← België

W.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 4 - 5 De rechter kan slechts beslissen tot internering indien cumulatief aan de voorwaarden bepaald in artikel 9 Interneringswet is voldaan en eens de beslissing tot internering definitief is, beslist de kamer voor bescherming van de maatschappij als gespecialiseerd en multidisciplinair rechtscollege volgens de in de Interneringswet bepaalde procedures op korte termijn en vervolgens periodiek over de wijze van tenuitvoerlegging van de interneringsbeslissing; die kamer kan beslissen tot plaatsing van de geïnterneerde, in voorkomend geval gepaard gaande met uitgaansvergunningen, verlof of beperkte detentie, tot de toekenning van elektronisch toezicht, tot de toekenning van invrijheidstelling op proef, tot de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en tot de definitieve invrijheidstelling, mits daartoe voldaan is aan de wettelijk bepaalde voorwaarden, zodat een interneringsbeslissing zelf niet noodzakelijk een vrijheidsberoving van een geïnterneerde impliceert

(1).
(1)Cass. 12 september 2023, AR P.23.1134.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.12, AC 2023, nr. 559; Cass. 27 juni 2023, AR P.23.0414.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.11, AC 2023, nr. 483; Cass. 24 november 2020, AR P.20.0881.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.5, AC 2020, nr. 718. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 6 - 7 Volgens artikel 10 Interneringswet kan ingeval van internering, indien de geïnterneerde niet of niet meer aangehouden is, de rechter de onmiddellijke opsluiting van de betrokkene bevelen indien te vrezen is dat hij zich aan de uitvoering van de veiligheidsmaatregel zou trachten te onttrekken of indien te vrezen is dat hij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de fysieke of psychische integriteit van derden of voor hemzelf zou vormen en die beslissing moet nader aangeven welke omstandigheden die vrees wettigen; eens de beslissing tot internering definitief is, beslist de kamer voor bescherming van de maatschappij als gespecialiseerd en multidisciplinair rechtscollege volgens de in de Interneringswet bepaalde procedures op korte termijn en vervolgens periodiek over de wijze van tenuitvoerlegging van de interneringsbeslissing en zij kan beslissen tot plaatsing van de geïnterneerde, in voorkomend geval gepaard gaande met uitgaansvergunningen, verlof of beperkte detentie, tot de toekenning van elektronisch toezicht, tot de toekenning van invrijheidstelling op proef, tot de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en tot de definitieve invrijheidstelling, mits daartoe voldaan is aan de wettelijk bepaalde voorwaarden, zodat een interneringsbeslissing zelf niet noodzakelijk een vrijheidsberoving van een geïnterneerde impliceert
(1).
(1)Cass. 12 september 2023, AR P.23.1134.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.12, AC 2023, nr. 559; Cass. 27 juni 2023, AR P.23.0414.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.11, AC 2023, nr. 483; Cass. 24 november 2020, AR P.20.0881.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.5, AC 2020, nr. 718. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 8 - 10 Indien hij tegen wie een interneringsmaatregel wordt gevorderd, aanvoert dat minder verregaande beschermingsmaatregelen kunnen volstaan ter bescherming van het individueel of publiek belang, dan moet de rechter dit verweer beantwoorden; de rechter oordeelt onaantastbaar of die minder verregaande beschermingsmaatregelen kunnen volstaan ter bescherming van het individueel of publiek belang maar de rechter dient rekening te houden met de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van minder verregaande beschermingsmaatregelen
(1).
