id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.13 Rolnummer: P.24.0936.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-10-21 Raadplegingen: 584 - laatst gezien 2026-06-15 03:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Wanneer de appelrechters het beroepen vonnis bevestigen in zoverre dit de materialiteit van de feiten, die niet wordt betwist, bewezen verklaart en de internering van de beklaagde beveelt, zonder deze aan die feiten schuldig te verklaren of zijn schuldigverklaring door de eerste rechter over te nemen, is de beslissing naar recht verantwoord. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 7 De rechter beoordeelt onaantastbaar op basis van alle regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens of is voldaan aan de in artikel 9, § 1, Interneringswet bepaalde voorwaarden voor internering en meer bepaald of een beklaagde op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast en uit de omstandigheid dat een in artikel 5 Interneringswet bedoeld forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek moet voorhanden zijn, volgt niet dat de rechter gebonden is door de in dat verslag opgenomen bevindingen aangezien hij de bewijswaarde van een dergelijk verslag onaantastbaar beoordeelt, zonder dat hij de bewijskracht ervan mag miskennen; in dezelfde zin beoordeelt de rechter onaantastbaar de bewijswaarde van een verklaring in een door een beklaagde neergelegd medisch attest waarbij niets belet dat de rechter op basis van andere gegevens de bevindingen van het ingevolge het forensisch psychiatrisch onderzoek opgesteld verslag of de verklaring in het medisch attest verwerpt en beoordeelt hij tevens onaantastbaar de noodzaak om een nieuw forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te bevelen zodat uit het enkele feit dat aan de rechter een medisch attest wordt overgelegd dat niet overeenstemt met de bevindingen van het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek, niet volgt dat hij verplicht is een nieuw forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te bevelen. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, §§ 1 en 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, §§ 1 en 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, §§ 1 en 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, §§ 1 en 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, §§ 1 en 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, §§ 1 en 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, §§ 1 en 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, §§ 1 en 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0936.N C. V.R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Donkers, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 29 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 71 Strafwetboek: met het oordeel dat de materialiteit van de feiten van de telastleggingen A en B bewezen is gebleven door de bevestiging van de beslissingen daarover in het beroepen vonnis, is de beslissing om lastens de eiser ook de maatregel van de internering te bevestigen, niet naar recht verantwoord; de eerste rechter heeft de eiser aan die feiten immers schuldig verklaard, wat niet verenigbaar is met de vastgestelde niet-toerekeningsvatbaarheid als geestesgestoorde.
- In zoverre het middel gericht is tegen het beroepen vonnis, is het niet gericht tegen het arrest en is het niet ontvankelijk.
- Het arrest bevestigt het beroepen vonnis in zoverre dit de materialiteit van de feiten, die door de eiser niet wordt betwist, bewezen verklaart en de internering van de eiser beveelt. Uit het dictum noch uit een andere desbetreffende vermelding van het arrest (randnrs. 19, 24 en 26) blijkt dat het appelgerecht de eiser aan die feiten schuldig verklaart of zijn schuldigverklaring door de eerste rechter overneemt. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- De aangevoerde wetsschending is afgeleid uit die onjuiste lezing van het arrest en is bijgevolg in zoverre niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 5 en 9 Interneringswet en miskenning van de motiveringsplicht: het arrest steunt de beslissing tot eisers internering op het forensisch psychiatrisch onderzoek van dr. S.; nochtans besluit die deskundige enkel dat een residentiële opname van de eiser nodig zou kunnen zijn; bovendien legt het arrest het door de eiser overgelegde medisch attest van dr. D.K., die van oordeel is dat de eiser ingevolge het gehanteerde medicatieschema stabiel is en dat zijn internering zinloos is, naast zich neer en weigert het op basis daarvan een nieuw psychiatrisch onderzoek te bevelen; aldus verantwoordt het arrest eisers internering niet naar recht.
- Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het arrest de motiveringsplicht miskent. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Artikel 9, § 2, Interneringswet bepaalt dat de rechter de internering kan bevelen na uitvoering van een in artikel 5 Interneringswet bedoeld forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisering van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek. Artikel 5, § 1, Interneringswet bepaalt dat wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich bevindt in een in artikel 9 Interneringswet bedoelde toestand, de in artikel 5, § 1, vermelde overheid een forensisch psychiatrisch onderzoek beveelt. Artikel 5, § 3, Interneringswet bepaalt dat deze overheid een actualisering van het deskundigenonderzoek kan vragen, wanneer dit nodig wordt geacht.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar op basis van alle regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens of is voldaan aan de in artikel 9, § 1, Interneringswet bepaalde voorwaarden voor internering en meer bepaald of een beklaagde op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast.
- Uit de omstandigheid dat een in artikel 5 Interneringswet bedoeld forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek moet voorhanden zijn, volgt niet dat de rechter gebonden is door de in dat verslag opgenomen bevindingen. De rechter beoordeelt immers onaantastbaar de bewijswaarde van een dergelijk verslag, zonder dat hij evenwel de bewijskracht ervan mag miskennen. In dezelfde zin beoordeelt de rechter onaantastbaar de bewijswaarde van een verklaring in een door een beklaagde neergelegd medisch attest. Niets belet dat de rechter op basis van andere gegevens de bevindingen van het ingevolge het forensisch psychiatrisch onderzoek opgesteld verslag of de verklaring in het medisch attest verwerpt.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar de noodzaak om een nieuw forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te bevelen. Uit het enkele feit dat aan de rechter een medisch attest wordt overgelegd dat niet overeenstemt met de bevindingen van het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek, volgt niet dat hij verplicht is een nieuw forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te bevelen.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met eigen en met van het beroepen vonnis overgenomen redenen oordeelt het arrest (p. 9-10) dat: - uit het verslag van dr. S. blijkt dat de eiser aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast en dat de huidige behandeling bij de huisarts onvoldoende is; - de bevindingen in het verslag door de eiser niet op aannemelijke wijze worden weerlegd; - de argumenten die eisers verzoek om een nieuw deskundigenonderzoek onderbouwen, onvoldoende overtuigend zijn om de bevindingen van dr. S. in twijfel te doen trekken; - dr. S. zijn verslag slechts op 7 september 2023 heeft neergelegd, zodat het nog voldoende recent was op het ogenblik van de uitspraak; - de door de eiser neergelegde medische attesten, waaronder dat van dr. D.K., evenmin van aard zijn om de bevindingen van dr. S. te ontkrachten; - de materialiteit van de ten laste gelegde feiten zich heeft voorgedaan op een ogenblik dat de eiser geen financiële middelen meer had om zijn medicatie op te halen bij een apotheek, zodat hij bij gebrek aan antipsychotica stemmen hoorde, terwijl het niet uit te sluiten is dat de eiser naar de toekomst toe andermaal zijn medicatie niet zou nemen, zeker niet nu hij tijdens het psychiatrisch onderzoek zelf heeft aangegeven medicatie-moe te zijn. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat er geen noodzaak is om een nieuw forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te bevelen en dat voldaan is aan de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 15 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div