonlijk bedrog, niet ontvankelijk is indien de verzoekende partij onzorgvuldig is geweest in de eerdere procedure waardoor zij kennis kon hebben van de redenen waarop haar verzoek tot herroeping steunt. Het middel dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Eerste middel
  6. De beslissing van de appelrechters tot afwijzing van het verzoek tot herroeping steunt op de zelfstandige en in het tweede middel vergeefs bekritiseerde reden dat het verzoek niet werd ingediend binnen zes maanden na de ontdekking van de ingeroepen gronden zodat niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 1136 Gerechtelijk Wetboek.
  7. Het middel dat opkomt tegen het oordeel dat in het verzoek tot herroeping van gewijsde geen persoonlijk bedrog wordt aangevoerd aan de zijde van ADW Renting bv, thans de eerste verweerster, is gericht tegen een overtollige reden en is bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op voor de eiser op 1.144,67 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.