(1)Cass. 12 september 2023, AR P.23.1134.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.12, AC 2023, nr. 559; Cass. 27 juni 2023, AR P.23.0414.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.11, AC 2023, nr. 483; Cass. 24 november 2020, AR P.20.0881.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.5, AC 2020, nr. 718. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Tekst van de beslissing Nr. P.24.1115.N M. W., wonende te 2200 Herentals, Oude Dreef 14, geboren op 8 februari 1984, nationaliteit: België, RRN 84.02.08-067.16, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 juni 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 5.1.e EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest motiveert eisers internering enkel met een algemene verwijzing naar een hypothetische kans op terugval van zijn geestesstoornis in de toekomst en naar het belang van zijn medicatietrouw; daarmee laten de appelrechters na de actuele noodzaak van de vrijheidsberovende maatregel te motiveren op basis van een nauwkeurig en geïndividualiseerd onderzoek van de feitelijke gegevens van de zaak; evenmin beantwoordt het arrest eisers verweer dat zijn internering niet noodzakelijk is; de wetgever zag de internering immers uitsluitend als een ultieme beveiligingsmaatregel die slechts mag worden opgelegd wanneer alternatieve maatregelen niet kunnen volstaan; zoals ook uit het EVRM volgt, moet de interneringsbeslissing daarom steeds bijkomend motiveren dat andere minder ingrijpende maatregelen niet volstaan om tegemoet te komen aan de bescherming van de fysieke of psychische integriteit van derden. 2. Artikel 5.1 EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op persoonlijke vrijheid en veiligheid en dat niemand van zijn vrijheid mag worden beroofd behalve in de navolgende gevallen en langs wettelijke weg:
  1. e)in het geval van een rechtmatige gevangenhouding van geesteszieken. Artikel 5.4 EVRM bepaalt dat eenieder die door gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd, het recht heeft voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt, indien de gevangenhouding onrechtmatig is. 3. Uit die verdragsbepalingen volgt dat: - de vrijheidsberoving van een geesteszieke slechts rechtmatig is, indien (
  2. a)uit een objectieve en medische expertise blijkt dat de betrokkene is getroffen door een reële en voortdurende mentale stoornis, (
  3. b)die stoornis van aard is dat zij de vrijheidsberoving rechtvaardigt en (
  4. c)de vrijheidsberoving niet langer duurt dan noodzakelijk is; - bij de voormelde beoordeling niet enkel strikt medische elementen een rol spelen, maar ook het gevaar dat de betrokkene vormt voor de samenleving; - de vrijheidsberoving van een geesteszieke slechts gerechtvaardigd is indien blijkt dat andere minder ingrijpende maatregelen in overweging zijn genomen en ontoereikend zijn bevonden om de fysieke of psychische integriteit van derden te beschermen. 4. De internering is volgens artikel 2, eerste lid, Interneringswet een veiligheidsmaatregel die ertoe strekt de maatschappij te beschermen en ervoor te zorgen dat aan de geïnterneerde de zorg wordt verstrekt die zijn toestand vereist met het oog op zijn re-integratie in de maatschappij. Volgens artikel 2, tweede lid, Interneringswet zal rekening houdend met het veiligheidsrisico en de gezondheid van de geïnterneerde hem de nodige zorg worden aangeboden om een menswaardig leven te leiden, waarbij die zorg is gericht op een maximaal haalbare vorm van maatschappelijke re-integratie en verloopt waar aangewezen en mogelijk via een zorgtraject waarin aan de geïnterneerde persoon telkens zorg op maat wordt aangeboden. 5. De rechter kan volgens artikel 9 Interneringswet slechts beslissen tot internering, na de uitvoering van een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek, voor zover (
  5. a)de betrokkene misdaden of wanbedrijven heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantasten of bedreigen, (
  6. b)de betrokkene op het ogenblik van die beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvorming of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast en (
  7. c)het gevaar bestaat dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw de voormelde misdaden of wanbedrijven zal plegen. Aan die voorwaarden moet cumulatief zijn voldaan. 6. Volgens artikel 10 Interneringswet kan ingeval van internering, indien de geïnterneerde niet of niet meer aangehouden is, de rechter de onmiddellijke opsluiting van de betrokkene bevelen indien te vrezen is dat hij zich aan de uitvoering van de veiligheidsmaatregel zou trachten te onttrekken of indien te vrezen is dat hij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de fysieke integriteit van derden of voor hemzelf zou vormen. Die beslissing moet nader aangeven welke omstandigheden die vrees wettigen. 7. De rechter oordeelt onaantastbaar in het licht van de in artikel 9 Interneringswet bepaalde voorwaarden of er een actuele noodzaak is om de internering van de betrokkene te bevelen. Niets verhindert de rechter daarbij ook rekening te houden met de mate waarin een vastgestelde geestesstoornis invloed ondergaat van het medicatiegebruik door de betrokkene. 8. Eens de beslissing tot internering definitief is, beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij als gespecialiseerd en multidisciplinair rechtscollege volgens de in de Interneringswet bepaalde procedures op korte termijn en vervolgens periodiek over de wijze van tenuitvoerlegging van de interneringsbeslissing. Die kamer kan beslissen tot plaatsing van de geïnterneerde, in voorkomend geval gepaard gaande met uitgaansvergunningen, verlof of beperkte detentie, tot de toekenning van elektronisch toezicht, tot de toekenning van invrijheidstelling op proef, tot de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en tot de definitieve invrijheidstelling, mits daartoe voldaan is aan de wettelijk bepaalde voorwaarden. 