← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.21 Rolnummer: P.24.1197.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-10-04 Raadplegingen: 402 - laatst gezien 2026-06-17 04:34 Fiche Uit de artikelen 6.

  1. en 6.3.e EVRM en artikel 2.
  2. Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, volgt dat indien een beklaagde op een enigszins aannemelijke wijze de kwaliteit van een vertolking of de talenkennis van een verbalisant betwist, hij die betwisting aan de rechter moet kunnen voorleggen; het staat dan aan de rechter die betwisting te beoordelen, waarbij hij in voorkomend geval nagaat in welke mate eventuele tekortkomingen het recht van de betrokkene op een eerlijk proces daadwerkelijk hebben aangetast en hij zo mogelijk maatregelen neemt ter remediëring van die aantasting. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1197.N M. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 20 juni
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, de artikelen 1 tot en met 5 van de Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (hierna Richtlijn 2010/64/EU) en artikel 195 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de algemene motiveringsverplichting: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verweer dat de verdediging van de eiser niet in staat is gesteld te controleren of de door de politie gedane vertaling wel correct is; het bestreden vonnis onderzoekt ook niet of de verdediging in de mogelijkheid was te controleren of de tijdens de interventie aan de eiser gedane mededeling door de politie wel juist en met de noodzakelijke deskundigheid, objectiviteit en ernst van het Nederlands naar het Pools werden vertaald en of artikel 6 EVRM niet werd geschonden.
  5. Artikel 6.1 en 6.3.e EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarborgt het recht op een eerlijk proces en het recht op de bijstand van een tolk.
  6. Artikel 2.5 Richtlijn 2010/64/EU bepaalt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat een verdachte of beklaagde, overeenkomstig de procedures in het nationale recht, de mogelijkheid heeft om een klacht te formuleren omdat de kwaliteit van de vertolking onvoldoende is om het eerlijke verloop van de procedure te garanderen.
  7. Uit deze bepalingen volgt dat indien een beklaagde op een enigszins aannemelijke wijze de kwaliteit van een vertolking of de talenkennis van een verbalisant betwist, hij die betwisting aan de rechter moet kunnen voorleggen. Het staat dan aan de rechter die betwisting te beoordelen, waarbij hij in voorkomend geval nagaat in welke mate eventuele tekortkomingen het recht van de betrokkene op een eerlijk proces daadwerkelijk hebben aangetast en hij zo mogelijk maatregelen neemt ter remediëring van die aantasting.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Het bestreden vonnis beoordeelt het verweer van de eiser dat zijn recht van verdediging is miskend omdat hij het Nederlands niet voldoende machtig was op het ogenblik van de interventie en uit het dossier niet blijkt dat de procedureregels inzake de alcoholcontrole correct zijn verlopen en hem met de nodige deskundigheid in het Pools werden uitgelegd, als volgt: - de eiser kreeg tijdens de interventie zijn rechten meegedeeld; - uit niets blijkt dat de eiser de hem meegedeelde rechten niet zou hebben begrepen; - hij werkte integendeel vrijwillig mee aan de ademtest en -analyse, waarvan hijzelf het resultaat kon aflezen; - er werd hem tijdig een afschrift van het proces-verbaal toegestuurd en zowel in eerste aanleg als in hoger beroep werd de eiser bijgestaan of vertegenwoordigd door een raadsman en kon hij zowel mondeling als schriftelijk verweer voeren over de hem ten laste gelegde feiten; - de bijzondere bewijswaarde die artikel 62 Wegverkeerswet hecht aan het proces-verbaal geldt ook voor de vermelding in het aanvankelijk proces-verbaal dat de alcoholprocedure aan de eiser werd uitgelegd en dit in de Poolse taal, terwijl de eiser alleszins niet het tegenbewijs daarvan levert; - het recht van verdediging van de eiser werd niet miskend; - er zijn geen redenen om aan te nemen dat de procedure van de alcoholcontrole niet volgens de regels is gebeurd; - het is niet vereist dat eisers rechten hem worden meegedeeld met behulp van een tolk, daar het volstaat dat die rechten hem door de verbalisanten worden meegedeeld op een voor hem voldoende begrijpelijke wijze; - om correct in een toestel te blazen, is geen bijzondere talenkennis vereist; - de eiser toont niet aan dat het resultaat van de ademanalyse niet correct of betrouwbaar zou zijn en dus als onrechtmatig bewijs zou moeten worden uitgesloten. Aldus blijkt dat het bestreden vonnis eisers aanvoeringen betreffende de kwaliteit van de door de verbalisant in het Pools gedane mededelingen en de impact ervan op zijn rechten op hun aannemelijkheid en gegrondheid heeft onderzocht en beoordeeld en die op gemotiveerde wijze heeft verworpen. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren, Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 1 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.