← België

E. contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241008.2N.9 Rolnummer: P.24.0901.N Zaak: E. contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-10-11 Raadplegingen: 744 - laatst gezien 2026-06-18 10:59 Fiche Uit artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.3,

  1. b)en 14.3,
  2. d)IVBPR volgt dat een beklaagde het recht heeft op de bijstand van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen; de rechter is in beginsel dan ook ertoe gehouden de behandeling van een strafzaak uit te stellen indien dit noodzakelijk is om dit recht te verzekeren; een beklaagde heeft evenwel geen absoluut recht op uitstel van behandeling van zijn zaak; de rechter mag het verzoek om uitstel van behandeling van de zaak afwijzen indien de beklaagde zelf ervoor verantwoordelijk is dat hij op het ogenblik van de behandeling van de zaak niet wordt bijgestaan door een raadsman; een beklaagde is immers mee verantwoordelijk voor het kunnen uitoefenen van zijn rechten; van een beklaagde, die kennis heeft van de datum waarop de strafzaak zal worden behandeld, mag worden verwacht dat hijzelf tijdig de nodige initiatieven neemt om zich van een bijstand van een raadsman naar zijn keuze te verzekeren

(1).
(1)Cass. 6 juni 2023, P.22.1440.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.7, AC 2023, nr. 405, RW 2023-24, 1314; Cass. 3 november 2020, AR P.20.0672.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201103.2N.5, AC 2020, nr. 676; F. KUTY, Justice pénale et procès equitable, Larcier, 2023, 2081-
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0901.N A. E., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Vincke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen
  2. N. S., burgerlijke partij,
  3. N. A.-R., burgerlijke partij,
  4. H. S., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 29 mei
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6.3.b en 6.3.c EVRM en artikel 14.3.b en 14.3.d IVBPR, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest weigert ten onrechte om de eiser een kort uitstel van de behandeling van de zaak te verlenen opdat hij door een raadsman van zijn keuze zou kunnen worden verdedigd; de eiser had op de inleidingszitting de bijstand van een raadsman en die heeft ook een conclusie ingediend; het kwam evenwel tot een vertrouwensbreuk tussen de eiser en zijn toenmalige raadsman, die een week voor de rechtszitting eenzijdig heeft beslist zijn bijstand niet langer te verlenen; het is dus niet de eiser die daarvoor verantwoordelijkheid draagt; de eiser kon onmogelijk tijdig een andere raadsman contacteren.
  7. In zoverre het middel aanvoert dat de afwezigheid van bijstand van een raadsman van zijn keuze op de rechtszitting waarop de zaak voor behandeling was vastgesteld, hem niet kan worden toegerekend, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  8. Uit artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.3.b en 14.3.d IVBPR volgt dat een beklaagde het recht heeft op de bijstand van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen.
  9. De rechter is in beginsel dan ook ertoe gehouden de behandeling van een strafzaak uit te stellen indien dit noodzakelijk is om dit recht te verzekeren.
  10. Een beklaagde heeft evenwel geen absoluut recht op uitstel van behandeling van zijn zaak. De rechter mag het verzoek om uitstel van behandeling van de zaak afwijzen indien de beklaagde zelf ervoor verantwoordelijk is dat hij op het ogenblik van de behandeling van de zaak niet wordt bijgestaan door een raadsman. Een beklaagde is immers mee verantwoordelijk voor het kunnen uitoefenen van zijn rechten.
  11. Van een beklaagde, die kennis heeft van de datum waarop de strafzaak zal worden behandeld, mag worden verwacht dat hijzelf tijdig de nodige initiatieven neemt om zich van een bijstand van een raadsman naar zijn keuze te verzekeren.
  12. Wanneer een beklaagde op de rechtszitting verzoekt om uitstel van de behandeling van de zaak om hem toe te laten een andere raadsman te raadplegen, mag de rechter bij de beoordeling van dit verzoek rekening houden met het gegeven dat de beklaagde reeds geruime tijd kennis had van de datum van de behandeling van de zaak, hij in het verleden reeds werd bijgestaan door een raadsman die voor hem een schriftelijk verweer heeft ingediend en hij zijn verzoek om uitstel slechts heeft geformuleerd op de voor de behandeling van de zaak bepaalde rechtszitting.
  13. De rechter oordeelt onaantastbaar of een beklaagde zelf ervoor verantwoordelijk is dat hij bij de behandeling van de zaak niet wordt bijgestaan door een raadsman naar zijn keuze en dat die afwezigheid van die bijstand dan ook geen uitstel van de behandeling van de zaak wettigt.
  14. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
  15. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  16. Uit het arrest blijkt wat volgt: - op de rechtszitting van 17 januari 2024 werden conclusietermijnen bepaald; - de eiser werd op die rechtszitting bijgestaan door zijn toenmalige raadsman; - door de toenmalige raadsman van de eiser werd een conclusie ingediend; - hoewel die conclusie een dag te laat was ingediend, werd ze gelet op de instemming van de verweerders, toch in het debat gehouden en hebben de appelrechters ermee rekening gehouden; - op de rechtszitting van 30 april 2024, die was bepaald bij het vastleggen van conclusietermijnen op 17 januari 2024, heeft de eiser om uitstel gevraagd om een nieuwe raadsman te raadplegen; - zowel het openbaar ministerie als de verweerders hebben zich verzet tegen verder uitstel. Op grond daarvan kan het arrest wettig oordelen dat het verzoek om uitstel en dit met het oog op het zoeken van een nieuwe raadsman omdat de vorige raadsman kennelijk niet langer zou optreden, in die omstandigheden louter dilatoir is, de eiser voldoende tijd en faciliteiten heeft gehad om zijn verdediging grondig voor te bereiden en er niet wordt ingegaan op het verzoek om uitstel. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 110,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 8 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241008.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250527.2N.31 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201103.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250325.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.