9. Uit het voorgaande volgt dat een interneringsbeslissing zelf niet noodzakelijk een vrijheidsberoving van de geïnterneerde impliceert. 10. Indien hij tegen wie een interneringsmaatregel wordt gevorderd, aanvoert dat andere minder ingrijpende maatregelen kunnen volstaan ter bescherming van de fysieke of psychische integriteit van derden, moet de rechter dit verweer beantwoorden. De rechter moet daarover niet ambtshalve een standpunt innemen. 11. De rechter oordeelt onaantastbaar of minder ingrijpende maatregelen kunnen volstaan ter bescherming van de fysieke of psychische integriteit van derden, rekening houdend met de wettelijke voorwaarden. 12. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 13. Het arrest (p. 5-8) grondt het oordeel dat alle wettelijke voorwaarden voor eisers internering vervuld zijn en dat het opleggen van die maatregel noodzakelijk is op de volgende redenen: - uit het deskundigenverslag blijkt dat het forensisch psychiatrisch onderzoek werd bemoeilijkt doordat de eiser weigerde zijn toestemming te geven om informatie op te vragen met betrekking tot eerdere psychiatrische opnames, waardoor niet alle dienstige inlichtingen konden worden verzameld. Die informatie vormde nochtans een belangrijke leidraad om het actueel toestandsbeeld te helpen verklaren met een chronologische volgorde en evolutie; - tijdens het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek hield de eiser zich manifest op de vlakte wanneer het ging over zijn drijfveren om de feiten te plegen, wat de appelrechters ook bij het onderzoek ter rechtszitting vaststelden; - de eiser erkent dat hij een psychiatrische problematiek ondervindt, maar hij geeft op geen enkel ogenblik enig zicht daarin en hij brengt er ook geen stukken van bij; - de deskundige besluit op grond van het beperkt onderzoek tot het bestaan van een schizofrene stoornis, gepaard gaande met stoornissen in denken en waarnemen, wat werd gesterkt door de vaststelling van een jarenlange psychiatrische opvolging en het gebruik van specifieke medicatie (depotneuroleptica); - de deskundige geeft aan dat schizofrenie een levenslange aandoening is waarvoor geen genezing mogelijk is en die enkel min of meer onder controle kan worden gehouden door medicatie. Van zodra de medicatie wordt stopgezet, ligt de weg weer open voor een floriede psychose; - de deskundige besluit dat de voorwaarden voor internering vervuld zijn en dat de eiser op het ogenblik van het onderzoek onder gedwongen nazorg bleek te staan na het doorlopen van een langdurig traject in residentiële psychiatrie. Het verderzetten van dat uitgestippelde behandelplan vanuit de uitgebreide ervaring met de problematiek van de eiser lijkt voor de deskundige de beste optie; - de bewezen verklaarde feiten voldoen aan de delictsomschrijving van belaging en daarbij werd de psychische integriteit van derden aangetast; - de eiser lijdt nog steeds aan een geestesstoornis die, in zijn geval, een levenslange aandoening betreft waarvoor geen genezing mogelijk is; - aan het bestaan van de geestesstoornis wordt geen afbreuk gedaan doordat het gebruik van medicatie de symptomen ervan beter onder controle houden; - op het ogenblik van de uitspraak doet eisers geestesstoornis nog steeds zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet, minstens tast zij dit ernstig aan; - eisers problematiek gaat gepaard met stoornissen in denken en waarnemen. Hij maakt hallucinaties door en uit het deskundigenverslag blijken aanwijzingen van denkstoornissen. De eiser is niet steeds in staat die stoornissen te herkennen en zich ervan te weerhouden om daarnaar te handelen; - eisers medicatietrouw is zeker niet structureel te noemen en biedt geen garanties naar de toekomst toe. Er is een gebrek aan ziekte-inzicht en de medicatie moet nog steeds gecontroleerd worden toegediend; - gelet op de aard van de geestesstoornis van de eiser, is het haast onvermijdelijk dat bij hem argwaan zal ontstaan over het opgelegde medicatiegebruik; - de vaststelling is dat er nog moet worden gewerkt aan het verwerven van ziekte-inzicht en het aanvaarden van de bijhorende medicamenteuze behandeling; - het risico dat de eiser zijn medicatie niet trouw zal blijven innemen, is duidelijk aanwezig, net als het risico dat hij in die omstandigheden nieuwe feiten zal plegen onder invloed van psychoses of van een verstoord realiteitsbesef; - uit de bevindingen van de deskundige blijkt dat de geestesstoornis van de eiser het best behandelbaar is in een psychiatrische setting. Het is noodzakelijk dat die behandeling vanuit de internering wordt georganiseerd; - de maatregel van internering biedt in dit concrete geval de beste waarborgen, zowel ter bescherming van de maatschappij als ter verzorging van de eiser; - het is daarbij niet vaststaand dat die maatregel steeds met een blijvende vrijheidsberoving zou moeten gepaard gaan. Met die redenen stelt het arrest nauwkeurig en geïndividualiseerd vast dat de interneringsmaatregel op het ogenblik van de beslissing noodzakelijk is, beantwoordt en verwerpt het eisers aanvoering dat andere minder ingrijpende maatregelen ter bescherming van de fysieke of psychische integriteit van derden kunnen volstaan en verantwoordt het de interneringsbeslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 29 oktober 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241029.2N.21 Gerelateerde publicatie(
  8. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.11 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.