id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241018.1N.3 Rolnummer: C.23.0361.N Zaak: I. contra IMEWO Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-31 Raadplegingen: 566 - laatst gezien 2026-06-18 08:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241018.1N.3 Fiche 1 Het beheer van het distributienet heeft betrekking op de leidingen en bijbehorende installaties waaruit het elektriciteitsdistributienet is opgemaakt, niet op de omgeving van de leidingen en installaties
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ENERGIE Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Parlement 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid - 08-05-2009 - Art. 4.1.6, 4° - 27 ELI link Pub nr 2009035580 Fiche 2 Het optreden van de distributienetbeheerder om boomtakken af te hakken heeft een subsidiair karakter; de netbeheerder kan boomtakken afhakken indien de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed daartoe niet eerst overgaat
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ENERGIE Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Parlement 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid - 08-05-2009 - Art. 4.1.23 - 27 ELI link Pub nr 2009035580 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0361.N P.I., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen INTERCOMMUNALE MAATSCHAPPIJ VOOR ENERGIEVOORZIENING IN WEST- EN OOST-VLAANDEREN (IMEWO), met zetel te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 199, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0215.362.368, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 8 juni
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 17 september 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 1.1.3, 32°, van het Decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, hierna Energiedecreet, zoals te dezen van toepassing, bepaalt dat een elektriciteitsdistributienet een geheel van onderling verbonden elektrische leidingen is met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie van elektriciteit aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest, dat geen gesloten distributienet, privédistributienet of directe lijn is.
- Artikel 4.1.6, 4°, Energiedecreet bepaalt dat het beheer van het distributienet als taken omvat de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties.
- Uit het geheel van deze wetsbepalingen blijkt dat het beheer van het distributienet zoals bedoeld in artikel 4.1.6, 4°, Energiedecreet, betrekking heeft op de leidingen en bijbehorende installaties waaruit het elektriciteitsdistributienet is opgemaakt. In zoverre het middel ervan uitgaat dat het beheer zoals bedoeld in artikel 4.1.6, 4°, Energiedecreet, ook op de omgeving van de leidingen en installaties betrekking heeft, faalt het naar recht.
- Artikel 4.1.23, § 1, 3°, Energiedecreet bepaalt dat de netbeheerders als erfdienstbaarheid het recht hebben boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse elektrische lijnen komen en die kortsluitingen of schade aan de lijn zouden kunnen veroorzaken. Artikel 4.1.23, § 2, Energiedecreet bepaalt dat de netbeheerder, in afwijking van paragraaf 1, 3° en 4°, ook kan overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen, als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, niet volstaat. De derde paragraaf van voormeld artikel bepaalt dat de Vlaamse Regering per geval kan bepalen dat het voor de netbeheerder van algemeen nut is om elektrische lijnen of aardgasleidingen aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren. De netbeheerder heeft in dat geval het recht de lijnen of leidingen aan te leggen boven of onder deze gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren. In zijn vierde paragraaf bepaalt voormeld artikel 4.1.23 dat de aangelegde kabels, lijnen, leidingen en de bijbehorende uitrustingen eigendom van de netbeheerder blijven. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren. Artikel 4.1.23, § 5, Energiedecreet bepaalt dat, behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk wordt gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de netbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de netbeheerder zelf. Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de netbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
- Uit deze wetsbepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat de netbeheerder boomtakken kan afhakken indien de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed daartoe niet eerst overgaat.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat uit artikel 4.1.23 Energiedecreet niet volgt dat het optreden van de distributienetbeheerder om boomtakken af te hakken een subsidiair karakter heeft, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechter met zijn beslissing dat de verplichting tot snoeien blijft rusten op de eigenaar van de bomen “aldus” aanneemt dat de verweerster in het raam van haar toezichtplicht niet zelf diende na te gaan of er een gevaar bestond op kabelbeschadiging met het oog op het nemen van de noodzakelijke maatregelen, terwijl de appelrechter zijn oordeel dat de verweerster geen plicht heeft om permanent toezicht uit te oefenen op bomen die leidingen kunnen beschadigen, niet steunt op of afleidt uit zijn oordeel dat de eigenaar van het stuk grond en de bomen de verplichting tot snoeien heeft, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het aldus feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, is het geheel afgeleid van de vergeefs aangevoerde schending van de artikelen 4.1.6, 4°, en 4.1.23 Energiedecreet en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 578,51 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare terechtzitting van 18 oktober 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241018.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241018.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div