← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.20 Rolnummer: P.24.1298.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-10-04 Raadplegingen: 497 - laatst gezien 2026-06-15 07:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het staat aan de strafuitvoeringsrechtbank onaantastbaar te oordelen of een veroordeelde tot vrijheidsstraf de hem bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit opgelegde voorwaarden al dan niet heeft nageleefd; de niet-naleving van één voorwaarde volstaat als verantwoording voor een herroeping van die strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 5 De strafuitvoeringsrechtbank die op grond van de feitelijke gegevens die zij vermeldt en de vaststelling dat de veroordeelde de onjuistheid van die gegevens niet aantoont, oordeelt dat een voorwaarde niet is nageleefd, miskent het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld, zoals ook gewaarborgd door artikel 6.2 EVRM, niet; de strafuitvoeringsrechtbank spreekt zich daardoor immers niet uit over de vraag of de veroordeelde zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, maar beoordeelt enkel de bewijswaarde van de overgelegde gegevens en de geloofwaardigheid van het verweer van de veroordeelde betreffende het niet-naleven van een hem bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit opgelegde voorwaarde. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiche 6 De strafuitvoeringsrechtbank die moet oordelen over de herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit moet niet noodzakelijk melding maken van de gegevens opgenomen in het door een justitieassistent opgesteld evolutieverslag betreffende die strafuitvoeringsmodaliteit. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1298.N V. S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Luna Onzia, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 30 augustus 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van de motiveringsverplichting, het recht van verdediging en het vermoeden van onschuld: het vonnis beantwoordt niet eisers argumenten als zou hij ten onrechte zijn ontslagen door zijn werkgever, hij geen verplaatsing heeft gemaakt met de bedrijfswagen naar Nederland en hij gelet op de neerlegging op de rechtszitting voor de strafuitvoeringsrechtbank van een nieuwe werkbelofte nog steeds aan de voorwaarde voldoet van tewerkstelling; het vonnis vermeldt niet waarom het geen rekening houdt met het evolutieverslag van 18 maart 2024 dat integraal deel uitmaakt van het dossier; in dat verslag wordt melding gemaakt van de problemen die er reeds waren met de werkgever; er wordt niet ingegaan op eisers verweer dat hij op 5 en 6 augustus 2024 niet de gebruiker was van het voertuig waarop de track & trace-gegevens betrekking hebben; dit betreft geen foto’s of bewijzen waaruit blijkt dat de eiser op de bewuste dagen effectief in het voertuig zat; het louter bijbrengen van die gegevens levert geen sluitend bewijs op; het vonnis oordeelt bovendien dat de eiser het tegendeel niet aannemelijk maakt, terwijl het niet aan hem is om zijn onschuld te bewijzen; twijfel moet aan de eiser ten goede komen. 2. Het staat aan de strafuitvoeringsrechtbank onaantastbaar te oordelen of een veroordeelde tot vrijheidsstraf de hem bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit opgelegde voorwaarden al dan niet heeft nageleefd. De niet-naleving van één voorwaarde volstaat als verantwoording voor een herroeping van die strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering. 3. De strafuitvoeringsrechtbank die op grond van de feitelijke gegevens die zij vermeldt en de vaststelling dat de veroordeelde de onjuistheid van die gegevens niet aantoont, oordeelt dat een voorwaarde niet is nageleefd, miskent het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld, zoals ook gewaarborgd door artikel 6.2 EVRM, niet. De strafuitvoeringsrechtbank spreekt zich daardoor immers niet uit over de vraag of de veroordeelde zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, maar beoordeelt enkel de bewijswaarde van de overgelegde gegevens en de geloofwaardigheid van het verweer van de veroordeelde betreffende het niet-naleven van een hem bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit opgelegde voorwaarde. 4. De strafuitvoeringsrechtbank die moet oordelen over de herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit moet niet noodzakelijk melding maken van de gegevens opgenomen in het door een justitieassistent opgesteld evolutieverslag betreffende die strafuitvoeringsmodaliteit. 5. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 6. Aan de eiser werd bij de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling onder meer de voorwaarde nr. 9 opgelegd, namelijk “niet naar het buitenland gaan”. 7. Het vonnis herroept de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens niet-naleving van deze voorwaarde nr. 9. Het vonnis oordeelt dat de eiser door zijn werkgever was ontslagen nadat via track & trace werd vastgesteld dat hij met de bedrijfswagen vele onnodige verplaatsingen heeft gemaakt, ook in Nederland, op onmogelijke uren en met vele tussenstops op de parking. Nadat het melding maakt van de door eisers gevoerde betwistingen verwijst het vonnis naar de vele printscreens track & trace van de werkgever om ondanks die betwistingen daaruit af te leiden dat de eiser zich meermaals in Nederland bevond. Het voegt daaraan toe dat de eiser het tegendeel op geen enkele wijze aannemelijk maakt en dat hij de verklaring van zijn partner dat zij met eisers wagen in het buitenland zou hebben gereden, niet attesteert. 8. In zoverre het middel opkomt tegen die onaantastbare beoordeling door de strafuitvoeringsrechtbank betreffende de niet-naleving van de voorwaarde nr. 9 over het niet naar het buitenland gaan, is het niet ontvankelijk. 9. Met die redenen beantwoordt het vonnis zonder miskenning van het vermoeden van onschuld eisers verweer betreffende de niet-naleving van de voorwaarde nr. 9. 10. De strafuitvoeringsrechtbank diende gelet op die beoordeling niet in te gaan op de overige door de eiser aangevoerde argumenten die geen verband houden met de niet-naleving van de voorwaarde nr. 9. 11. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren, Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 1 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.20 Gerelateerde publicatie(
  2. s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.26 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.