← België

M. contra F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.1 Rolnummer: C.23.0217.N Zaak: M. contra F. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-11-19 Raadplegingen: 779 - laatst gezien 2026-06-17 11:57 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.1 Fiche 1 Uit artikel 375bis Oud Burgerlijk Wetboek en zijn wetsgeschiedenis volgt dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen grootouders en hun kleinkind wordt vermoed in het belang van het kind te zijn, tot bewijs van het tegendeel

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KIND Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Een conflictsituatie tussen grootouders en de ouders van het kind heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen de grootouders en het kind in strijd is met het belang van het kind; die conflictsituatie, ongeacht wie ze veroorzaakt, kan evenwel naar omstandigheden tot gevolg hebben dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen de grootouders en het kind een negatieve impact heeft op het welzijn van het kind en bijgevolg toch in strijd is met het belang van het kind
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KIND Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0217.N
  1. C.M.,
  2. M.V.N., eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  3. S.F.,
  4. A.M., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 10 oktober
  5. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 17 september 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Krachtens artikel 375bis, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek hebben de grootouders het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Het tweede lid bepaalt dat, bij gebrek aan overeenkomst tussen de partijen, op hun verzoek of dat van het openbaar ministerie, de familierechtbank beslist over de uitoefening van voormeld recht in het belang van het kind en die uitoefening enkel weigert indien ze ingaat tegen het belang van het kind.
  7. Uit voormeld artikel en zijn wetsgeschiedenis volgt dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen grootouders en hun kleinkind wordt vermoed in het belang van het kind te zijn, tot bewijs van het tegendeel. Een conflictsituatie tussen grootouders en de ouders van het kind heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen de grootouders en het kind in strijd is met het belang van het kind. Die conflictsituatie, ongeacht wie ze veroorzaakt, kan evenwel naar omstandigheden tot gevolg hebben dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen de grootouders en het kind een negatieve impact heeft op het welzijn van het kind en bijgevolg toch in strijd is met het belang van het kind.
  8. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de poging om een contact op te bouwen tussen grootouders en kleinkinderen, na ongeveer drie jaar geen positief resultaat heeft; - daar waar het doel van deze contacten is om de kleinkinderen toe te laten hun eigen grootouders te leren kennen, ook al hebben hun ouders met hen gebroken, en met hen een waardevol en warm contact te hebben, in dit geval het tegenovergestelde werd bereikt; - de kleinkinderen zich verzetten, in navolging van de gevoelens en weerstand van hun ouders, tegen een werkelijke toenadering en deze contacten belastend vinden; - vooral voor het kind E. dit heeft geresulteerd in een angstproblematiek, wat uiteraard niet de bedoeling kan zijn; - daar waar deze angstproblematiek onmogelijk kan zijn ontstaan door de contacten met de grootouders, maar enkel door de transfer van de gevoelens van afkeer en angst van de verweerders naar de eisers toe, dit niets verandert aan het feit dat er bij het kind E. wel degelijk ingevolge deze procedure sprake is van een angstproblematiek; - daar waar het hof van beroep betreurt dat de verweerders niet in staat zijn om deze contacten een werkelijke kans te bieden en integendeel duidelijk is dat zij hun eigen gevoelens en angsten hebben overgebracht naar hun kinderen, voor de beoordeling van om het even welk contact het belang van de kinderen determinerend is; - het recht op persoonlijk contact van grootouders en derden immers een functioneel recht is en de uitoefening ervan onderworpen is aan het belang van het kind; - het hof van beroep lijdzaam moet toezien dat de verweerders als ouders hun eigen positie niet voldoende in vraag stellen, dat zij de contacten op alle mogelijke vlakken hebben gesaboteerd en dit nu tot gevolg heeft dat deze contacten voor de kleinkinderen geenszins een positieve impact hebben maar voor de kleinkinderen destructief zijn; - de door het hof van beroep opgelegde contacten gelet op de weerstand van de verweerders niet langer in het belang van de kinderen zijn.
  9. De appelrechter die met voormelde redenen oordeelt dat de conflictsituatie tussen de eisers als grootouders en de verweerders als ouders van de drie kinderen een dermate negatieve impact heeft op het welzijn van de kinderen dat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact tussen de eisers en die kinderen in strijd is met het belang van de kinderen, verantwoordt naar recht zijn beslissing om de uitoefening van het recht op persoonlijk contact te ontzeggen. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 831 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 25 oktober 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.