id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.2 Rolnummer: C.23.0413.N Zaak: CRELAN nv contra Lencol bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-11-19 Raadplegingen: 613 - laatst gezien 2026-06-15 03:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.2 Fiches 1 - 2 Een rechtsvordering tot vergoeding van schade van de derde-begunstigde ten aanzien van de verzekeringnemer die is ontstaan uit een collectieve verzekeringsovereenkomst, waarbij de begunstigde de verzekeringnemer verwijt ten onrechte het kapitaal van die overeenkomst, dat tevens te kwalificeren is als commissie in het kader van een onderliggende handelsagentuurovereenkomst tussen de verzekeringnemer en de begunstigde, te hebben teruggeëist van de verzekeraar naar aanleiding van de beëindiging van die handelsagentuurovereenkomst, is geen rechtsvordering ontstaan uit de handelsagentuurovereenkomst; deze rechtsvordering niet onderworpen aan de verjaringstermijn zoals bedoeld in artikel 26 Wet handelsagentuurovereenkomst, thans artikel X.24 WER
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 26 - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 26 - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0413.N CRELAN nv, met zetel te 1070 Brussel, Sylvain Dupuislaan 251, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0205.764.318, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen LENCOL bv, met zetel te 9100 Sint-Niklaas, Beneluxstraat 25, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.716.143, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31,waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65/11, waar de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 mei
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 17 september 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 26 Wet handelsagentuurovereenkomst, thans artikel X.24 WER, verjaren rechtsvorderingen die ontstaan uit een handelsagentuurovereenkomst, een jaar na het eindigen van de overeenkomst of vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan zonder dat deze termijn langer mag duren dan een jaar na het eindigen van de overeenkomst.
- Een rechtsvordering tot vergoeding van schade van de derde-begunstigde ten aanzien van de verzekeringnemer die is ontstaan uit een collectieve verzekeringsovereenkomst, waarbij de begunstigde de verzekeringnemer verwijt ten onrechte het kapitaal van die overeenkomst, dat tevens te kwalificeren is als commissie in het kader van een onderliggende handelsagentuurovereenkomst tussen de verzekeringnemer en de begunstigde, te hebben teruggeëist van de verzekeraar naar aanleiding van de beëindiging van die handelsagentuurovereenkomst, is geen rechtsvordering ontstaan uit de handelsagentuurovereenkomst. Aldus is deze rechtsvordering niet onderworpen aan de verjaringstermijn zoals bedoeld in artikel 26 Wet handelsagentuurovereenkomst, thans artikel X.24 WER.
- In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De appelrechter oordeelt niet dat de verweerster haar vordering steunt op een handelsagentuurovereenkomst, maar wel dat zij haar vordering baseert op de contractuele relatie tussen de partijen, hetzij de collectieve verzekeringsovereenkomst, en het kapitaal van die verzekeringsovereenkomst tevens te kwalificeren is als commissie in het kader van een onderliggende handelsagentuurovereenkomst tussen de eiseres en de verweerster. In zoverre het middel op een onjuiste lezing van het arrest berust, mist het feitelijke grondslag.
- Het is niet tegenstrijdig, enerzijds, te oordelen dat de vordering van de verweerster is gesteund op de contractuele relatie tussen de partijen, hetzij de collectieve verzekeringsovereenkomst en dat het kapitaal van die verzekeringsovereenkomst tevens te kwalificeren is als commissie in het kader van een onderliggende handelsagentuurovereenkomst tussen de eiseres en de verweerster, en, anderzijds, te oordelen dat deze vordering, wat de verjaring betreft, niet is onderworpen aan de handelsagentuurwetgeving. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot gemeenverklaring. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.062,76 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 25 oktober 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div