id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.22 Rolnummer: P.24.1308.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-10-04 Raadplegingen: 434 - laatst gezien 2026-06-15 07:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een beslissing tot afwijzing van een verzoek om een uitgaansvergunning door de strafuitvoeringsrechtbank op grond van artikel 59 Wet Strafuitvoering wordt niet vermeld in artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering dat op limitatieve wijze de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank betreffende een veroordeelde tot vrijheidsstraf waartegen cassatieberoep kan worden ingesteld, vermeldt, zodat tegen een dergelijke beslissing geen cassatieberoep openstaat. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 96, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 96, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 Artikel 78 Interneringswet laat geen cassatieberoep toe tegen de beslissing van niet-toekenning van uitgaansvergunningen. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 78 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 78 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 5 - 9 De rechtstoestand waarin een gedetineerde veroordeelde tot vrijheidsstraf zich bevindt, valt niet te vergelijken met de rechtstoestand waarin een van zijn vrijheid beroofde geïnterneerde zich bevindt; zowel de voorwaarden voor de vrijheidsberoving als de doelstelling ervan zijn fundamenteel verschillend; de omstandigheid dat over een uitgaansvergunning bij een veroordeelde tot vrijheidsstraf wordt beslist door de minister van Justitie of zijn gemachtigde en slechts in uitzonderlijke gevallen door de strafuitvoeringsrechtbank en over een uitgaansvergunning bij een geïnterneerde door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, houdt dan ook geen miskenning van het gelijkheidsbeginsel in en er is dan ook geen grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 4 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 5 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 10 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 59 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 4 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 5 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 10 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 4 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 5 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 10 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 4 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 5 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 10 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1308.N A. E.H., , veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Tessa De Cuis, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 220/13, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 30 augustus 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het Hof betrekt bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van eisers cassatieberoep het door hem aangevoerde tweede middel. 2. De minister van Justitie of zijn gemachtigde beslist over de door de artikelen 4 en 5 Wet Strafuitvoering bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit van de uitgaansvergunning volgens de in de artikelen 10 en 11 Wet Strafuitvoering bepaalde procedure. 3. Tegen een beslissing tot weigering van een uitgaansvergunning kan geen beroep worden ingesteld bij de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. 4. Volgens artikel 59 Wet Strafuitvoering kan de strafuitvoeringsrechtbank bij wie een procedure tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit aanhangig is de strafuitvoeringsmodaliteit van de uitgaansvergunning toekennen indien dit absoluut noodzakelijk is om op korte termijn de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen. 5. Artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering vermeldt op limitatieve wijze de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank betreffende een veroordeelde tot vrijheidsstraf waartegen cassatieberoep kan worden ingesteld. Een beslissing tot afwijzing van een verzoek om een uitgaansvergunning door de strafuitvoeringsrechtbank op grond van artikel 59 Wet Strafuitvoering wordt daarbij niet vermeld, zodat tegen een dergelijke beslissing geen cassatieberoep openstaat. 6. In zijn tweede middel voert de eiser aan dat een geïnterneerde wel cassatieberoep kan instellen tegen de afwijzing door de kamer voor de bescherming van de maatschappij van een verzoek om uitgaansvergunningen en dat de rechtsmacht van die kamer om een dergelijke vergunning toe te kennen niet is beperkt tot de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 59 Wet Strafuitvoering. Voor dat verschil in behandeling ligt volgens de eiser geen redelijke verantwoording voor. 7. Anders dan door de eiser aangevoerd, laat artikel 78 Wet Internering geen cassatieberoep toe tegen de beslissing van niet-toekenning van uitgaansvergunningen. 8. De rechtstoestand waarin een gedetineerde veroordeelde tot vrijheidsstraf zich bevindt, valt niet te vergelijken met de rechtstoestand waarin een van zijn vrijheid beroofde geïnterneerde zich bevindt. Zowel de voorwaarden voor de vrijheidsberoving als de doelstelling ervan zijn fundamenteel verschillend. De omstandigheid dat over een uitgaansvergunning bij een veroordeelde tot vrijheidsstraf wordt beslist door de minister van Justitie of zijn gemachtigde en slechts in uitzonderlijke gevallen door de strafuitvoeringsrechtbank en over een uitgaansvergunning bij een geïnterneerde door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, houdt dan ook geen miskenning van het gelijkheidsbeginsel in. Er is dan ook geen grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. 9. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de afwijzing van eisers verzoek om uitgaansvergunningen, is het niet ontvankelijk. Eerste middel 10. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht af wegens de manifeste ontkenning door de eiser van zijn schuld aan de feiten waarvoor hij werd veroordeeld, terwijl dit geen in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzing is. 11. Het vonnis vermeldt weliswaar de ontkenning door de eiser van zijn schuld aan de feiten waarvoor hij werd veroordeeld, maar het grondt de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit niet op die overweging. Die afwijzing is enkel gebaseerd op de afwezigheid van voldoende perspectieven op een veilige sociale reclassering als bedoeld in artikel 47, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het vonnis, mist feitelijke grondslag. Derde middel 12. Het eerste onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 5 EVRM en artikel 10.3 IVBPR: eisers hechtenis is niet langer humaan gelet op de systematische weigering van uitgaansvergunningen om medische redenen; hij bevindt zich reeds sinds 17 december 2021 in de tijdsvoorwaarden voor dergelijke vergunningen; opdat de eiser een sociaal reclasseringsplan zou kunnen uitwerken moet er duidelijkheid zijn over zijn medische problematiek; de weigering dergelijke vergunningen toe te kennen, is niet redelijk. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 10.3 IVBPR: aangezien de eiser pas vanaf 27 augustus 2025 een nieuw verzoek kan indienen, zal hij pas vanaf dan opnieuw om uitgaansvergunningen om medische redenen kunnen verzoeken; het is niet redelijk dat de eiser pas dan duidelijkheid zal verkrijgen over zijn situatie. 13. De onderdelen zijn gericht tegen een beslissing waartegen eisers cassatieberoep niet ontvankelijk is. Zij behoeven dan ook geen antwoord. Ambtshalve onderzoek 14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren, Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 1 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.