id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241029.2N.15 Rolnummer: P.24.1037.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-10-31 Raadplegingen: 518 - laatst gezien 2026-06-15 03:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Geen enkele wettelijke bepaling verleent aan de probatiecommissie de bevoegdheid om toezicht te houden op personen aan wie een gewoon uitstel van tenuitvoerlegging is verleend; daaruit volgt dat, ondanks de verwijzing in artikel 14, § 1ter, derde lid, Probatiewet naar artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet en de daarin opgenomen vereiste van een verslag van de probatiecommissie, de vordering van het openbaar ministerie strekkende tot herroeping bij toepassing van artikel 14, § 1ter, Probatiewet van een maatregel van gewoon uitstel geen verslag van de probatiecommissie vergt aangezien het onmogelijk de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest om de herroepingsvordering afhankelijk te maken van een verslag van een instantie die geen toezicht houdt op de wijze waarop de maatregel van het gewoon uitstel wordt uitgevoerd. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWOON UITSTEL Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, §§ 1ter en 2 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1037.N G. C.-K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frank Seys, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Veurne, van 5 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 14, § 1ter en § 2, Probatiewet: het bestreden vonnis herroept het gewoon uitstel van het verval van het recht om een motorvoertuig te besturen, dat aan de eiser werd verleend bij vonnis van de politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Ieper, van 29 juli 2020; het oordeelt dat geen verslag van de probatiecommissie moet worden gevoegd bij het strafdossier; nochtans is dit verslag ook vereist om het gewoon uitstel te kunnen herroepen.
- Artikel 14, § 1ter Probatiewet bepaalt: “Het gewoon uitstel en het probatie-uitstel kunnen ook worden herroepen indien diegene voor wie de maatregel is genomen wegens een overtreding van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer of van haar uitvoeringsbesluiten, gedurende de proeftijd een nieuw misdrijf heeft gepleegd dat veroordeling krachtens de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer tot gevolg heeft gehad. Het eerste lid geldt eveneens indien de maatregel tegelijkertijd is genomen wegens een overtreding van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer of van haar uitvoeringsbesluiten en wegens een overtreding van de artikelen 419 of 420 van het Strafwetboek. Ook in dat geval is de procedure bepaald in § 2, tweede en derde lid, van toepassing.
- Artikel 14, § 2, Probatiewet bepaalt: § 2 Het probatie-uitstel kan worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen, de opgelegde voorwaarden niet naleeft. In dat geval dagvaardt het openbaar ministerie, op verslag van de commissie dat strekt tot herroeping, de betrokkene, ten einde het uitstel te doen herroepen, voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats of, in het geval bepaald in § 1ter, voor de politierechtbank van de plaats van het misdrijf binnen dezelfde termijn, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken. Dit geldt zelfs bij herroeping van een uitstel dat door het Hof van assisen is uitgesproken. Herroept het vonnisgerecht het uitstel niet, dan kan het nieuwe voorwaarden verbinden aan het probatie-uitstel, gelast bij de eerste veroordeling. Tegen deze beslissingen kan worden opgekomen met alle rechtsmiddelen waarin het Wetboek van strafvordering voorziet.”
- Geen enkele wettelijke bepaling verleent aan de probatiecommissie de bevoegdheid om toezicht te houden op personen aan wie een gewoon uitstel van tenuitvoerlegging is verleend.
- Daaruit volgt dat, ondanks de verwijzing in artikel 14, § 1ter, derde lid, Probatiewet naar artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet en de daarin opgenomen vereiste van een verslag van de probatiecommissie, de vordering van het openbaar ministerie strekkende tot herroeping bij toepassing van artikel 14, § 1ter, Probatiewet van een maatregel van gewoon uitstel geen verslag van de probatiecommissie vergt. Het kan onmogelijk de bedoeling van de wetgever zijn geweest om de herroepingsvordering afhankelijk te maken van een verslag van een instantie die geen toezicht houdt op de wijze waarop de maatregel van het gewoon uitstel wordt uitgevoerd. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 29 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241029.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div