id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.3 Rolnummer: C.23.0274.N-C.23.0358.N Zaak: C. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-11-19 Raadplegingen: 1110 - laatst gezien 2026-06-15 03:40 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.3 Fiche Hoewel artikel 1385 Oud Burgerlijk Wetboek een wettelijk en onweerlegbaar vermoeden van schuld aan de door een dier veroorzaakte schade instelt ten laste van de eigenaar van een dier of ten laste van degene die zich ervan bedient terwijl hij het in gebruik heeft, waardoor die eigenaar of bewaarder aansprakelijk is voor de schade die het dier heeft veroorzaakt, sluit het een vrijstelling van die aansprakelijkheid niet uit bij gebrek aan oorzakelijk verband, met name wanneer het dier zich niet abnormaal en onvoorzienbaar heeft gedragen en een objectief onrechtmatige daad van het slachtoffer de schade heeft veroorzaakt, waardoor elke mogelijke fout van de eigenaar of bewaarder als oorzaak van de schade is uitgeschakeld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Dieren Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1385 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2025, n° 731, p.
- - MALENGREAU, Thomas; Note'De l'article 1385 de l'ancien Code civil à l'article 6.17 du Code civil: évolution de l'exonération du gardien' Tekst van de beslissing Nr. C.23.0274.N
- J.C.,
- M.C.,
- E.C., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- B.V.,
- L.C.,
- B.V., optredend als wettelijke vertegenwoordiger over de persoon en de goederen van zijn minderjarige zoon J.V.,
- L.C., optredend als wettelijke vertegenwoordiger over de persoon en de goederen van haar minderjarige zoon J.V., eerste tot en met vierde verweerders, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eerste tot en met vierde verweerders woonplaats kiezen,
- AG INSURANCE nv, in haar hoedanigheid van verzekeraar BA uitbating, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849,
- AG INSURANCE nv, in haar hoedanigheid van gezinsaansprakelijkheidsverzekeraar, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849, vijfde en zesde verweersters. II Nr. C.23.0358.N AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- B.V.,
- L.C.,
- B.V., optredend als wettelijke vertegenwoordiger over de persoon en de goederen van zijn minderjarige zoon J.V.,
- L.C., optredend als wettelijke vertegenwoordiger over de persoon en de goederen van haar minderjarige zoon J.V., eerste tot en met vierde verweerders, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eerste tot en met vierde verweerders woonplaats kiezen, in aanwezigheid van:
- J.C.,
- M.C.,
- E.C., tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen C.23.0274.N en C.23.0358.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 maart
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 17 september 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN In de zaak C.23.0274.N voeren de eisers in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. In de zaak C.23.0358.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging
- De cassatieberoepen in de zaken gekend onder algemeen rolnummer C.23.0274.N en C.23.0358.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. B. In de zaak C.23.0274.N Eerste middel Tweede onderdeel (…) Gegrondheid
- Hoewel artikel 1385 Oud Burgerlijk Wetboek een wettelijk en onweerlegbaar vermoeden van schuld aan de door een dier veroorzaakte schade instelt ten laste van de eigenaar van een dier of ten laste van degene die zich ervan bedient terwijl hij het in gebruik heeft, waardoor die eigenaar of bewaarder aansprakelijk is voor de schade die het dier heeft veroorzaakt, sluit het een vrijstelling van die aansprakelijkheid niet uit bij gebrek aan oorzakelijk verband, met name wanneer het dier zich niet abnormaal en onvoorzienbaar heeft gedragen en een objectief onrechtmatige daad van het slachtoffer de schade heeft veroorzaakt, waardoor elke mogelijke fout van de eigenaar of bewaarder als oorzaak van de schade is uitgeschakeld.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - artikel 1385 Oud Burgerlijk Wetboek de door het dier veroorzaakte schade ten laste legt van de eigenaar of van degene die zich ervan bedient terwijl hij het in gebruik heeft; - dit evenwel niet uitsluit dat de eigenaar of de bewaarder niet aansprakelijk is bij gebrek aan oorzakelijk verband, wanneer de schadelijder zelf een fout heeft begaan die de daad van het dier heeft veroorzaakt en waardoor niet de daad van het dier, maar elke mogelijke fout van de eigenaar of bewaker, als oorzaak van de schade wordt uitgeschakeld; - de eisers, daarin gevolgd door de eerste rechter, stellen dat het kind van de eerste twee verweerders een fout heeft begaan door een met een omheining afgesloten wei in te gaan, waarin een merrie en haar veulen stonden en de paarden te benaderen; - het kind volgens de eisers door deze fout de trap van het paard zou hebben uitgelokt; - het kind ten tijde van het ongeval de vereiste schuldbekwaamheid ontbeerde om het veiligheidsrisico in te schatten dat aan de aanwezigheid van het paard verbonden was, zodat hem geen foutief handelen kan worden verweten; - de eerste eiser, eigenaar van het paard, op grond van artikel 1385 Oud Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is voor het ongeval.
- De appelrechters die op grond van deze redenen oordelen dat de eerste eiser als eigenaar en bewaarder en de tweede en derde eisers als bewaarders van het dier aansprakelijk zijn op grond van artikel 1385 Oud Burgerlijk Wetboek, terwijl een objectief onrechtmatige daad van het slachtoffer elke mogelijke fout van de eigenaar of bewaarder van het dier als oorzaak van de schade kan uitschakelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) C. In de zaak C.23.0358.N (…) Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.23.0274.N en C.23.0358.N. Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 25 oktober 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div