id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.5 Rolnummer: C.23.0397.N Zaak: SEB LIFE INTERNATIONAL ASSURANCE COMPANY contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 663 - laatst gezien 2026-06-16 14:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De rechtsvordering vloeit voort uit de verzekeringsovereenkomst wanneer zij betrekking heeft op het bestaan van de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, zowel voor de contractanten als ten aanzien van derden, en dit ongeacht de rechtsgrond waarop de vordering is gesteund; de rechtsvordering waarbij de verzekerde van de verzekeraar de schadeloosstelling eist op grond van precontractuele aansprakelijkheid, is geen rechtsvordering die voortvloeit uit de verzekeringsovereenkomst. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Art. 34, § 1 - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0397.N SEB LIFE INTERNATIONAL ASSURANCE COMPANY DESINGNATED ACTIVITY COMPANY, vennootschap naar Iers recht, met zetel te Dublin 2, Riverside IV (Ierland), Sir John Rogerson’s Quay, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- J. D,
- C. R, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 september
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 11 juni 2024 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Krachtens artikel 34, § 1, Wet Landverzekeringsovereenkomst, zoals hier van toepassing, bedraagt de verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst drie jaar. De rechtsvordering vloeit voort uit de verzekeringsovereenkomst wanneer zij betrekking heeft op het bestaan van de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, zowel voor de contractanten als ten aanzien van derden, en dit ongeacht de rechtsgrond waarop de vordering is gesteund. De rechtsvordering waarbij de verzekerde van de verzekeraar de schadeloosstelling eist op grond van precontractuele aansprakelijkheid, is geen rechtsvordering die voortvloeit uit de verzekeringsovereenkomst. Het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 732,62 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 september 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240930.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div