id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 322
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 2 - 3 De rechter die een in de artikelen 322 tot en met 324 Strafwetboek bedoeld misdrijf bewezen verklaart, dient niet de strafrechtelijke kwalificatie te vermelden van het misdrijf of de misdrijven met het oog waarop de vereniging werd opgericht
(1).
(1)Cass. 9 december 2009, AR P.09.1304.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091209.6, AC 2009, nr. 732. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Wettelijke bepalingen:
Art. 322
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 323
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 324
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:
Art. 322
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 323
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 324- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.0874.N I-II-III S. P., beschuldigde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg, IV-V-VI B. P., beschuldigde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Julie Crowet, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I en IV zijn gericht tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Vlaams-Brabant van 30 april 2024, gewezen bij toepassing van artikel 335 Wetboek van Strafvordering (hierna arrest I). De cassatieberoepen II en V zijn gericht tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Vlaams-Brabant van 30 april 2024 over de schuld (hierna arrest II). De cassatieberoepen III en VI zijn gericht tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Vlaams-Brabant van 2 mei 2024 over de straf (hierna arrest III). De eiser I-II-III voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser IV-V-VI voert geen middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I
- Het arrest I doet geen uitspraak over de strafvordering tegen de eiser I-II-III. Het cassatieberoep I is dienvolgens, bij gebrek aan hoedanigheid van de eiser I-II-III, niet ontvankelijk. Middel van de eiser I-II-III
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de schuldigverklaring van de eiser I-II-III als aanstoker tot een vereniging die is opgericht om andere misdaden te plegen dan deze waarop levenslange opsluiting staat of opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of een langere termijn, wordt door het arrest II niet regelmatig met redenen omkleed; uit het arrest II blijkt dat de jury van oordeel is dat er redelijke twijfel bestaat over de oprichting van een vereniging om op personen of eigendommen misdaden te plegen waarop levenslange opsluiting, opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of een langere termijn staat, maar dat uit alle elementen van het strafdossier boven elke redelijke twijfel blijkt dat er wel sprake is van de oprichting van een vereniging om andere misdaden te plegen; uit het arrest II blijkt evenwel niet om welke andere misdaden het zou gaan.
- Volgens artikel 322 Strafwetboek is elke vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen een misdaad of een wanbedrijf, bestaande door het enkel feit van het inrichten der bende. De strafbaarheid van een dergelijke vereniging vereist niet dat de vereniging het oogmerk heeft om meerdere aanslagen te plegen op personen of op eigendommen.
- De rechter die een in de artikelen 322 tot en met 324 Strafwetboek bedoeld misdrijf bewezen verklaart, dient niet de strafrechtelijke kwalificatie te vermelden van het misdrijf of de misdrijven met het oog waarop de vereniging werd opgericht.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest II (p. 7, nr. 8) oordeelt met betrekking tot de motivering van de jury onder meer als volgt: “Uit het dossier blijken […] de volgende elementen, die in onderling verband beschouwd, afdoende aantonen dat er sprake is van een […] vereniging [om andere misdaden te plegen dan deze waarop levenslange opsluiting staat of opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of een langere termijn]: - [de eiser I-II-III en de eiser IV-V-VI] hebben de overige beschuldigden betrokken in hun dispuut over de verkoop van het voertuig Audi Q7 en wilden dit voertuig recupereren desnoods met geweld; - zij erkennen dat zij zich samen met de andere beschuldigden naar de boerderij […] hebben begeven om te intimideren en indien nodig fysieke bijstand te verlenen bij een nieuw dispuut; - [de eiser I-II-III] [had] de bedoeling […] te vechten en hij [betrad] met een mes in de handen de binnenkoer […]; - [de eiser I-II-III en de eiser IV-V-VI] stuurden vooraf dreigende berichten naar de verkoper dat ze terug zouden komen met velen en dat ze het geld moesten klaarleggen want dat zij, domme Moldaviërs, anders zouden sterven; - er werden ter plaatse bewust vernielingen aangebracht en gewelddaden gepleegd.” Uit die redenen blijkt dat de vereniging waarvan de eiser I-II-III de aanstoker is, het oogmerk had om een aanslag te plegen tegen eigendommen die moet worden beschouwd als een andere misdaad dan deze waarop levenslange opsluiting staat of opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of een langere termijn, namelijk de in artikel 468 Strafwetboek bedoelde misdaad van diefstal met geweld of de in artikel 470 Strafwetboek bedoelde misdaad van afpersing. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 379,01 euro, waarvan de eiser I tot III 189,50 euro is verschuldigd en de eiser IV tot VI 189,51 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 15 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091209.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div