id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 420
, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 420
, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 420
, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0814.N J. V.L., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Joost Huysmans, mr. Ruben Van Herpe en mr. Patrick Waeterinckx, allen advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Broederminstraat 9, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering staat tegen voorbereidende beslissingen of beslissingen van onderzoek slechts cassatieberoep open na het eindarrest. Volgens het tweede lid van die bepaling kan niettemin onmiddellijk cassatieberoep worden aangetekend tegen beslissingen inzake bevoegdheid.
- De raadkamer te Antwerpen heeft bij beschikking van 7 maart 2024 aan de onderzoeksrechter te Antwerpen ontslag verleend van verder onderzoek naar de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B en C en bevolen dat de stukken van het strafdossier aan het openbaar ministerie worden overgemaakt om te dienen als naar recht. In de beschikking wordt aangegeven dat het openbaar ministerie het ontslag van onderzoek vordert om het dossier over te maken aan het openbaar ministerie met het oog op voeging bij een dossier van de onderzoeksrechter te Brugge.
- De kamer van inbeschuldigingstelling heeft het hoger beroep van de eiser tegen die raadkamerbeschikking niet ontvankelijk verklaard. Dat is het bestreden arrest.
- Het Hof betrekt bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep het door de eiser aangevoerde middel.
- Het eerste onderdeel voert schending aan van de artikelen 135, § 2, en 539 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat er geen sprake is van een bevoegdheidsgeschil in de zin van artikel 539 Wetboek van Strafvordering omdat de argumentatie over het bestaan van samenhang geen bevoegdheidsincident uitmaakt, zonder evenwel na te gaan of bij afwezigheid van samenhang de onderzoeksrechter en het onderzoeksgerecht van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, territoriaal bevoegd zijn om de strafvordering tegen de eiser te beoordelen; enkel in dat laatste geval maakt een betwisting van het bestaan van samenhang geen territoriale bevoegdheidsbetwisting uit.
- Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 19, eerste en tweede lid, 1046 en 1050, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de beroepen raadkamerbeschikking waarbij aan de onderzoeksrechter te Antwerpen ontslag van onderzoek werd verleend ten voordele van deze te Brugge een louter administratieve maatregel uitmaakt waartegen geen hoger beroep openstaat; de raadkamer besliste impliciet maar zeker dat er samenhang bestond met het strafdossier te Brugge; de eiser had evenwel betwisting gevoerd over de samenhang of de onsplitsbaarheid tussen te Antwerpen aanhangige feiten en die welke aanhangig waren bij het gerecht van een ander arrondissement; de raadkamerbeslissing was dan ook een eindbeslissing in de zin van artikel 19, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, waartegen hoger beroep openstond.
- Gevraagd wordt aan het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen: “Schenden de artikelen 135, § 2 en 539 Wetboek van Strafvordering, alsook de artikelen 19, eerste en tweede lid, 1046 en 1050 Gerechtelijk Wetboek het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel (artikel 13 EVRM), het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel (artikel 12 Grondwet) en het recht van toegang tot de rechter (artikel 13 Grondwet) indien die zo moeten worden gelezen dat ze geen recht op hoger beroep toekennen aan de inverdenkinggestelde tegen beschikkingen van de raadkamer die de onderzoeksrechter ontlast van een gerechtelijk onderzoek met het oog op verderzetting van dat gerechtelijk onderzoek in een ander gerechtelijk arrondissement, wanneer die beschikking een bevoegdheidsgeschil beslecht door te beslissen dat een rechter op grond van samenhang in de zin van de artikelen 226 en 227 Wetboek van Strafvordering territoriaal bevoegd is om de strafvordering lastens een persoon te behandelen en te beoordelen, hoewel er aan geen van de drie aanknopingspunten voor territoriale bevoegdheid in de zin van de artikelen 23, 62bis, 69 en 139 Wetboek van Strafvordering voor die rechter is voldaan ?”
- Een raadkamerbeschikking die beslist tot ontslag van onderzoek van de onderzoeksrechter om het onderzoek mee te delen aan het openbaar ministerie teneinde dit aanhangig te maken bij de onderzoeksrechter van een ander arrondissement en zonder dat de territoriale onbevoegdheid van de eerste onderzoeksrechter wordt vastgesteld, is een louter administratieve ordemaatregel.
- Met een dergelijke beslissing spreekt de raadkamer zich niet uit over de bevoegdheid van de onderzoeksrechter bij wie het openbaar ministerie het onderzoek zal aanhangig maken of van het onderzoeksgerecht dat vervolgens zal moeten oordelen. De omstandigheid dat de betrokken inverdenkinggestelde betwist dat er samenhang is of dat de raadkamer die beslist tot ontslag van onderzoek van de onderzoeksrechter niet nagaat of de onderzoeksrechter bij wie het openbaar ministerie na ontslag van onderzoek de zaak aanhangig maakt of het betrokken onderzoeksgerecht territoriaal bevoegd zijn, doet daaraan geen afbreuk.
- De beslissing van ontslag van onderzoek van de onderzoeksrechter tast de rechten van de inverdenkinggestelde niet aan. Hij kan immers na het opnieuw aanhangig maken van de zaak bij de onderzoeksrechter van het andere arrondissement en vervolgens voor het betrokken onderzoeksgerecht alsnog elk door hem gewenst verweer voeren.
- Tegen de beslissing van ontslag van onderzoek staat dan ook in die omstandigheden voor de inverdenkinggestelde geen rechtsmiddel open.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht.
- De prejudiciële vraag die uitgaat van die onjuiste rechtsopvattingen, wordt niet gesteld.
- Het arrest verklaart op de voormelde gronden eisers hoger beroep niet ontvankelijk.
- Aangezien het arrest geen eindarrest is in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering, is eisers cassatieberoep wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 15 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971008.10 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180130.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div