id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.21 Rolnummer: P.24.0978.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2024-11-15 Raadplegingen: 441 - laatst gezien 2026-06-15 11:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Volgens artikel 6.2.1, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn de minimumstraffen een gevangenisstraf van vijftien dagen en een geldboete van 2.000,00 euro, of een van die straffen alleen, als de misdrijven, vermeld in het eerste lid van die bepaling, gepleegd worden door instrumenterende ambtenaren, vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit onroerende goederen kopen, verkavelen, te koop of te huur zetten, verkopen of verhuren, bouwen of vaste of verplaatsbare inrichtingen ontwerpen en/of opstellen of door personen die bij die verrichtingen als tussenpersonen optreden, bij de uitoefening van hun beroep; hij die het beroep van zelfstandig schrijnwerker uitvoert, is om die enkele reden geen persoon als bedoeld door die bepaling
(1).
(1)Het openbaar ministerie was van mening dat het middel niet-ontvankelijk is, wegens de naar recht verantwoorde straf op basis van het basismisdrijf. (BDS) Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.2.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Thesaurus CAS: STRAF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.2.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0978.N P. D. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frederik Haentjes, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 31 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2.1, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de verzwarende omstandigheid van artikel 6.2.1, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijk Ordening geldt voor de eiser omdat hij zelfstandig schrijnwerker is; dit beroep valt niet onder één van de in die bepaling omschreven beroepen; de appelrechters gaan vervolgens niet na of de eiser één van de in die bepaling omschreven handelingen in het kader van zijn beroep uitoefent; zij gaan evenmin na, noch motiveren zij, of het beroep van “zelfstandig schrijnwerker” laat vermoeden dat hij op de hoogte is van de geldende wetsbepalingen inzake ruimtelijke ordening.
- Volgens artikel 6.2.1, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn de minimumstraffen een gevangenisstraf van vijftien dagen en een geldboete van 2.000,00 euro, of een van die straffen alleen, als de misdrijven, vermeld in het eerste lid van die bepaling, gepleegd worden door instrumenterende ambtenaren, vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit onroerende goederen kopen, verkavelen, te koop of te huur zetten, verkopen of verhuren, bouwen of vaste of verplaatsbare inrichtingen ontwerpen en/of opstellen of door personen die bij die verrichtingen als tussenpersonen optreden, bij de uitoefening van hun beroep.
- Hij die het beroep van zelfstandig schrijnwerker uitvoert, is om die enkele reden geen persoon als bedoeld door die bepaling. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt de beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel
- Het middel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, vereist geen antwoord. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing over de toepassing van de in artikel 6.2.1, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalde verzwarende omstandigheid heeft de vernietiging tot gevolg van de aan de eiser opgelegde straf en zijn veroordeling tot het betalen van een vergoeding aan het Slachtofferfonds, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Die vernietiging laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B en C de verzwarende omstandigheid bepaald in artikel 6.2.1, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bewezen verklaart, het de eiser veroordeelt tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 219,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div