← België

MATEXI nv afk. van MAATSCHAPPIJ TOT EX contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 1

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Fiches 2 - 3 Derden die een conflicterend zakelijk recht hebben verworven op de goederen waarop de in artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet bedoelde akten betrekking hebben, worden slechts beschermd door het voorschrift van artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet voor zover hun zakelijk recht is terug te voeren tot dezelfde rechtsvoorganger als die waarvan de verkrijger waarmee de derde in conflict treedt, zijn zakelijk recht afleidt; daarentegen beslecht artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet niet het conflict tussen zakelijke rechten die niet te herleiden zijn tot dezelfde rechtsvoorganger; in dat geval wordt dus niet noodzakelijk voorrang verleend aan degene die als eerste te goeder trouw zijn titel heeft laten overschrijven

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Art. 1, eerste lid, Hypotheekwet, zoals van toepassing zowel vóór als na de wijziging ervan bij Wet van 30 juni 1994 en vóór de opheffing ervan bij Wet van 4 februari 2020. Thesaurus CAS: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek III - Titel XVIII: Voorrechten en hypotheken. -

Art. 1

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Thesaurus CAS: EIGENDOM Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek III - Titel XVIII: Voorrechten en hypotheken. -

Art. 1, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Tekst van de beslissing Nr.

C.23.0411.N MAATSCHAPPIJ TOT EXPLOITATIE IMMOBILIEN nv (afgekort, MATEXI), met zetel te 8790 Waregem, Franklin Rooseveltlaan 180, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.580.655, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. L. B,
  2. E. B, verweerders, die keuze van woonplaats doen op het kantoor van gerechtsdeurwaarder Luc Beckers, met kantoor te 8500 Kortrijk, Oude Kasteelstraat
  3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 juni
  4. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 24 mei 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Krachtens artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet, zoals hier van toepassing, worden alle akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, met inbegrip van de authentieke akten bedoeld in de artikelen 577-4, § 1, en 577-4, § 4, Oud Burgerlijk Wetboek, alsmede van de daarin aangebrachte wijzigingen, in hun geheel overgeschreven in een daartoe bestemd register op het kantoor van bewaring der hypotheken van het arrondissement waar de goederen zijn gelegen. Tot dan toe kan men zich op die akten niet beroepen tegen derden die zonder bedrog gecontracteerd hebben.
  6. Derden in de zin van die wetsbepaling zijn zij die niet bij de bedoelde akten betrokken waren en die hetzij een conflicterend zakelijk recht hebben verworven op de goederen waarop de bedoelde akten betrekking hebben, hetzij op die goederen hun verhaalsrechten tegen hun schuldenaar hebben vervolgd. Derden die een conflicterend zakelijk recht hebben verworven op de goederen waarop de bedoelde akten betrekking hebben, worden slechts beschermd door het voorschrift van artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet voor zover hun zakelijk recht is terug te voeren tot dezelfde rechtsvoorganger als die waarvan de verkrijger waarmee de derde in conflict treedt, zijn zakelijk recht afleidt. Daarentegen beslecht artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet niet het conflict tussen zakelijke rechten die niet te herleiden zijn tot dezelfde rechtsvoorganger. In dat geval wordt dus niet noodzakelijk voorrang verleend aan degene die als eerste te goeder trouw zijn titel heeft laten overschrijven.
  7. Uit de vaststellingen van de eerste rechter, waarnaar de appelrechter verwijst, blijkt dat de eiseres haar recht op het betrokken onroerend goed middels een koopovereenkomst, authentiek verleden op 16 maart 2011, heeft verkregen van de curator van de onbeheerde nalatenschap van wijlen H.R., overleden op 4 juli 1957, en dat de verweerders hun recht op het betrokken onroerend goed middels een schenkingsovereenkomst, authentiek verleden op 4 februari 1994, verkregen hebben van hun ouders die op diezelfde datum onderhands verklaard hebben dat zij ingevolge verkrijgende verjaring eigenaar waren geworden van het betrokken onroerend goed. Uit de vaststellingen van de eerste rechter, waarnaar de appelrechter verwijst, blijkt aldus dat de beweerde zakelijke rechten van de eiseres en de verweerders op het betrokken onroerend goed niet te herleiden zijn tot dezelfde rechtsvoorganger.
  8. De appelrechter oordeelt dat: - de overschrijving van de schenkingsakte op 24 februari 1994 de schenking van 4 februari 1994 tegenwerpelijk maakt aan de eiseres wiens eigendomstitel later, namelijk op 1 april 2011, werd overgeschreven op het hypotheekkantoor; - tegenover de eiseres de verweerders bijgevolg niet dienen te bewijzen dat hun rechtsvoorgangers of zij zelf ingevolge de dertigjarige verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van het betrokken onroerend goed; - de beschouwingen van de eiseres omtrent de beweerde beschikkingsonbevoegdheid van de rechtsvoorgangers van de verweerders daaraan niets verandert.
  9. Door op grond van deze redenen te oordelen dat de eigendomsvordering van de verweerders gegrond is, schendt de appelrechter artikel 1, eerste lid, Hypotheekwet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 4 oktober 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal in opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241004.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240606.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.