← België

D. contra STAD HASSELT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 461

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 463

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 461

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 463

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 Het staat aan de rechter te oordelen of goederen die door een beklaagde bedrieglijk zijn weggenomen, aan een ander toebehoren en tegen diens wil zijn weggenomen; artikel 461 Strafwetboek verzet zich niet ertegen dat de rechter op basis van een stedelijk reglement betreffende de recyclageparken oordeelt dat de stad eigenaar wordt van goederen die naar een dergelijk park worden gebracht en daar worden achtergelaten. Thesaurus CAS: DIEFSTAL EN AFPERSING Wettelijke bepalingen:

Art. 461

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 463

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 461

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 463- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0542.N A. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Van Overbeke, advocaat bij de balie Limburg, tegen STAD HASSELT, met kantoor te 3500 Hasselt, Limburgplein 1, ON 0207.466.964, burgerlijke partij, verweerder, met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Antwerpen, correctionele kamer, van 19 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest beantwoordt niet eisers in een appelconclusie aangevoerde verweer over het forensisch verslag van Audit Vlaanderen betreffende een onderzoek naar het beleid van de recyclageparken van de verweerder; dit verslag stelt immers uitdrukkelijk dat er door de verweerder niet wordt geregistreerd welke goederen bezoekers binnenbrengen en welke goederen het park verlaten, waardoor mogelijke diefstallen niet konden worden aangetoond; het arrest beantwoordt dit verweer enkel met de reden dat de inhoud van dit auditverslag niets afdoet aan het voorgaande; uit de motivering van het arrest blijkt niet dat vaststaat dat de goederen die de eiser heeft weggenomen eigendom waren van de verweerder; uit de motivering van het arrest blijkt dat niet vaststaat wanneer de diefstal werd gepleegd en evenmin welke goederen precies werden gestolen, aangezien de schuldigverklaring betrekking heeft op een aantal niet nader te bepalen goederen; de schuldigverklaring aan diefstal is dan ook niet naar recht verantwoord.
  3. Het arrest (p. 6-9, randnr. 2-3) motiveert op omstandige wijze waarom wordt aangenomen dat de door de eiser weggenomen goederen eigendom waren van de verweerder. Het arrest (p. 9, randnr. 4) voegt daaraan toe dat de inhoud van het door het onderdeel bedoelde auditverslag aan die overwegingen geen afbreuk doet. Aldus beantwoordt en verwerpt het arrest het door het onderdeel bedoelde verweer. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  4. De omstandigheid dat de rechter niet exact kan bepalen welke goederen die aan een ander toebehoren door een beklaagde bedrieglijk werden weggenomen en dat evenmin exact kan worden bepaald op welke data binnen een welbepaalde periode die wegname is gebeurd, belet de rechter niet vast te stellen dat de beklaagde de als diefstal omschreven feiten heeft gepleegd. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Voor het overige heeft de vaststelling van het arrest over de wegname van de goederen niet louter betrekking op niet nader bepaalde goederen, maar worden sommige van die goederen gepreciseerd: “onder anderen twee televisietoestellen, een fornuis, een PlaystationConsole, kabels en potten (zoals beschreven in het aanvankelijk proces-verbaal HA.14.L1.22644/2019)”. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 461 Strafwetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser de beschikking had over de roerende goederen, tegen de wil van de eigenaar; het oordeel dat er sprake is van het achterlaten van roerende goederen op het recyclagepark zodra deze goederen worden afgegeven aan een personeelslid, zonder rekening te houden met de omstandigheid dat de personen die hun goederen hebben afgegeven aan de eiser voor persoonlijke doeleinden en waarbij de overdracht van eigendom gebeurde met wederzijdse goedkeuring en kennis van zaken door de schenker, is niet naar recht verantwoord; in dergelijk geval werden de roerende goederen toebedeeld aan de eiser en niet aan hem als personeelslid van het recyclagepark ter bevoordeling van de verweerder.
  7. Het staat aan de rechter te oordelen of goederen die door een beklaagde bedrieglijk zijn weggenomen, aan een ander toebehoren en tegen diens wil zijn weggenomen.
  8. Artikel 461 Strafwetboek verzet zich niet ertegen dat de rechter op basis van een stedelijk reglement betreffende de recyclageparken oordeelt dat de stad eigenaar wordt van goederen die naar een dergelijk park worden gebracht en daar worden achtergelaten. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  9. Het arrest (p. 6-9, nr. 2-3) oordeelt dat op basis van het reglement van inwendige orde van de verweerder de goederen die op het recyclagepark werden aangebracht en daar werden afgegeven eigendom werden van de verweerder en dit ongeacht of zij werden overhandigd aan een personeelslid van die verweerder. Het oordeelt vervolgens dat de eiser door die goederen tegen de wil van de verweerder weg te nemen een fout heeft begaan bestaande in het plegen van de diefstal. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan onderdeel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,31 euro, waarvan 52,31 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 29 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241029.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.